5-1946/2 | 5-1946/2 |
19 MAART 2013
I. INLEIDING
De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 12 en 19 maart 2013.
II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE HEER DIDIER REYNDERS, VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN EUROPESE ZAKEN
Het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom bundelde de verschillende wetgevingen inzake merken, tekeningen en modellen en belastte het Benelux-Bureau inzake de intellectuele eigendom (hierna BBIE), met zetel te Den Haag, met het beheer van de merken en tekeningen of modellen.
Bij de invoering van het nieuwe Verdrag werden de vroegere bepalingen van de eenvormige Benelux-wetten niet noemenswaardig gewijzigd. De praktijk van de laatste jaren en de ervaring van de gebruikers en het BBIE hebben de regeringen ertoe aangezet een aantal wijzigingen aan het BBIE voor te stellen, teneinde het te vereenvoudigen en aan te passen aan de technologische evolutie. De voornaamste wijzigingen betreffen de invoering van de nieuwe i-DEPOT-dienst, de schrapping van het register van gemachtigden en de versoepeling van de publicatieprocedure van het uitvoeringsreglement. Het is de bedoeling de toegang tot de bescherming van de merken en tekeningen of modellen op het grondgebied van de Benelux zoveel mogelijk te bevorderen ten gunste van alle ondernemingen.
III. BESPREKING
De heer De Groote verwijst naar de voornaamste wijzigingsvoorstellen opgenomen in het Protocol. De schrapping van de bepalingen in verband met het register van erkende gemachtigden is een goede zaak omdat hier al jaren werd op aangedrongen. De invoering van de nieuwe bepalingen in verband met dienst i-DEPOT aanziet spreker als een extra bewijsmiddel. De versoepeling van de vereisten voor publicatie van het uitvoeringsreglement ten slotte zorgt voor meer klaarheid. Door deze drie wijzigingen wordt het Verdrag meer in lijn gebracht met de praktijk en wordt zijn efficiëntie verhoogd.
De heer Verstreken stelt vast dat dit een gemengd verdrag is en hij wenst ook de stand van de instemmingsprocedure voor het Verdrag te kennen voor Nederland en Luxemburg.
De vertegenwoordiger van de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken antwoordt dat dit inderdaad een gemengd verdrag is en dat de parlementen van de deelstaten van België ook reeds hun instemming hebben verleend. De parlementen van Luxemburg en Nederland hebben hun instemming gegeven op respectievelijk 24 januari 2012 en 4 januari 2013.
IV. STEMMINGEN
De artikelen 1 en 2 alsmede het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteurs, | De voorzitter, |
| Bert ANCIAUX. Jean-Jacques DE GUCHT. | Karl VANLOUWE. |
De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 5-1946/1 - 2012/2013).