5-90

5-90

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 31 JANVIER 2013 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Guido De Padt au vice-premier ministre et ministre des Finances et du Développement durable sur «les contrôles des autorités locales par les services fiscaux» (no 5-831)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Sedert meer dan een jaar worden een aantal lokale besturen door de belastingdiensten gecontroleerd. De controle behelst onder meer de mogelijke belastbaarheid in de rechtspersonenbelasting van een aantal gemeentelijke inkomsten, zoals standgelden op markten en kermissen, concessievergoedingen, leenrechten in de bibliotheek en retributies voor de inname van het openbaar domein door de horeca. Volgens de interpretatie van de controleurs van de FOD Financiën zou op een aantal van die inkomsten roerende voorheffing zijn verschuldigd.

De Open Vld is zich bewust van de mogelijke negatieve financiële gevolgen van deze controles voor de lokale besturen.

Er is niet alleen het financiële aspect, met vaak advocatenkosten, maar ook de enorme hoeveelheid werk, en dat niet alleen voor de lokale besturen, maar ook voor de fiscus zelf. Het gaat toch al snel over enkele duizenden tot tienduizenden euro per bestuur. Voor mijn eigen stad Geraardsbergen gaat het bijvoorbeeld om 25 000 euro per jaar. De fiscus wil vijf jaar teruggaan. Dat betekent dat Geraardsbergen meer dan honderdduizend euro roerende voorheffing verschuldigd zou zijn.

De plaats en het voorwerp van de controles en de jaren dat de fiscus teruggaat worden vaak lukraak gekozen. Er zit daar geen lijn in.

Er wordt geprobeerd in het belang van alle partijen een algemeen geldende oplossing te vinden.

Lokale besturen trekken intussen hun plan en ze nemen contact op met de belastingdiensten met de vraag geduld te oefenen. In dat geval zijn ze echter afhankelijk van de goodwill van de fiscus. Als de belastingen niet vrijwillig worden betaald, kunnen inbeslagnames volgen.

Dat is een zeer slechte evolutie. Onze steden en gemeenten kunnen nu al nauwelijks het hoofd boven water houden.

Het getuigt ook van weinig respect dat de federale overheid via belastingen de middelen van de lokale entiteiten afroomt.

De lokale besturen vrezen dat tegen de door de fiscale administratie aangehaalde motivering niets valt in te brengen en dat enkel een wetgevend initiatief een antwoord kan bieden.

Bevestigt de minister dat heel wat lokale besturen de afgelopen tijd door de belastingdiensten werden gecontroleerd, met als resultaat dat op een aantal gemeentelijke inkomsten roerende voorheffing zou zijn verschuldigd? In hoeveel en in welke gemeenten is dat gebeurd en over welke bedragen gaat het?

Klopt het dat het afgelopen jaar naar een oplossing werd gezocht? Wat is de stand van zaken? Kan de minister bevestigen dat de administratie er ondertussen op aandringt de voorgestelde regeling te aanvaarden? Is de vrees van de lokale besturen terecht dat enkel een wetgevend initiatief soelaas kan brengen? Hoe ziet een dergelijke regeling er volgens de minister dan precies uit?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken. - Bij de bespreking van mijn beleidsnota in het Parlement heb ik erop gewezen dat de administratie een redelijke zekerheid moet kunnen bieden dat iedereen - burgers zowel als bedrijven - zijn verplichtingen nakomt met volle eerbiediging van de geldende regel- en wetgeving. Dat geldt uiteraard ook voor de openbare besturen. Daarom heeft de administratie in de uitoefening van een van haar kerntaken ook bij de lokale besturen fiscale controles gedaan. De administratie kon helaas binnen de korte termijn sinds deze vraag is ingediend, niet de gevraagde cijfers ter beschikking stellen. Vanuit zijn eigen ervaring als minister zal collega De Padt ongetwijfeld begrijpen dat dergelijke gegevens best via een schriftelijke vraag worden opgevraagd.

Overigens kan ik over individuele gevallen geen informatie geven. In het algemeen spitsen de controles zich toe op de inkomsten van lokale besturen die fiscaal als roerend inkomen worden beschouwd en die bijgevolg aan de roerende voorheffing zijn onderworpen. De desbetreffende fiscale bepalingen zijn van openbare orde en moeten in principe restrictief worden geïnterpreteerd. Dat betekent dat de lokale besturen de schuldenaar zijn van deze roerende voorheffing.

Bij een fiscale controle moet natuurlijk altijd rekening worden gehouden met de specifieke feitelijke en juridische gegevens van elk geval afzonderlijk. Ook moet de administratie zich houden aan de circulaires en instructies die ter zake zijn opgemaakt.

Het wetgevende initiatief waar de heer De Padt naar vraagt, komt eigenlijk neer op een vrijstelling van de roerende voorheffing voor de lokale besturen. Dat zou een impact hebben op de federale begroting. Een dergelijke maatregel is ook niet opgenomen in het regeerakkoord, dat de basis vormt voor het overleg over de financiering van de verschillende bestuursniveaus. Het initiatief houdt tevens het risico in dat de evenwichten tussen de federale entiteiten die nu in het regeerakkoord zijn vastgelegd, op losse schroeven komen te staan. Daarom vind ik het momenteel niet opportuun om een initiatief in die zin te nemen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Het is heel begrijpelijk dat openbare overheden net zo min als gewone burgers graag belastingen betalen.

In dit geval heeft de federale overheid de taak de goede onderlinge verhoudingen tussen de verschillende overheden te bewaken. We zouden dan ook mogen verwachten dat ze er rekening mee houdt dat de gemeentebesturen voor de federale overheid heel wat taken uitvoeren. Ik denk bijvoorbeeld aan de uitreiking van de identiteitskaarten. De federale overheid zou dan ook enige goodwill aan de dag mogen leggen.

We lezen alle dagen in de kranten dat de gemeentebesturen, die het dichtst bij de burger staan, het vandaag zeer moeilijk hebben. In Geraardsbergen, mijn eigen stad, zijn de controleurs de voorbije jaren nooit langsgekomen. Nu deden ze dat plots wel en staan wij voor een uitgave van meer dan 100 000 euro, in oude Belgische franken toch nog altijd vier miljoen.