5-210COM

5-210COM

Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Handelingen

WOENSDAG 27 FEBRUARI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Ludo Sannen aan de minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden over ęhet recht op onderwijs in noodsituatiesĽ (nr. 5-2765)

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 26 september 2012 lanceerde secretaris-generaal Ban Ki-Moon zijn Education First-initiatief. In dat persoonlijk pamflet hamert hij erop dat basisonderwijs een fundamenteel mensenrecht is en dat geen enkele omstandigheid mag worden ingeroepen om de toegang tot dat recht te beperken. Dat 61 miljoen kinderen wereldwijd anno 2013 nog steeds niet naar school gaan, is dan ook ontoelaatbaar. Nog minder acceptabel is dat de historische trend van de wereldwijde veralgemening van het basisonderwijs gestagneerd is en zelfs dreigt te keren.

De kinderorganisatie UNICEF is ook bekommerd en merkt op dat de helft van de niet-schoolgaande kinderen in een noodsituatie leeft en afhankelijk is van humanitaire hulp. Als we weten dat crisissituaties gemiddeld negen jaar aanhouden, dan moeten we ons niet verwonderen over de desastreuze impact ervan op de scholingsgraad van hele bevolkingsgroepen.

UNICEF wijst donorlanden op hun verantwoordelijkheden. Alleen wanneer ze op een doortastende wijze aandacht hebben voor onderwijs in crisissituaties en daarvoor uitdrukkelijk middelen reserveren, kunnen kinderen een elementaire vorming krijgen.

Bovendien beklemtonen experts de positieve effecten van onderwijs op de doeltreffendheid van noodhulp zelf en de wederopbouw na het einde van de crisis.

Met een gericht noodhulpbeleid kan ook BelgiŽ de toegang tot basisonderwijs voor kinderen in de moeilijkste situaties verbeteren. Daarom heb ik voor de minister volgende vragen.

Besteedt de Belgische ontwikkelingssamenwerking aandacht aan onderwijs wanneer ze betrokken is bij een humanitaire interventie en zo ja, hoe gebeurt dat?

Heeft de minister er zicht op hoeveel de federale overheid besteedt aan onderwijs tijdens humanitaire crisissen? Zo nee, wat vindt de minister van het voorstel om een traceringssysteem op te zetten, zodat overheid en burgers per interventie kunnen nagaan hoeveel geld aan onderwijs is besteed?

Hoe staat de minister tegenover het idee om onderwijs een structurele verankering te geven in het budget voor humanitaire hulp?

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Bij elke crisis worden de noden in kaart gebracht en wordt gepoogd de ergste noden eerst te lenigen, waar mogelijk rekening houdend met de Belgische toegevoegde waarde. Wanneer onderwijs de ergste nood is, dan wordt het gefinancierd.

De jongste jaren heeft BelgiŽ specifiek steun verleend aan de beschermingsprogramma's voor kinderen in noodsituaties van het VN-kinderfonds, Unicef. Enerzijds worden middelen ingezet om de getroffen kinderen op korte termijn te helpen overleven, anderzijds zijn er ook programma's voor het behoud van het universeel recht op onderwijs. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de lopende Belgische financiering aan Unicef in de volgende landen. Zo ontvangt HaÔti 6 miljoen euro voor bijvoorbeeld scholenbouw, Afghanistan 1,6 miljoen euro voor sanitaire voorzieningen in scholen, lesmateriaal en educatieve ondersteuning, en Ivoorkust krijgt 500 000 euro voor psychosociale bijstand, waaronder ook onderwijs.

De financiering wordt opgevolgd op het projectniveau, zowel in de federale databank ODA.be als die van de Europese Commissie EDRIS. Er is jammer genoeg geen capaciteit voor een opvolging op het activiteitenniveau. We hopen dat het met de veralgemeende invoering van de IATI-standaarden, International Aid Transparency Initiative, bij alle partners mogelijk wordt.

Men kan er evenwel van uitgaan dat de humanitaire steun via Unicef vrijwel altijd rechtstreeks of onrechtstreeks te maken heeft met het recht op onderwijs of het vergroten van de kans daarvoor. Zo is in Zuid-Soedan recent een project gestart ten bedrage van 1 miljoen euro.

Indien onderwijs structureel verankerd zou zijn in het budget voor humanitaire hulp, zouden de humanitaire principes volgens welke de hulp moet worden besteed waar de nood het hoogst is, worden geschonden. Het redden van levens moet uiteraard de belangrijkste bekommernis zijn. Daarenboven zijn er veel belangrijke items die om de beurt in de belangstelling staan: onderwijs, kinderbescherming, seksueel geweld, voedselzekerheid, klimaatinvloed. Een toewijzing a priori voor elk van die noden zou de budgetten voor ergste noden, meestal levensreddende interventies, onredelijk beperken.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Ik ben niet helemaal gerustgesteld met het antwoord. Er worden heel wat inspanningen gedaan voor noodsituaties, maar landen als Zweden, Japan en Denemarken kiezen er bewust voor om bij elke humanitaire hulp een bedrag toe te wijzen voor onderwijs. Ik denk ook dat het nodig is dat een aantal landen op dat vlak een voortrekkersrol spelen, waardoor er misschien op termijn internationaal meer mogelijk wordt.

Noodhulp is vereist bij een tsunami. Noodhulp voor een land in oorlog daarentegen impliceert structurele hulp op lange termijn, want kinderen hebben niet alleen voedsel nodig maar ook bijvoorbeeld onderwijsstructuren. Het is ook efficiŽnter om allerlei soorten hulp te combineren.

Zodra de noodhulp structureel wordt, vind ik dat een gedeelte van het budget moet worden toegewezen aan onderwijs. Naar het voorbeeld van andere landen zou BelgiŽ naast humanitaire hulp ook structurele hulp moeten aanbieden, al was het maar om op die manier ook andere landen ertoe aan te zetten hetzelfde te doen en dat recht internationaal af te dwingen.

De heer Jean-Pascal Labille, minister van Overheidsbedrijven en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - Ik ben het met het daarmee eens. Ik denk dat onderwijs de grootste uitdaging is en het begin van alles.

De heer Ludo Sannen (sp.a). - Een kind in een vluchtelingenkamp is niet geholpen met alleen voedsel. Het heeft ook nood aan medische zorg en omkadering. Als die bijhorende zaken ontbreken, ontstaat er een probleem voor de volgende generatie.