5-1931/1

5-1931/1

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

16 JANUARI 2013


Voorstel van resolutie inzake het conflict in Oost-Congo en de betrokkenheid van Rwanda en Uganda

(Ingediend door mevrouw Nele Lijnen c.s.)


TOELICHTING


De rebellengroep M23 (Beweging van 23 maart) ontstond in april 2012 uit onvrede met de toestanden in het nationaal leger van de Democratische Republiek Congo. Aanvankelijk bestond de groep uit zo'n driehonderd soldaten, tegenwoordig zou dit aantal oplopen tot meer dan vijfduizendvijfhonderd. M23 is voornamelijk actief in Oost-Congo, meer bepaald in de provincie Noord-Kivu. Verschillende mensenrechtenorganisaties, alsook de Verenigde Naties (VN), hebben rapporten vrijgegeven waaruit duidelijk wordt dat M23 zich schuldig maakt aan misdaden tegen de mensheid, waaronder moord, verkrachtingen, het inzetten van kindsoldaten, enz.

Door het geweld zijn honderdduizenden Congolezen op de vlucht moeten slaan. Dit heeft geleid tot een humanitaire ramp, want de rebellen maken het voor hulporganisaties quasi onmogelijk om enige vorm van ondersteuning te bieden aan de vluchtelingen. Velen van hen zitten zonder voedsel, verzorging en onderdak. De rebellen sparen deze vluchtelingen niet en behandelen hen zeer gewelddadig en met de grootste willekeur.

Ter verdediging van de burgerbevolking werkt het Congolese leger samen de VN-troepen van de MONUSCO-missie, die opgericht is om de regio te stabiliseren. De rebellen blijken echter te beschikken over superieur wapentuig. Dit werd pijnlijk duidelijk toen M23 op 20 november 2012 de hoofdstad van Noord-Kivu, Goma, kon innemen. Ondanks veroordelingen door de internationale gemeenschap en de oproep ten aanzien van M23 om zich terug te trekken, blijft de strijd doorgaan. M23 liet verstaan dat het door wilde gaan met de strijd. Het volgende doel zou Bukavu zijn, hoofdstad van de provincie Zuid-Kivu. Het uiteindelijke doel zou de nationale hoofdstad Kinshasa zijn.

Rwanda en Uganda zouden medeplichtig zijn aan de opmars van M23. Beide landen ontkennen dit, en ook M23 zelf ontkent dat het zulke steun krijgt. De VN-Veiligheidsraad heeft de acties van M23 weliswaar scherp veroordeeld, maar toch wijst het Rwanda en Uganda niet expliciet terecht. Een recent rapport van de Verenigde Naties doet dit echter wel. De twee landen ondersteunen de rebellen tactisch in hun strijd. Vooral Rwanda bewapent de rebellen actief, wat de materiële superioriteit van de beweging verklaart.

Nele LIJNEN.
Marie ARENA.
Rik TORFS.
Jean-Jacques DE GUCHT.
Bert ANCIAUX.
Yoeri VASTERSAVENDTS.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. overwegende resolutie 918 van 17 mei 1994 van de VN-Veiligheidsraad, die er kwam ter veroordeling van het genocidale geweld in Rwanda en een wapenembargo instelde om te voorkomen dat wapenmateriaal in handen kwam van niet-gouvernementele of illegale groeperingen;

B. overwegende resolutie 1823 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juli 2008, waardoor het wapenembargo tegen Rwanda opgeheven werd, weliswaar onder de voorwaarde dat wapens niet bij illegale gewapende groeperingen mochten terechtkomen;

C. overwegende resolutie 2076 van de VN Veiligheidsraad van 20 november 2012, die het geweld van de M23-rebellen ten scherpste veroordeelt, hen vraagt om zich terug te trekken en externe actoren vraagt om alle ondersteuning aan de rebellen onmiddellijk stop te zetten;

D. overwegende het VN-rapport van 21 november 2012, waarin gesteld wordt dat zowel Rwanda als Uganda een actieve rol spelen in de organisatie en versterking van de M23-rebellen, waarbij Rwanda actief wapens zou leveren aan de rebellen en troepen zou rekruteren voor de rebellen;

