5-224COM

5-224COM

Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Handelingen

WOENSDAG 22 MEI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Patrick De Groote aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over «de invoering van controlemechanismen inzake munitiehandel in het Arms Trade Treaty» (nr. 5-2955)

Vraag om uitleg van de heer Patrick De Groote aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over «de onderhandelingen in het kader van een universeel Arms Trade Treaty» (nr. 5-3380)

Vraag om uitleg van de heer Hassan Bousetta aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over «de onderhandeling van een internationaal verdrag inzake de wapenhandel» (nr. 5-2985)

De voorzitster. - Ik stel voor deze vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)

De heer Patrick De Groote (N-VA). - In de week van 16 januari 2013 kwam een onderzoeksrapport van de Britse onderzoeksinstelling Conflict Armament Research Ltd. in de Belgische pers. Dat rapport stelde vast dat ongemarkeerde en aldus illegale munitie die op verschillende plaatsen in conflictsituaties in Afrika is gevonden, van Iraanse makelij was. Er worden negen gevallen behandeld: Kenia, Zuid-Soedan, Uganda voor de periode 2006-2008, Darfur en Zuid-Soedan na 2008, Guinea en Ivoorkust voor de periode 2009-2012 en Nigeria voor de periode 2010, met aanvullende gevallen in Niger en ook de Democratische Republiek Congo in 2009.

Met de recente inspanningen van België en de EU in Mali voor ogen, willen wij de aandacht vestigen op het effect van de illegale wapenhandel op de internationale gemeenschap en willen wij pleiten voor meer controlemiddelen op legale en illegale munitie.

Mijn vraag dateert van de periode van vóór de goedkeuring van de Arms Trade Treaty door de VN. Blijkbaar wilde België op een gegeven ogenblik opnieuw in een wapendossier, zoals destijds bij het verbod op antipersoonsmijnen, een voortrekkersrol spelen op het niveau van de Verenigde Naties door met name in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te pleiten voor de invoering van een wereldwijd controlemechanisme op de productie van munitie; waarbij in de munitie met laserstralen een lotnummer wordt gegraveerd dat de producent en de koper identificeert, zoals dat sinds 2005 in Brazilië voor de interne markt gebeurt.

Ik wijs in dat verband ook naar mijn wetsvoorstel betreffende de markering van munitie, dat onder meer gesteund wordt door collega Anciaux en zelfs door de nieuwe rector van de universiteit van Leuven!

Ik heb begrepen dat er binnen de zes jaar na de inwerkingtreding van het verdrag amendementen kunnen worden ingediend. Ik weet niet of de minister mijn vraag tijdig heeft gekregen, of weet had van mijn wetsvoorstel om er rekening mee te kunnen houden en het belang van munitiemarkering te benadrukken bij de onderhandelingen over de Arms Trade Treaty.

Een punt van kritiek op dat verdrag was dat er te weinig controlemogelijkheden waren over munitie enerzijds en wapenonderdelen anderzijds. Zo kom ik tot mijn tweede vraag.

Van maandag 18 maart tot donderdag 28 maart werd te New York een tweede poging ondernomen om tot universele afspraken te komen inzake de internationale wapenhandel.

In juli 2012 kwam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties niet tot een overeenstemming nadat vooral de grootmachten de Verenigde Staten, Rusland en China meer tijd voor de studie van de verdragsvoorstellen vroegen.

Wat waren de twistpunten in het opstellen van het verdrag? Welke staten lagen dwars in een doortastender verdrag?

Wat waren de argumenten van de tegenstanders van een dergelijk doortastend verdrag?

Welke positie heeft België ingenomen in het algemeen?

Heeft België een speciale rol op zich genomen als pleitbezorger voor meer controle op het vlak van lichte of kleine wapens, wapenonderdelen en, wat me vooral interesseert, op het vlak van munitie?

