5-189COM

5-189COM

Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 11 DECEMBER 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over ęhet huiselijk geweld tegen migrantenvrouwenĽ (nr. 5-2757)

Mevrouw Fatma Pehlivan (sp.a). - Human Rights Watch (HRW) heeft recent een rapport uitgebracht over huiselijk geweld tegen migrantenvrouwen in ons land. In het rapport The law was against me legt de mensenrechtenorganisatie de vinger op de wonde. BelgiŽ doet veel inspanningen om huiselijk geweld aan te pakken, maar schiet tekort op het vlak van de bescherming van migrantenvrouwen. Dat blijkt uit de vele schrijnende getuigenissen die zijn opgenomen in het rapport.

Huiselijk geweld is voor iedereen erg, maar voor migrantenvrouwen is het extra pijnlijk, aldus HRW. Vele slachtoffers staan machteloos tegenover het geweld. Uit vrees het land te worden uitgezet, durven ze vaak geen klacht in te dienen. Zolang hun verblijfsvergunning onzeker is, zien zij zich verplicht bij hun partner te blijven en het geweld te ondergaan, soms met vrees voor hun eigen leven. De problemen doen zich vaak voor bij vrouwen die in het kader van gezinshereniging naar BelgiŽ komen. Zij zitten in een kwetsbare positie want ze moeten minstens drie jaar bij hun partner blijven wonen om een permanente verblijfsvergunning te krijgen. Die wetsbepaling, ingevoerd om schijnhuwelijken tegen te gaan, plaatst vrouwen in een kwetsbare positie, want hun echtgenoten weten dat ze geen klacht durven in te dienen.

De wet beschermt mishandelde migrantenvrouwen, maar in de praktijk blijkt het vaak mis te gaan. Veel vrouwen die hun gewelddadige partner verlaten, verliezen hun verblijfsvergunning. Volgens HRW zijn de voorwaarden in de praktijk niet realistisch. Slachtoffers moeten de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) op de hoogte brengen van het geweld voor ze hun huis ontvluchten, wat vaak niet lukt. Vaak kennen ze de wetgeving niet of worden ze niet goed ingelicht door politie en hulpverleners. Uit de getuigenissen blijkt dat ze vrouwen zelf aanraden om bij hun man te blijven tot ze een definitieve verblijfsvergunning hebben. De vrouwen kunnen bovendien geen aanspraak maken op OCMW-steun, waardoor vluchthuizen huiverachtig zijn om hen op te vangen.

BelgiŽ heeft in september de conventie van de Raad van Europa goedgekeurd over de preventie en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De conventie vraagt aan de betrokken landen om bescherming te bieden aan slachtoffers van huiselijk geweld, ongeacht hun status als migrant.

In het rapport worden verschillende aanbevelingen gedaan voor de minister bevoegd voor binnenlandse zaken en gelijke kansen waaronder:

Hoe staat de minister tegenover de kritiek dat de Belgische wetgeving mishandelde migrantenvrouwen, vooral zij die in het kader van gezinshereniging in ons land verblijven en nog niet over een definitieve verblijfsvergunning beschikken, onvoldoende beschermt en hoe gaat ze de aanbevelingen aan ons land ter harte nemen?

Heeft BelgiŽ de conventie van de Raad van Europa al geratificeerd? Indien niet, wanneer is dat gepland? Moet de Belgische wetgeving inzake de bescherming van mishandelde migrantenvrouwen worden aangepast indien BelgiŽ de conventie ratificeert?

Mevrouw JoŽlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - De wet van 15 december 1980 werd gewijzigd om rekening te kunnen houden met de kwetsbaarheid van buitenlandse personen die het slachtoffer zijn van intrafamiliaal geweld. Daartoe werden bepalingen ingelast die de bevoegde minister in staat stellen de specifieke toestand in aanmerking te nemen van buitenlandse personen die het slachtoffer zijn van intrafamiliaal geweld. Zo bepaalt de wet dat een maatregel die een einde maakt aan een verblijfsrecht, niet van toepassing is "wanneer bijzonder moeilijke toestanden dit vereisen, bijvoorbeeld als men slachtoffer is geweest van huiselijk en/of intrafamiliaal geweld". Gelet op de onzekerheid van hun verblijfsstatuut aarzelen buitenlandse personen die het slachtoffer zijn van partnergeweld toch nog zich op het gerecht te beroepen om de bescherming die hen verschuldigd is, te verkrijgen. Het nationaal actieplan (NAP) voor de strijd tegen geweld op vrouwen maakt op het ogenblik het voorwerp uit van een update en wordt verrijkt met nieuwe acties. Tevens krijgen de aanbevelingen van Human Rights Watch veel aandacht. Ze worden besproken en geanalyseerd om na te gaan of de wetgeving kan worden aangepast.

Op 11 september ondertekende BelgiŽ de Conventie van de Raad van Europa voor het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De volgende stap is de bekrachtiging van de Conventie. De bekrachtigingsprocedure is opgestart. De Conventie moet op federaal niveau worden bekrachtigd, maar tevens door de parlementen van de Gewesten en Gemeenschappen. BelgiŽ heeft de werkzaamheden rond de Conventie binnen de Raad van Europa gesteund. Daarom heb ik gevraagd de opvolging van de Conventie als specifieke maatregel van het NAP te integreren.

Mevrouw Fatma Pehlivan (sp.a). - Ik hoop dat de conventie zo spoedig mogelijk door alle niveaus wordt bekrachtigd. Met het oog daarop zal ik de minister van Gelijke Kansen daarover aanspreken in het Vlaamse Parlement.

Schijnhuwelijken moeten vanzelfsprekend worden aangepakt. Het probleem dat ik vandaag aankaart gaat over vrouwen die worden mishandeld door hun partner die ze kan onder druk zetten omdat de verblijfsvergunning van de vrouw nog niet definitief is waardoor de vrouw geen klacht durft in te dienen.

Enkele weken geleden nog kreeg ik een telefoontje van een vrouw uit Lokeren. Ze was totaal over haar toeren, maar desondanks heb ik haar de raad gegeven het nog drie jaar vol te houden.

We moeten ons ervan bewust zijn dat terugkeren voor die vrouwen bijna onmogelijk is. Ze zijn naar ons land gekomen met een droom, en niet voor een schijnhuwelijk. Als vrouw en als parlementslid moeten we ons aangesproken voelen om voor die vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, een wettelijke regeling uit te werken en die vrouwen ook informeren, zodat ze hulp kunnen gaan zoeken. Ik ben er van overtuigd dat het probleem veel groter is dan we vermoeden.