5-135/5

5-135/5

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

11 DECEMBER 2012


Voorstel van resolutie ter versterking van de positie van de vrouw en haar rechten in Afghanistan


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEREN ANCIAUX EN VASTERSAVENDTS


I. INLEIDING

De commissie heeft dit voorstel van resolutie besproken tijdens haar vergaderingen van 9 november 2010 en 11 december 2012. De commissie heeft daarenboven het advies gevraagd van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen. Dat advies werd op 1 februari 2011 uitgebracht (zie stuk Senaat, nr. 5-135/3).

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR MEVROUW NELE LIJNEN, HOOFDINDIENER VAN DIT VOORSTEL VAN RESOLUTIE

Dit voorstel van resolutie neemt de tekst over van het voorstel van resolutie dat reeds op 14 mei 2009 werd ingediend door mevrouw Margriet Hermans c.s. (stuk Senaat, nr. 4-1330/1).

Mevrouw Lijnen schetst vooreerst de abstracte krijtlijnen van mensenrechten en universaliteit om vervolgens in te gaan op de situatie in Afghanistan. Het is immers van belang om duidelijk aan te geven wat onze ijkpunten zijn in het buitenlands beleid, alsook onze inzet van manschappen in het buitenland. Enkel met deze ijkpunten voor ogen, kan er een daadwerkelijke bijdrage geleverd worden tot het verbeteren van de samenleving in Afghanistan.

Mensenrechten zijn er voor iedereen, altijd en overal. Dat is het uitgangspunt van de opstellers van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, nu bijna zestig jaar geleden. En vandaag de dag hoort dat nog steeds ons uitgangspunt te zijn, juist nu mensenrechten internationaal steeds meer onder druk komen te staan. De strijd tegen de terreur en de strijd voor mensenrechten gaan dan ook hand in hand.

In Afghanistan moet prioriteit worden gegeven aan de strijd tegen onveiligheid, financiële onzekerheid bij vrouwen en kinderen, en aan duurzame steun voor het politiek proces waarbij ook aandacht wordt besteed aan vertegenwoordigingsquota van vrouwen binnen het justitieel apparaat en de uitvoerende macht, en het aanpassen van de discriminerende wetten. Onze militaire inzet binnen ISAF moet gepaard gaan met een sterke controle op de naleving van de mensenrechten aldaar.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Anciaux vraagt zich af of dit voorstel niet beter tijdens de evaluatie van het Belgisch Nationaal Actieplan voor de implementatie van VN-Veiligheidsresolutie 1325 « Vrouwen, Vrede en Veiligheid » zou worden besproken.

Mevrouw Lijnen dringt aan om dit voorstel van resolutie toch afzonderlijk te behandelen en dieper in te gaan op de situatie in Afghanistan, aangezien daar Belgische troepen aanwezig zijn.

Mevrouw Khattabi is het eens met het principe van het voorstel van resolutie. Het tweede punt van het dispositief, dat over de vraag aan het Afghaanse Parlement gaat om de wet terug te schroeven, is echter een vrome wens die de tekst enigszins ontkracht.

Mevrouw Matz meent dat het voorstel van resolutie geactualiseerd moet worden. Het geeft ook blijk van enig gebrek aan realisme. Moet de eerbiediging van de vrouwenrechten, wat weliswaar essentieel is, de enige voorwaarde zijn om de missie van onze troepen te verlengen, zoals vermeld in punt 13 ?

Spreekster pleit ervoor een voorstel van resolutie op te stellen waarin de gehele problematiek van vrouwenrechten meer algemeen wordt behandeld.

De heer Mahoux geeft er de voorkeur aan dat de problematiek in Afghanistan in al zijn aspecten wordt behandeld zonder zich te beperken tot het probleem van de vrouwenrechten.

De heer Daems is van oordeel dat in een resolutie best een specifiek probleem mag behandeld worden, zonder daarbij in te gaan op het geheel van de problematiek. Onze militaire aanwezigheid in Afghanistan is juist een reden om op een specifiek probleem te wijzen.

De heer Mahoux antwoordt dat het debat over Afghanistan weer globaal moet worden gevoerd.


Alvorens de discussie verder te zetten, beslist de commissie om het advies te vragen van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen. Dit Adviescomité heeft, op basis van een aantal hoorzittingen, op 1 februari 2011 eenparig advies uitgebracht en een aantal aanbevelingen geformuleerd (stuk Senaat, nr. 5-350/3).

