5-106

5-106

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 6 JUNI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over ęde toepassing en monitoring van de wetgeving inzake gemeentelijke administratieve sanctiesĽ (nr. 5-1027)

De voorzitster. - De heer Koen Geens, minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken, antwoordt.

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - De heer Anciaux had het ontwerp over de GAS-boetes moeten evoceren, dan had hij daar heel lang met de minister over kunnen spreken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - We hebben met de sp.a-fractie beslist het wetsontwerp over de gemeentelijke administratieve sancties niet te evoceren, wat niet wil zeggen dat we het debat als gesloten beschouwen. Ik begrijp dat sommige collega's daar kritiek op hebben. In hun plaats zou ik wellicht hetzelfde doen. Het is voor ons geen eenvoudige beslissing geweest. Er is echter een wet en de follow-up van die wet is een taak van het parlement. Wij hebben dus met onze fractie een rol te spelen. Ik zal dat dan ook doen, of men mij daar nu belachelijk wil mee maken of niet.

Recent keurde de Kamer de aanpassing van de GAS-wetgeving goed. De wet is op verschillende punten een verbetering van de vroegere GAS-wetgeving. De wet en de aanpassingen veroorzaakten echter heel wat protest bij het maatschappelijk middenveld en bij academici. Deze kritiek richtte zich op de kern van deze wetgeving, op de verlaging van de minimumleeftijd en de verdubbeling van de maximumhoogte van de boetes. De critici baseerden hun argwaan op een hele reeks ronduit ridicule, absurde en ook tragische voorbeelden van GAS-misbruiken die vandaag spijtig genoeg bestaan.

De wetsaanpassing moet zeker gemodereerd worden geanalyseerd. Voor een aantal aspecten was ze een verbetering. Ik denk onder andere aan de verplichting tot overleg, de betrokkenheid van de jeugdraad en de focus op herstel.

Er blijft toch argwaan, want we bevinden ons in het grensgebied van de rechtsstaat en in een turbulentie van het maatschappelijk middenveld.

Juist daarom is een erg intensieve, objectieve monitoring en evaluatie van de toepassing van de wet absoluut noodzakelijk. Hierdoor kan de argwaan op termijn worden weggenomen. Daarmee vervullen we als rechtsstaat onze fundamentele plicht.

Is de minister bereid om op korte termijn aan een externe uitvoerder de opdracht te geven voor een monitoring - zijnde een systematische, intensieve en objectieve follow-up - als voor een evaluatie - zijnde een waardeoordeel over de juridische, maatschappelijke, pedagogische en administratieve effecten van de toepassing van de gemeentelijke administratieve sancties - waarbij de gemeentebesturen, justitie en de middenveldactoren zoals de jeugdraden van de gemeenschappen, nauw worden betrokken? Het is belangrijk met een stevige monitoring en een systematische evaluatie de bezorgdheden over de GAS-wet op te vangen en een aantal ridicule situaties die vandaag bestaan, in de toekomst te voorkomen.

De heer Koen Geens, minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken. - Ik lees het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken.

In het wetsontwerp dat op 30 mei in de Kamer werd goedgekeurd, wordt bepaald dat de jeugdorganisaties betrokken zullen worden bij de invoering, in de verschillende algemene politieverordeningen, van administratieve sancties jegens minderjarigen. Het betreft een werkelijke betrokkenheid van deze terreinwerkers bij de democratische debatten die binnen de gemeenten zullen plaatsvinden met betrekking tot de administratieve sancties. De wet op de administratieve sancties zal om de twee jaar worden geŽvalueerd, waarna het Parlement een verslag ontvangt over de toepassing van de wet. Dit verslag zal ten minste een overzicht bevatten van het aantal administratieve sancties dat werd opgelegd, verdeeld over de categorieŽn van inbreuken en de proceduremoeilijkheden waartoe de toepassing van de wet aanleiding heeft gegeven. Bovendien zal een register van gemeentelijke administratieve sancties worden bijgehouden, dat het mogelijk zal maken alle noodzakelijke gegevens in te zamelen voor een juiste en relevante evaluatie.

Tijdens het Kamerdebat over deze wet op 30 mei jongstleden in de plenaire vergadering, heb ik mij ertoe verbonden de evaluatieperiode met een jaar in te korten. Ik ben er niet tegen gekant dat op korte termijn een deskundige wordt aangesteld, belast met de monitoring en de evaluatie van de wet. Die evaluatie is trouwens in de wet opgenomen. De wet zal pas in werking treden zes maanden na de publicatie ervan, of in januari 2014.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Wat de evaluatie betreft, ben ik tevreden met het antwoord van de minister. De minister antwoordt dat ze akkoord gaat met de monitoring, maar aangezien de wet pas op 1 januari in werking treedt, wil ze daarmee wachten. Ik zal haar daaraan dan ook aan herinneren. Het is belangrijk om met een goede monitoring en evaluatie mogelijke misbruiken te voorkomen.