5-1987/1

5-1987/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

26 FEBRUARI 2013


Voorstel van resolutie betreffende Tibet

(Ingediend door de heer Benoit Hellings en mevrouw Freya Piryns)


TOELICHTING


In dit voorstel van resolutie worden aanbevelingen geformuleerd voor het buitenlands beleid van onze regering, zowel bilateraal als via de Europese Unie (EU), teneinde de eerbiediging van de mensenrechten van het Tibetaanse volk te verbeteren, met inbegrip van het recht om de eigen identiteit en religieuze, culturele en taalkundige uitingen hiervan te bewaren en te ontwikkelen, een constructieve dialoog en onderhandelingen tussen de regering van de Volksrepubliek en de gezanten van de Dalai Lama te ondersteunen, en hulp te bieden aan Tibetaanse vluchtelingen, met name in Nepal en India.

Het is van belang voor de geloofwaardigheid van ons land en de Europese Unie, die de bevordering van de mensenrechten en het internationaal recht vastgelegd heeft als een belangrijke doelstelling in haar extern beleid en zich ertoe verbond haar relaties met partners te baseren op de eerbiediging van de mensenrecht in het Verdrag van Lissabon, dat zij de bevordering van de mensenrechten en het internationaal recht in beleidsdaden vertalen.

Benoit HELLINGS.
Freya PIRYNS.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. verwijzend naar de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948;

B. verwijzend naar artikel 36 van de Grondwet van de Volksrepubliek China, dat alle burgers het recht op godsdienstvrijheid garandeert;

C. gelet op Artikel 21 van het Verdrag van Lissabon (1) waarin de Europese Unie (EU) de bevordering van de mensenrechten in het internationaal recht vastgelegd heeft als een belangrijke doelstelling in haar extern beleid en zich ertoe verbond haar relaties met partners te baseren op de eerbiediging van de mensenrecht;

D. overwegende dat de eerbiediging van de mensenrechten en de vrijheid van identiteit, cultuur, godsdienst en vereniging fundamentele beginselen van het buitenlands beleid van de EU en haar lidstaten zijn;

E. overwegende dat de EU de kwestie van de rechten van de Tibetaanse minderheid aan de orde heeft gesteld tijdens de 31e ronde van de mensenrechtendialoog EU-China, die op 29 mei 2012 in Brussel is gehouden; overwegende de weigering van de Chinese autoriteiten om deze dialoog tweemaal per jaar te houden, evenals hun standpunt inzake de randvoorwaarden en de frequentie van de bijeenkomsten, met name ten aanzien van de versterking van het onderdeel  maatschappelijk middenveld  en het betrekken van dat maatschappelijke middenveld bij de dialoog; overwegende dat de mensenrechtendialoog EU-China geen betekenisvolle verbeteringen in de mensenrechtensituatie van de Tibetanen heeft opgeleverd;

F. overwegende dat de gezanten van de Dalai Lama de regering van de Volksrepubliek China hebben benaderd om een vreedzame en wederzijds voordelige oplossing voor de kwestie-Tibet te vinden; overwegende dat de gesprekken tussen beide partijen geen concrete resultaten hebben opgeleverd en momenteel stilliggen;

G. overwegende dat de autoriteiten van de Volksrepubliek China bij hun optreden tegen de protesten in Tibet in 2008 disproportioneel geweld hebben gebruikt en sindsdien restrictieve veiligheidsmaatregelen hanteren die de vrijheid van meningsuiting, vereniging en godsdienst beperken;

H. overwegende dat bij de protesten in 2008 wellicht meer dan 200 slachtoffers zijn gevallen en dat het aantal aanhoudingen tussen 4 434 en meer dan 6 500 bedroeg, terwijl er eind 2010 in Tibet 831 bekende politieke gevangenen waren, van wie er 360 door een rechter waren veroordeeld en er 12 een levenslange gevangenisstraf uitzaten;

I. overwegende dat er berichten zijn dat de autoriteiten van de Volksrepubliek China gebruik maken van folterpraktijken, zoals slagen, het gebruik van stroomstootwapens, langdurige eenzame opsluiting, verhongering en andere gelijkaardige maatregelen, om van de Tibetaanse gevangenen bekentenissen af te dwingen;

J. overwegende dat er sinds 2009, 100 Tibetanen, onder wie voornamelijk monniken en nonnen, zichzelf in brand zouden hebben gestoken als protest tegen de restrictieve Chinese maatregelen in Tibet en om op te roepen tot de terugkeer van de Dalai Lama en het recht op godsdienstvrijheid in de prefectuur van Aba/Ngaba (provincie Sechouan) en andere delen van de Tibetaanse hoogvlakte, waaronder de historische Tibetaanse hoofdstad Lhasa in de autonome regio Tibet;