Nadien heeft de heer Vasteravendts c.s. een reeks amendementen ingediend, gebaseerd op advies van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen.

Bespreking van de amendementen

Considerans

Punten M en N

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 8 in, dat strekt om de punten M en N van de considerans te vervangen als volgt : « gelet op de belangrijke deelname van België zowel aan de militaire als de civiele acties in Afghanistan; ».

Mevrouw Arena legt uit dat het raadzaam is de considerans te actualiseren door er in algemener bewoordingen naar te verwijzen.

Het amendement nr. 8 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Dispositief

Punt 4b

Mevrouw Sleurs c.s. dient het amendement nr. 1 in dat ertoe strekt in het dispositief, het punt 4.b) als volgt te vervangen : « de toekenning van duurzame steun aan het politieke proces, waarbij een gegarandeerde en groeiende vertegenwoordiging van vrouwelijke vertegenwoordigers op parlementair, uitvoerend en justitieel vlak vooropgesteld wordt; ».

De heer De Bruyn legt uit dat hierdoor het woord « quota » wordt vervangen. Het heeft immers geen zin over quota te spreken als men het begrip niet verduidelijkt. Het is beter een omschrijving te hanteren waarbij wordt beklemtoond dat het gaat om een duurzame en groeiende vertegenwoordiging.

De heer Anciaux is van mening dat het amendement ook niet duidelijk is. Quota zijn meestal een goede zaak en een belangrijk aspect, zeker voor de gendergelijkheid.

Mevrouw Piryns is van mening dat men het woord quota moet behouden. Door quota kan men immers iets afdwingen. Tijdens de discussie in het Adviescomité voor Gelijke kansen van mannen en vrouwen, heeft mevrouw de Bethune verklaard dat, aangezien Afghanistan een kieswet gestemd heeft waarin quota zijn opgenomen, dit ook in de tekst van het voorstel van resolutie kan behouden blijven (stuk Senaat, nr. 5-135/3, p. 25). In feite zal het amendement nr. 1 de tekst van het voorstel van resolutie afzwakken.

De heer De Bruyn antwoordt dat hij zelfs een streefcijfer van 50 % wil inbouwen, wat evenredigheid betekent. Quota zonder concrete cijfers lijken hem echter zinloos.

De heer Torfs vindt dat het opleggen van quota getuigt van een ethno-centristische visie, waarachter een zeker paternalisme schuilgaat. Men wil het voorstellen als een strategie die geschikt zou zijn voor een land zoals Afghanistan met een totaal verschillende sociale en politieke cultuur

Volgens de heer Anciaux gaat het enkel om een voorzichtige aanbeveling, die zinvol kan zijn.

Ook mevrouw Piryns is er van overtuigd dat het hanteren van quota in een groeipad inzake de politieke vertegenwoordiging van vrouwen, een weerslag kan hebben op de vertegenwoordiging van alle vrouwen in Afghanistan.

Mevrouw Arena c.s. dient amendement nr. 6 in dat ertoe strekt amendement nr. 1 aan te vullen met de woorden « en pariteit wordt nagestreefd ». Op die manier wordt er geen enkel instrument uitgesloten dat de Afghaanse Staat ter beschikking staat voor een gegarandeerde en groeiende vertegenwoordiging van vrouwen op parlementair, uitvoerend en justitieel vlak.

De heer Torfs steunt het amendement nr. 6 van mevrouw Arena omdat het een tussenkomst voorstaat, maar gedaan met de nodige terughoudendheid.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken wijst erop dat de Afghaanse wet reeds voorziet in een quotum van 25 % zetels in het Afghaanse Parlement die voorbehouden zijn voor vrouwen. De vrouwen die in aanmerking komen voor deze voorbehouden zetels, zijn echter niet altijd in staat om zelf de parlementaire functies uit te oefenen. Ze hangen af van andere leden van hun familie of hun partij, in dit geval mannen. Men moet bijgevolg aandringen op een substantiële, effectieve en duurzame vertegenwoordiging van vrouwen.

Om de verschillende visies te verzoenen, dient mevrouw Piryns vervolgens het amendement nr. 7 in. Het strekt ertoe het punt 4 van het dispositief als volgt te vervangen : « de toekenning van duurzame steun aan het politieke proces, waarbij quota, met een gegarandeerde en groeiende vertegenwoordiging van vrouwen op parlementair, uitvoerend en justitieel vlak, als doel aanbevolen wordt ».