M. Hassan Bousetta (PS). - Monsieur le ministre, j'ai déposé cette demande d'explications voici déjà un certain temps. Vous avez dès lors répondu dans une certaine mesure à certaines des questions soulevées. Nonobstant, je vous lis ma demande d'explications.

Les armes et leur commerce sont toujours des questions très délicates.

À l'occasion de la déclaration de politique générale du 21 décembre 2012 présentée devant la Chambre des représentants, sur le sujet du désarmement et de la non-prolifération, vous avez déclaré : « Même si la conférence diplomatique sur l'adoption d'un Traité sur le commerce des armes qui s'est tenue au mois de juillet sous l'égide des Nations unies n'a pas permis d'adopter un texte, cela ne signifie pas la fin de nos efforts pour tenter d'obtenir un traité qui soit à la fois ambitieux et inclusif. Un projet de traité est sur la table et un tour final de négociation débutera en mars. La Belgique continuera à s'y impliquer. »

Cet engagement de la Belgique est à saluer a priori.

Ce qui a été discuté finalement, ce n'est ni la restriction ou l'interdiction de types d'armes mais bien la régulation du commerce.

Pourriez-vous donner des explications plus précises sur les axes qui feraient de ce futur traité un texte « à la fois ambitieux et inclusif » ? En particulier, qu'en sera-t-il de la question des munitions ?

Comment le principe de l'évaluation du risque de l'usage des armes pourra-t-il être effectivement apprécié au regard du respect des principes du droit international et du droit humanitaire ?

Enfin, selon quelles modalités les Régions seront-elles associés à l'élaboration de la position de la Belgique dans ce dossier dès lors que les licences d'exportation des armes relèvent des compétences régionales ?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - België heeft zich van bij het begin ingespannen om een wereldwijd verdrag inzake de regulering van de wapenhandel te bevorderen en verheugt zich over het bereikte resultaat: op 2 april jongstleden heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een verdrag goedgekeurd. Het feit dat slechts drie landen - Iran, Syrië en Noord-Korea - hebben tegengestemd, toont aan dat er een zeer breed draagvlak werd bereikt voor een wereldwijde regulering van de wapenhandel. Ik ben bijzonder verheugd met de positieve stem van de Verenigde Staten. De onthouding van enkele andere relevante grootmachten zoals Rusland, China en India zal ons aansporen om druk te blijven uitoefenen opdat die landen het verdrag ook zouden ondertekenen.

Het eindresultaat van de lange en moeizame onderhandelingen is zoals steeds een compromis. België en de Europese Unie hebben dat compromis positief ingeschat omdat de grote meerderheid van onze doelstellingen werden bereikt. Rekening houdend met de terughoudende positie van sommige landen - waaronder de Verenigde Staten - over de opname van munitie in het toepassingsveld van het verdrag, heeft de Europese Unie bijzonder veel energie gestoken in een zo verreikend mogelijke formulering. Munitie wordt nu vermeld in een nieuw artikel 3 van het verdrag, waardoor het duidelijk is dat munitie onder de exportcontroleverplichtingen en verbodsbepalingen van het verdrag valt. Daarmee wordt in ruime, zij het niet in volledige, mate voldaan aan onze verwachtingen.

Ook de definitie van munitie had voor ons ruimer mogen zijn. De gedeeltelijke oplossing is echter beter dan geen oplossing voor de ongereguleerde verspreiding van munitie. Het verdrag mag niet gezien worden als een statisch eindpunt, maar veeleer als het begin van een dynamisch proces van internationaal overleg en best practices die ruimte zullen creëren voor een verdere ontwikkeling van de verbintenissen.

De technische problemen die sommige landen opwerpen in het debat over het markeren van munitie dienen adequaat te worden beantwoord. Die kwestie kwam reeds aan bod tijdens bijeenkomsten in het kader van het VN-actieprogramma tegen de illegale handel in kleine en lichte wapens. Ons land wees daarbij op de nieuwe trends in wapendesign, zoals modulaire systemen en het toenemend gebruik van kunststof, die nieuwe internationale afspraken inzake markeringen vereisen. Op de herzieningsconferentie van het VN- Actieprogramma in 2012 werd een akkoord bereikt om over die materie door de VN een verkennend rapport te laten schrijven. Mijn departement organiseert overleg met alle betrokken Belgische actoren om die kwestie actief op te volgen.

