5-223COM

5-223COM

Commissie voor de Sociale Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 21 MEI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Cindy Franssen aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid over źde wezenbijslag╗ (nr. 5-3468)

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Een kind dat een of beide ouders verloren heeft, kan als weeskind recht hebben op wezenbijslag. De voorwaarden daarvoor kent de staatssecretaris ook, die hoef ik dus niet op te sommen.

Het kind heeft recht op wezenbijslag vanaf de maand na het overlijden van de ouder of ouders. Het verliest zijn recht op wezenbijslag zodra de overlevende ouder hertrouwt of gaat samenwonen. Dan krijgt het weeskind weer de gewone kinderbijslag. Wanneer de overlevende ouder scheidt of weer alleen gaat wonen, heeft het weeskind opnieuw recht op wezenbijslag. Als de overlevende ouder hertrouwt of gaat samenwonen, maar geen contact meer heeft met het weeskind en niet bijdraagt in de kosten voor het kind, kan het weeskind ook nog recht hebben op wezenbijslag.

Om de drie jaar wordt de overlevende ouder in zijn woonplaats gecontroleerd om te zien of nog steeds aan de voorwaarden van de wezenbijslag voldaan wordt. Laat er geen twijfel over bestaan, controles zijn belangrijk, maar in de praktijk blijken ze voor de overlevende ouder en het gezin soms heel pijnlijk en confronterend te zijn. Het proces van rouwverwerking gaat bij de ene ouder sneller dan bij de andere. Zeker wanneer het gezin nog in rouw is, kunnen vragen naar eventuele nieuwe partners en de specifieke woonsituatie gevoelig liggen of zelfs een beetje schokkend zijn.

Een empathische aanpak die rekening houdt met de specifieke gezinscontext, zou bij controles dus zeker op zijn plaats zijn. De controles zijn bedoeld om misbruiken en fraude te detecteren - en dat moet ook - maar mogen niet traumatiserend zijn voor de gezinnen die zich aan de regels houden en hun verdriet nog niet hebben verwerkt. Een automatische controle via de informatie in de Kruispuntbank kan heel wat gezinnen veel leed en administratieve rompslomp besparen.

Daarom heb ik voor de staatssecretaris volgende vragen.

Hoeveel hebben de controles ter plaatse in 2011 gekost?

Hoeveel hebben ze de schatkist in 2011 opgeleverd?

Bij hoeveel gezinnen werden er in 2011 en 2012 misbruiken vastgesteld? Hoeveel gezinnen verloren met andere woorden de wezenbijslag?

Hoe verlopen de controles precies? Welke vaststellingen worden er gedaan in de woonplaats van de overlevende ouder? Welke vragen worden er gesteld?

Wie voert de controles uit? Wordt een sociale dienst bij de controles betrokken?

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's. - De wezenbijslag wordt inderdaad betaald volgens de schaal die is opgenomen in artikel 50bis van de "kinderbijslagwet werknemers" op voorwaarde dat de overlevende ouder geen feitelijk gezin vormt met een niet-verwante persoon.

Om te garanderen dat alle kinderen exact de kinderbijslag krijgen waar ze recht op hebben, maar ook om gezinsbijslagfraude te bestrijden zijn de acties van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers of RKW een fundamenteel onderdeel van het preventiebeleid. Dat beleid steunt op het ter beschikking stellen van zo volledig mogelijke informatie over de betrokkenen aan de beheerders van kinderbijslagdossiers via een kadaster en in de vorm van gegevens van authentieke bronnen in andere sectoren. De sociale controles bij de gezinnen thuis vormen een aanvulling op dat preventiebeleid omdat bepaalde essentiŰle gegevens die nodig zijn om het recht op kinderbijslag vast te stellen, niet automatisch worden doorgestuurd. Ik denk bijvoorbeeld aan de inkomsten of de werkelijke gezinssituatie.

De werkelijke gezinssituatie stemt niet altijd overeen met de gegevens over de gezinssamenstelling in het Rijksregister van de natuurlijke personen. Het verschil tussen de verhoogde wezenbijslag en de gewone kinderbijslag is echter groot en via de huisbezoeken wil men de gegevens verzamelen, die de werkelijke situatie van de personen bevestigen.

De RKW kan me geen antwoord geven in verband met de eerste en tweede vraag omdat er momenteel geen statistieken bestaan van de kosten van die controles of van de teruggevorderde bedragen als gevolg van die bezoeken.