De heer de Bruyn geeft de voorkeur aan het amendement nr. 7 van mevrouw Piryns omdat hierin de elementen van de duurzaamheid en de groei worden benadrukt.

De heer Vastersavendts stelt voor om, volledigheidshave, aan het amendement nr. 7 van mevrouw Piryns het streefdoel van de pariteit toe te voegen.

De commissie verklaart zich vervolgens akkoord om het amendement nr. 7 als volgt te corrigeren : « de toekenning van duurzame steun aan het politieke proces, waarbij quota, met een gegarandeerde en groeiende vertegenwoordiging van vrouwen op parlementair, uitvoerend en justitieel vlak, als doel aanbevolen wordt, strevende naar pariteit ».

De amendementen nrs. 1 en 6 worden door de indieners ingetrokken. Het aldus gecorrigeerde amendement nr. 7 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Punt 6

De heer Vasteravendts c.s. dient het amendement nr. 2 in dat ertoe strekt om het punt 6 te doen vervallen.

De heer Vastersavendts legt uit dat dit amendement nr. 2 past binnen een reeks amendementen die de concrete punten hernemen van de eenparig aangenomen aanbevelingen van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen. Gelet op het brede draagvlak dat tot stand kwam na de vele hoorzittingen, is het opportuun om de eenparig goedgekeurde aanbevelingen daadwerkelijk te volgen.

Volgens spreker moet het punt 6 worden geschrapt omdat de vraag overbodig is, aangezien de NAVO nu over een Actieplan beschikt met uitdrukkelijke aandacht voor Afghanistan.

Het amendement nr. 2 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Punt 7

De heer Vasteravendts c.s. dient het amendement nr. 3 in dat ertoe strekt om het punt 7 als volgt te vervangen : « verder te investeren in de uitbouw van kennis en expertise inzake gender en conflicten, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van de beschikbare informatie, studies en expertise van de Commissie Vrouwen en Ontwikkeling; ».

De heer Vastersavendts legt uit dat ook het amendement nr. 3 past binnen een reeks amendementen die de concrete punten hernemen van de eenparig aangenomen aanbevelingen van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen. Daarom stelt spreker voor om punt 7 te vervangen door te wijzen op het voortzetten en versterken van de uitbouw van kennis en expertise inzake gender en conflicten. Het past hierbij gebruik te maken van de sterk opgebouwde expertise van de Commissie Vrouwen en Ontwikkeling.

Het amendement nr. 3 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Punt 12

De heer Vasteravendts c.s. dient het amendement nr. 4 in dat ertoe strekt om in het punt 12 de woorden « Hiertoe zal een handleiding voor onze ambassade worden opgesteld » te doen vervallen.

De heer Vastersavendts preciseert dat amendement nr. 4 eveneens een concreet punt herneemt van de eenparig aangenomen aanbevelingen van het Adviescomité voor Gelijke kansen voor vrouwen en mannen. De aandacht voor de mensenrechten in Afghanistan is van het grootste belang. De voorgestelde handleiding lijkt niet het geëigende instrument hiertoe.

Het amendement nr. 4 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Punt 13

De heer Bousetta stipt aan dat punt 13 onze bijdrage tot de ISAF-missie afhankelijk maakt van de eerbiediging van de mensenrechten door de Afghaanse overheid. Dit moet worden aangepast.

De heer Vasteravendts c.s. dient het amendement nr. 5 in dat ertoe strekt om het punt 13 van het dispositief te doen vervallen.

De heer Vastersavendts legt uit dat de aanwezigheid van Belgische militairen gezien moet worden in een ruimer perspectief, rekening houdende met het engagement dat ons land heeft genomen binnen de NAVO. Bovendien is het respect voor de mensenrechten als voorwaarde voor een dergelijke missie, inderdaad niet het juiste uitgangspunt.

Het amendement nr. 5 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

IV. STEMMINGEN

Het aldus geamendeerde voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteurs, De voorzitter,
Bert ANCIAUX. Yoeri VASTERSAVENDTS. Karl VANLOUWE.

Tekst aangenomen door de commissie : (zie stuk Senaat, nr. 5-135/6 — 2012/2013).