Een belangrijk internationaal instrument in de strijd tegen illegale munitiehandel is het VN- Vuurwapenprotocol. Het protocol werd in 2001 toegevoegd aan de VN-Conventie tegen Transnationale Georganiseerde Misdaad en in 2004 door ons land geratificeerd. Het protocol legt verdragspartijen op om de productie en de internationale handel in vuurwapens, hun onderdelen en munitie in eigen land te reguleren en in strafrechtelijke maatregelen te voorzien in geval van overtredingen. Markering wordt enkel opgelegd voor vuurwapens. Voor munitie wordt wel gevraagd om, daar waar mogelijk en toepasselijk, informatie over internationale transacties te registreren en te bewaren.

Monsieur Bousetta, comme je le disais, le champ d'application du traité est très large ; outre les armes de guerre, il comprend les armes légères, les armes de petit calibre, les munitions et les pièces détachées. L'exportation, l'importation, le transit et le courtage sont soumis à un contrôle. Le traité entend rendre le commerce des armes plus transparent et contribuer à l'établissement de règles du jeu identiques pour tous. La question de l'inclusion des munitions dans le traité à laquelle s'étaient opposés les États-Unis et d'autres États a trouvé une réponse satisfaisante. En effet, l'article 3 du traité qui couvre les munitions étend les obligations en matière de contrôle à l'exportation et les mesures d'interdiction y afférentes à ces munitions. Nous aurions préféré comme vous une définition plus large et plus claire des munitions. Toutefois, le compromis est défendable.

Ce traité instaure un processus de suivi qui permettra de revoir systématiquement la mise en oeuvre du contrôle et d'étudier la possibilité d'élargir ce contrôle sur l'exportation des armes en tenant compte des progrès accomplis et des meilleures pratiques.

Il va sans dire que la Belgique et ses partenaires européens et les autres défenseurs d'un traité fort et ambitieux continueront à veiller à ce que ce nouveau traité ait un impact réel sur la sécurité de nos populations.

Nous tiendrons bien entendu les Régions informées de l'état d'avancement de ce dossier.

De heer Patrick De Groote (N-VA). - Ik ben het met de minister eens dat het verdrag voor het eerst beperkingen oplegt aan de handel in conventionele wapens. Vooraleer die wapens geëxporteerd kunnen worden, moet er een uitgebreide analyse worden gemaakt. Er moeten onder meer garanties zijn dat de wapens niet gebruikt zullen worden voor schendingen van mensenrechten of het humanitair recht, genocide en oorlogsmisdaden. Dat is inderdaad een grote stap vooruit.

Ik ben het ook roerend eens met het standpunt van de minister dat het verdrag geen eindpunt is. Het is een proces dat moet worden voortgezet. Er kunnen nog amendementen worden ingediend en goedgekeurd. Als ik me niet vergis, was een punt van kritiek dat er nog te weinig controlemogelijkheden zijn op munitie en wapenonderdelen. Ik hoop dat mijn wetsvoorstel in verband met het markeren van munitie een oplossing kan bieden en dat de minister rekening wil houden met dat voorstel bij volgende besprekingen. Ik dank de minister bij voorbaat voor zijn inspanningen.

M. Hassan Bousetta (PS). - Je voudrais remercier le ministre de sa réponse et regretter évidemment que nous n'ayons cette discussion que tardivement même si son actualité a resurgi lorsque nous avons appris par voie de presse une vente de matériel de la Défense qui suscitait des questions. « Charité bien ordonnée commence par soi-même », j'interrogerai donc le ministre de la Défense à ce propos.