5-99

5-99

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 25 AVRIL 2013 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Nele Lijnen à la ministre de l'Emploi sur «le statut unique et les possibles licenciements préventifs» (no 5-963)

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - De sociale partners hebben jarenlang de gelegenheid gehad om het probleem van het eenheidsstatuut op te lossen, maar zijn daar helaas niet in geslaagd. Daarom ligt nu een voorstel van de regering op de tafel. Vreemd genoeg stellen we vast dat de vakbonden, die jarenlang de mogelijkheid hebben gehad hierover een compromis uit te werken, actie voeren en de regering aanmanen snel werk te maken van dit eenheidsstatuut.

Vandaag lees ik dat diverse werkgeversfederaties melden dat bedrijven overwegen arbeiders te ontslaan vanwege van het arbeidersstatuut. Zo zouden bijvoorbeeld in de textiel- en meubelsector vooral de kleine bedrijven arbeiders discreet willen ontslaan alvorens te duur wordt. Bedrijven vrezen immers dat arbeiders tot tienmaal zoveel gaan kosten en door de aanhoudende onzekerheid zetten ze die mensen liever nu op straat.

Aangezien het Grondwettelijk Hof vóór begin juli een oplossing vraagt voor de discriminatie tussen arbeiders en bedienden op het vlak van opzegtermijnen en de carenzdag en omdat het regeringswerk niet lijkt te vlotten, bevinden heel wat bedrijfsleiders zich in onzekerheid. Bovendien slaat de crisis in veel sectoren hard toe. Bedrijfsleiders zijn bang dat door inderhaast genomen maatregelen of door een beslissing van het Grondwettelijk Hof de kosten voor eventuele ontslagen niet meer te dragen zullen zijn.

De beslissing over het eenheidsstatuut laat op zich wachten en de impact van die besluiteloosheid wordt nogmaals duidelijk.

Ik vraag de minister de historische kans te grijpen en duidelijkheid te scheppen, zowel voor de werknemers als voor de werkgevers.

Hoe reageert de minister op deze berichtgeving? Kent ze bedrijven die vanwege van het eenheidsstatuut reeds arbeiders hebben ontslaan of dit van plan zijn? Is de minister van plan maatregelen te nemen? Welk tijdpad zal ze daarbij volgen?

Mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk. - Het onderscheid tussen hoofd- en handenarbeid is niet meer van deze tijd. Er is trouwens geen enkele job meer waar de werknemer alleen met zijn handen of met zijn hoofd moet werken. Beide tegelijkertijd doen is trouwens gezond.

De regering heeft het sociaal overleg alle kansen gegeven en blijft dat doen. Het is immers essentieel dat we het sociaal overleg niet vervangen.

Dat neemt niet weg dat we een oplossing moeten vinden voor een probleem dat sterk met het verleden is verbonden en niet zozeer met de toekomst. Een oplossing lijkt me slechts haalbaar te zijn als iedereen ervan doordrongen is dat we een werkbaar model nodig hebben voor de toekomst.

In dat compromis moeten zowel de perspectieven en de aandachtspunten van de werknemers en hun organisaties worden opgenomen, als die van de werkgevers en hun organisaties. Met andere woorden, er moet een consensus ontstaan middels een tripartiteoverleg. Niet dat de regering zo graag aan de onderhandelingen wil deelnemen, maar wel omdat de partners hierover al ruim 27 jaar met elkaar discussiëren en nog steeds geen oplossing hebben gevonden en vooral omdat ze de regering hebben laten weten dat ze er samen niet uit geraken.

Daarom heeft de regering de partners gevraagd voorstellen te doen en ons te laten weten welke marge zij in hun onderhandelingen willen inbouwen, hoe ze een oplossing willen creëren, en dergelijke. Dat overleg verliep heel constructief, maar desalniettemin hebben we vastgesteld dat de meningen van de sociale partners over het merendeel van de aspecten sterk uiteenlopen.

Vervolgens hebben we voorgesteld enkele creatieve scenario's uit te tekenen. Aan de hand van cijfers toetsen we de implicaties daarvan nu af. De tijd ontbreekt om alles inhoudelijk tot in alle details toe te lichten, maar we hopen wel een consensus te bereiken. Zowel de bescherming van de sociale rechten van de werknemers, vooral van de zwakkeren op de arbeidsmarkt, als het behoud van de economische leefbaarheid van arbeidsintensieve bedrijven en het behoud van de creatie van jobs zijn daarbij belangrijk.

Ik heb vastgesteld dat de vakbonden actie hebben gevoerd en verklaringen hebben afgelegd in de pers. Ook de werkgevers hebben via de pers voorstellen gedaan en verklaringen afgelegd. Zo hebben ze onder meer laten weten dat zij zouden overgaan tot een preventief ontslag van arbeiders, omdat er nog geen duidelijkheid bestaat over de inhoud van het eenheidsstatuut.

Voor alle duidelijkheid wil ik benadrukken dat de regering het probleem van de arbeidsintensieve sectoren begrijpt. Niettemin moet ter zake toch enige nuance worden aangebracht. De economische crisis laat zich vandaag sterk gevoelen, en in mijn ogen vallen op dit moment veel ontslagen ten gevolge van die economische crisis.

Ik zou ten slotte de werkgevers- en de werknemersorganisaties willen oproepen om de zaken de komende weken niet op de spits te drijven. De spanning neemt immers steeds maar toe, terwijl een constructieve oplossing er slechts in een sereen klimaat kan komen.

Het zal in dit dossier helaas niet mogelijk zijn om een oplossing te vinden die volledig tegemoetkomt aan de wensen van elke betrokken partij, maar ik doe een beroep op het gezond verstand van eenieder.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - De minister roept alle betrokken partijen op om het debat sereen te voeren, maar intussen tikt de klok. Het Grondwettelijk Hof heeft immers een deadline opgelegd.

Ik heb begrip voor de onzekerheid van zowel de werknemers als de werkgevers in dit dossier. Het is inderdaad van belang dat alle betrokken actoren het debat genuanceerd voeren.

Voor ons is het essentieel dat de loonkosten, die voor de Belgische bedrijven al torenhoog zijn, niet nog verder oplopen. Dat zou ook de werknemers immers niet ten goede komen. Het is dus belangrijk dat zo snel mogelijk oplossingen worden gevonden.