K. overwegende dat de huidige gezondheidstoestand en verblijfplaats van een aantal slachtoffers van zelfverbranding, zoals met name Chimey Palden, Tenpa Darjey, Jamyang Palden, Lobsang Gyatso, Sona Rabyang, Dawa Tsering, Kelsang Wangchuck, Lobsang Kelsang, Lobsang Kunchok en Tapey, onbekend of onduidelijk zijn;

L. overwegende dat de activiteiten van internationale journalisten, media en onafhankelijke waarnemers in Tibet zeer sterk beperkt worden;

M. overwegende dat Gedhun Choekyi Nyiman, de elfde Panchen Lama, door de autoriteiten van de Volksrepubliek China is aangehouden, en niet gezien is sinds 14 mei 1995;

N. overwegende de benoeming van de speciale EU-vertegenwoordiger voor de mensenrechten Stavros Lambrinidis in juli 2012;

O. overwegende dat het strategische partnerschap tussen de EU en de Volksrepubliek China moet berusten op gemeenschappelijke gedeelde beginselen en waarden,

Vraagt de regering :

1. de autoriteiten van de Volksrepubliek China te verzoeken echte, betekenisvolle autonomie toe te kennen aan het historische grondgebied van Tibet;

2. haar teleurstelling te uiten over het feit dat de regering van de Volksrepubliek China sinds januari 2010 niet bereid is tot voortzetting van de dialoog met de gezanten van de Dalai Lama, en de Chinese autoriteiten aan te moedigen een open, openhartige en betekenisvolle discussie aan te gaan met de vertegenwoordigers van het centrale Tibetaanse bestuur over de toekomst van Tibet;

3. druk te zetten op de autoriteiten van de Volksrepubliek China om de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van godsdienst van de Tibetanen eerbiedigen;

4. met kracht aan te dringen bij de Chinese overheid om onafhankelijk internationaal onderzoek naar de protesten van 2008 en de nasleep daarvan toe te staan, en te verzoeken om de vrijlating van de politieke gevangenen;

5. elke vorm van marteling van personen die in hechtenis zitten, te veroordelen, en de autoriteiten van de Volksrepubliek China te verzoeken onafhankelijke internationale inspecties van de gevangenissen en detentiecentra in Tibet en in de rest van China toe te staan;

6. het feit dat de Chinese autoriteiten met harde hand blijven optreden tegen Tibetaanse kloosters te veroordelen, en de Chinese regering te verzoeken om de vrijheid van godsdienst te waarborgen voor het Tibetaanse volk;

7. met kracht aan te dringen bij de Chinese autoriteiten op de bekendmaking van het lot en de verblijfplaats van alle slachtoffers van zelfverbranding in Tibet;

8. de Chinese autoriteiten te vragen het lot en de verblijfplaats van Chedun Choekyi Nyima, de elfde Panchen Lama, bekend te maken;

9. de Chinese autoriteiten te verzoeken de taalvrijheid en de culturele, godsdienstige en andere fundamentele vrijheden van de Tibetanen te eerbiedigen en te stoppen met de hervestiging van Han-Chinezen in de historische gebieden van Tibet en Tibetaanse nomaden niet langer te dwingen hun traditionele levenswijze op te geven;

10. de Chinese autoriteiten op te roepen alle beperkingen op te heffen en aan onafhankelijke media, journalisten en mensenrechtenwaarnemers onbelemmerde toegang en bewegingsvrijheid in heel Tibet te verlenen;

11. de vice-voorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de EU te verzoeken

A. meer en intensievere inspanningen te leveren om de mensenrechtensituatie van de Tibetanen aan de orde te stellen in de mensenrechtendialoog EU-China;

B. alles in het werk te stellen om de mensenrechtendialoog doeltreffender en sterker resultaatgericht te maken;

C. de mensenrechtensituatie in Tibet bij elke ontmoeting met de vertegenwoordigers van de Volkrepubliek China aan de orde te stellen;

D. een speciale vertegenwoordiger van de EU voor Tibet te benoemen om de eerbiediging van de mensenrechten van het Tibetaanse volk te verbeteren, met inbegrip van het recht om de eigen identiteit en religieuze, culturele en taalkundige uitingen hiervan te bewaren en te ontwikkelen, een constructieve dialoog en onderhandelingen tussen de regering van de Volksrepubliek en de gezanten van de Dalai Lama te ondersteunen, en hulp te bieden aan Tibetaanse vluchtelingen, met name in Nepal en India;

12. de bovenstaande kwesties ook actief aan te kaarten op andere internationale fora.

7 februari 2013.

Benoit HELLINGS.
Freya PIRYNS.

(1)  Het internationaal optreden van de Unie berust en is gericht op de wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting, de ontwikkeling en de uitbreiding van de Unie ten grondslag liggen : de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht. De Unie streeft ernaar betrekkingen te ontwikkelen en partnerschappen aan te gaan met derde landen en met de mondiale, internationale en regionale organisaties die de in de eerste alinea bedoelde beginselen delen. Zij bevordert multilaterale oplossingen voor gemeenschappelijke problemen, met name in het kader van de Verenigde Naties.