Voor de derde vraag is er slechts een gedeeltelijk antwoord. Hoe vaak de controleurs van de RKW bij huisbezoeken vaststellen dat een onjuiste verklaring werd afgelegd over de gezinssituatie, wordt wel bijgehouden, maar met dat aantal wordt geen specifieke statistiek opgemaakt in het kader van de gehele regeling voor de kinderbijslag voor werknemers. Bovendien is de gezinssituatie niet alleen een factor bij het toekennen van de wezenbijslag, maar ook bij het toekennen van andere sociale toeslagen en in de cijfergegevens wordt er geen onderscheid gemaakt. In 2011 werden bij de 269 117 door de Rijksdienst betaalde gezinnen 12 403 huisbezoeken uitgevoerd door de controleurs van de RKW. In 106 van de 261 gevallen waarbij die bezoeken tot de terugvordering van onterecht betaalde kinderbijslag geleid hebben, ging het om onjuiste verklaringen over de gezinssituatie. In 2012 werden echter 11 116 huisbezoeken uitgevoerd op 272 732 door de Rijksdienst betaalde gezinnen en werd in 245 gevallen kinderbijslag teruggevorderd. Daarvan ging het in 77 gevallen om onjuiste verklaringen over de gezinssituatie.

In antwoord op de vierde vraag kan ik meedelen dat de gecontroleerde gezinnen per brief op de hoogte worden gebracht van het huisbezoek van de controleur in de week voor het gepland is. Ze kunnen de afspraak verplaatsen en ook bijkomende informatie vragen over de controle op zich en de reden ervan, zoals wettelijkheid, grond van de controle enzovoort. Tijdens het huisbezoek kan de werkelijke gezinssituatie worden vergeleken met de administratieve situatie zoals die gekend is bij de betaaldiensten, maar kunnen eveneens feitelijke elementen aan het licht komen die essentieel zijn om het recht op kinderbijslag maximaal uit te oefenen.

Er worden vragen gesteld naar de gezinssituatie van de overlevende ouder - vormt hij of zij eventueel een gezin en zo ja sinds wanneer - over de bestaansmiddelen, zodat het statuut als gezinshoofd kan worden gerechtvaardigd, en over een eventuele deelname in de gezinskosten door een derde persoon.

In antwoord op de vijfde vraag wijs ik erop dat in artikel 152 van de "kinderbijslagwet werknemers" bepaald is dat de RKW en alle primaire kinderbijslagfondsen over een controledienst moeten beschikken om hun opdracht van toezicht te kunnen uitoefenen. De RKW neemt echter de controle van de kinderbijslaginstellingen over, aangezien enkel de controleurs van de Rijksdienst over de in het Sociaal Strafwetboek vastgelegde bevoegdheden van sociaal inspecteurs beschikken.

De sociaal inspecteurs en controleurs van de Rijksdienst hebben een specifieke opleiding gevolgd om doeltreffend en correct te communiceren in het kader van hun opdracht. Bij de reorganisatie van de sociale controles wordt ernaar gestreefd de frequentie van de wezencontroles te verminderen.

De huisbezoeken van de controleurs hebben bovendien een ondersteunende en informerende functie. De betrokkenen kunnen vragen stellen over de kinderbijslag en verduidelijking vragen over de complexe reglementering die op hen van toepassing is.

Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Ik moet toch even de wenkbrauwen fronsen wanneer ik hoor dat zo'n 12 000 huisbezoeken een 106-tal verkeerde dossiers opleveren. Hoeveel kosten dergelijke controles aan de schatkist en hoeveel brengen ze uiteindelijk op? Wellicht zou een hardere controle aan de andere kant van het spectrum, bij de fiscale fraude, ons veel meer opbrengen. Maar goed, elke fraude is er een te veel.

Meten is weten en daarom betreur ik het dat we over zo weinig statistieken beschikken.

De huisbezoeken hebben vooral een ondersteunende functie en als ze ons maar zo weinig opbrengen, dan moeten we ons misschien eens afvragen of we niet beter werken aan een verdere automatisering in het kader van de Kruispuntbank. Maar misschien is dat voor na de bevoegdheidsoverdracht. In elk geval kan een verdere automatisering zorgen voor de nodige besparing in kosten, maar ook in leed.