5-230COM

5-230COM

Commission des Affaires sociales

Annales

MARDI 4 JUIN 2013 - S╔ANCE DE L'APR╚S-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux Ó la vice-premiŔre ministre et ministre des Affaires sociales et de la SantÚ publique sur źl'accueil et le traitement des auteurs de dÚlits sexuels╗ (no 5-3433)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Het opvangen en behandelen van plegers van seksuele misdrijven blijft een gevoelige en complexe zaak. Enerzijds kunnen ze niet rekenen op sympathie van de samenleving, maar anderzijds blijven ze mensen die na een veroordeling en straf opnieuw in de samenleving belanden. Sommigen van hen worden ge´nterneerd, waarbij ze meestal in een onvoorspelbaar circuit verdwijnen. Een groot aantal gedetineerden zit de opgelegde straf uit, om daarna zonder verplichting tot therapie of begeleiding in de samenleving op te gaan. Sommigen kiezen voor behandeling terwijl ze nog in detentie vertoeven, om aldus een voorwaardelijke invrijheidsstelling te kunnen genieten.

De mogelijkheden voor een intensieve begeleiding lijken erg beperkt en dreigen nog in te krimpen. Zo zouden er in Vlaanderen maar tweemaal acht gesubsidieerde bedden voor seksuele plegers beschikbaar staan. De gevolgen van die krapte laten zich duidelijk voelen. Er staan steeds meer mensen op een wachtlijst en naarmate de wachttijd toeneemt, groeit ook de kans dat deze mensen kiezen voor een strafeinde zonder behandeling.

Kortom, er heerst een acute en toenemende malaise bij de opvang en behandeling van seksuele plegers.

Hoe evalueert de minister de kansen op behandeling en residentiŰle opvang van seksuele plegers op dit moment? Bevestigt ze dat er een capaciteitsprobleem bestaat, dat de situatie evolueert van kwaad naar erger? Beaamt ze dat het gebrek aan voldoende opvang steeds meer seksuele plegers ertoe aanzet te kiezen voor een strafeinde zonder therapie en begeleiding en dat daardoor hun re-integratie in de samenleving onder een veel minder positief gesternte verloopt?

Over welke middelen en plannen beschikt de minister om deze noden te lenigen? Zal ze hieromtrent bijzondere maatregelen nemen? Wat is volgens haar het belang van een adequate behandeling van seksuele plegers in het geheel van de psychiatrische hulpverlening? Wordt hierover overleg gepleegd met de minister van Justitie en de ministers van de gemeenschappen?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Enkele jaren geleden heeft de regering een plan ontwikkeld inzake zorg aan ge´nterneerden. De doelstelling van dat plan bestond erin ge´nterneerden progressief uit de gevangenissen te halen en op te nemen in gezondheidszorginstellingen en -diensten, teneinde hun de nodige zorg te bieden en hen voor te bereiden op hun sociale re-integratie. Dit plan heeft betrekking op alle ge´nterneerden, ongeacht hun psychiatrische stoornis.

In het kader van dit beleid werden voor medium risk-ge´nterneerden tot nog toe 601 bedden en plaatsen gecreŰerd, waaronder 225 in ziekenhuisverband, 243 in psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) en 133 in initiatieven beschut wonen (IBW). Hiervan zijn 75 bedden en plaatsen voorbehouden voor seksuele delinquenten, waarvan 32 in ziekenhuizen: APZ Sint-Lucia te Sint-Niklaas, PC Sint-Amandus te Beernem, PZ asster te Sint-Truiden en CHP Les Marronniers te Doornik. Van die plaatsen zijn er 15 in PVT's en 28 in IBW's.

Dit zijn echter geen erkende bedden, maar jaarlijks wordt bovenop de bestaande omkadering aan de contractant een bijkomend bedrag toegekend in zijn budget om een opdracht uit te voeren in het kader van de uitbouw, voor bepaalde werkingsgebieden, van een gedeelte van het zorgtraject voor gedetineerde en ge´nterneerde seksuele delinquenten met een medium risk-profiel binnen de doelgroep van de volwassenen.

In het kader van de interministeriŰle conferentie werd op 18 juni 2012 overeengekomen om uitvoering te geven aan een nieuwe fase van het plan. De uiteindelijke doelstelling is de organisatie van een netwerk en zorgcircuit per hof van beroep, met het oog op een goed gestructureerde en georganiseerde zorg voor het geheel van de ge´nterneerden met een psychiatrische problematiek.

Voor deze fase is een enveloppe van 5 miljoen euro beschikbaar. Na consultatie van de betrokken sector worden de volgende richtlijnen vooropgesteld voor de uitvoering van de volgende fase van het plan internering. Deze fase bestaat uit drie etappes binnen elk hof van beroep. Ten eerste, de co÷rdinatie van het zorgnetwerk internering door de aanwerving van co÷rdinatoren van het zorgnetwerk internering die samenwerken met de co÷rdinatoren van de externezorgcircuits die door Justitie worden aangeworven. Twee, de oprichting van een mobiel team, verwacht tegen 1 juli om ambulante zorg aan ge´nterneerden te bieden. Drie, ondertussen moet de co÷rdinator nagaan wat de zorgbehoefte is voor ge´nterneerden. De netwerkco÷rdinator zal op basis van de verzamelde informatie voorstellen formuleren, na nauw overleg met de toekomstige partners om een netwerk uit te bouwen binnen het beschikbare budget. Hier zullen ongetwijfeld keuzes moeten worden gemaakt. Het netwerk met zijn zorgcircuit moet zo zijn opgevat dat de ge´nterneerden effectief vanuit de gevangenis kunnen doorstromen binnen het zorgcircuit, en moet zo mogelijk leiden tot hun resocialisatie.

Het zorgnetwerk internering, waarvan we de uitbouw voortzetten, is dus niet beperkt tot de plaatsen in ziekenhuizen die beschikbaar zijn voor de behandeling van seksuele delinquenten.

We moeten nagaan hoe het geheel aan zorginstellingen - residentiŰle, ambulante en instellingen tot bescherming van de maatschappij - zowel begeleiding, zorg en herintegratie kunnen aanbieden aan de ge´nterneerden. Daarom wordt een nationale co÷rdinatie op het vlak van de zorg voor ge´nterneerden tot stand gebracht bij de FOD Volksgezondheid.

Daarnaast zijn er geregeld contacten met Justitie over de uitbouw van de twee forensisch psychiatrische centra waar in de nabije toekomst ook 425 plaatsen zullen komen voor deze doelgroep.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Dit is een duidelijk antwoord wat de ge´nterneerden betreft. Mijn vraag had ook betrekking op de niet-ge´nterneerde gedetineerde seksuele delinquenten. Naar aanleiding van een vraag die ik gesteld heb aan de minister van Justitie, die op dat vlak bevoegd is, is gebleken dat ze niet op de hoogte is van het aantal seksuele delinquenten die onvoorwaardelijk vrijkomen of van het aantal gedetineerden die een zorgpad kiezen. Ik wijs er de regering op dat er een stijgende tendens is in het aantal plegers van seksuele misdrijven die niet vervroegd vrijkomen omdat ze dat zelf niet willen, gelet op de voorwaarden die ze anders moeten vervullen. Ze zitten thans hun straf gewoon uit en komen dan onvoorwaardelijk vrij. Ik weet niet of dit de beste manier is om zowel hen als de samenleving te beschermen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - De heer Anciaux heeft gelijk, maar dat aspect valt onder de bevoegdheid van de minister van Justitie.