E. overwegende de MONUSCO-missie van de Verenigde Naties, met als doel de stabilisatie van de regio van Oost-Congo, zoals aangenomen in resolutie 1925 op 28 mei 2010;

F. gelet op de uitspraken van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties van 20 november 2012, die het geweld ten scherpste veroordeelt omdat het onschuldige burgers treft en humanitaire hulp ernstig verhindert;

G. gelet op de rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties, onder wie Human Rights Watch en Amnesty International, die melding maken van oorlogsmisdaden door de rebellenbeweging M23, waaronder executies, verkrachtingen, gedwongen rekrutering, ..., en van de zeer ernstige humanitaire crisis waarin de vluchtelingen zich als gevolg van het geweld bevinden;

H. gelet op de kritiek van de Europese Unie, die de M23-rebellen oproept om hun strijd te staken (bijvoorbeeld ook de uitspraken van 19 november 2012 van de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de Unie), alsook de recente beslissing om een deel van de bilaterale hulp tijdelijk te schorsen;

I. gelet op de uitspraken van het Office of the Special Representative of the Secretary-General for Children and Armed Conflict van 21 november 2012, waarin grote ongerustheid geuit wordt over het welzijn van kinderen in het conflict, die sterven door het geweld of onder dwang van de M23-rebellen als kindsoldaten worden ingezet in het conflict;

J. gelet op de berichten van het UN Refugee Agency (UNHCR), dat onder andere op 21 november 2012 meldde dat het geweld vele tienduizenden Congolezen op de vlucht heeft doen slaan in een regio waar al een enorme vluchtelingenstroom bestond;

K. gelet op de berichten van het International Committee of the Red Cross (ICRC) van 23 november 2012, dat meldt dat het met de dag moeilijker wordt om gewonden en zieken te bereiken en dat hierdoor duizenden Congolezen zonder noodhulp zitten;

L. overwegende dat ons land een beleid inzake ontwikkelingssamenwerking voert ten aanzien van Rwanda (57 236 364 euro begroot in 2011 (1) ) en Uganda (10 379 026 euro begroot in 2011 (2) ),

Vraagt de regering :

1. haar inspanningen voort te zetten om de situatie in Oost-Congo hoog op de Europese en internationale politieke agenda te plaatsen, om zo grotere druk uit te oefenen op de M23-rebellen, andere gewapende groepen in de regio en de actoren van wie ze financiële en logistieke steun krijgen;

2. er bij Rwanda en Uganda op aan te dringen volledige opheldering te brengen wat betreft de actieve betrokkenheid van hooggeplaatsten bij de bewapening en tactische organisatie van de M23-rebellen en al het nodige te ondernemen om deze steun onmiddellijk te laten ophouden;

3. er bij de Europese en internationale partners op aan te dringen het debat te openen over het eventueel opnieuw instellen van een wapenembargo, zoals ingesteld in resolutie 918 door de VN-Veiligheidsraad, indien Rwanda niet onmiddellijk overgaat tot het actief ondernemen van de stopzetting van de militaire escalatie in Oost-Congo;

4. er bij de Europese en internationale partners op aan te dringen de MONUSCO daadkrachtig te ondersteunen en te pleiten voor een versterking van haar mandaat;

5. de inspanningen op te voeren om tot een gemeenschappelijk standpunt van de Europese lidstaten te komen wat betreft de gevolgen die aan de toestand in Oost-Congo en de gerapporteerde oorzaken daarvan moeten worden verbonden op vlak van de ontwikkelingssamenwerking met Rwanda en Uganda, voor zover deze de burgerbevolking niet direct ten goede komt;

6. de budgetten die vrijgemaakt worden voor ontwikkelingssamenwerking met Rwanda en Uganda, en die de burgerbevolking niet direct ten goede komen, om te zetten in budgetten ter ondersteuning van de vele vluchtelingen in Oost-Congo.

6 december 2012.

Nele LIJNEN.
Marie ARENA.
Rik TORFS.
Jean-Jacques DE GUCHT.
Bert ANCIAUX.
Yoeri VASTERSAVENDTS.

(1) http://diplomatie.belgium.be/nl/binaries/rwanda_2008-2011_tcm314-182632.pdf.

(2) http://diplomatie.belgium.be/nl/binaries/uganda_2008-2011_tcm314-182683.pdf.