5-78

5-78

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 NOVEMBER 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Elke Sleurs aan de staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude over «de strijd tegen de fraude met ziekte-uitkeringen en de responsabilisering van artsen» (nr. 5-707)

Mevrouw Elke Sleurs (N-VA). - Tijdens de huidige moeilijke begrotingsronde vestig ik de aandacht van de staatssecretaris op de engagementen van zijn beleidsnota. Met het oog op de strijd tegen de uitkeringsfraude engageerde hij zich om behandelend en adviserend artsen te responsabiliseren.

Hij wenste in 2012 behandelend artsen te sensibiliseren met betrekking tot het uitschrijven van ziekteattesten en adviserend artsen te sensibiliseren met betrekking tot de controle op deze ziekteattesten.

Als senator en als zorgverlener ben ik bijzonder geïnteresseerd in de stand van zaken van deze specifieke actie uit zijn beleidsplan.

Samen met de staatssecretaris ben ik van mening dat elke arts in dit land perfect op de hoogte moet zijn van de gevolgen die een ziekteattestering kan hebben, dat de kleine groep van artsen die welwillendheidsattesten afleveren aangepakt moeten worden en dat de adviserend artsen een ongemeen belangrijke rol te vervullen hebben bij de intrede van de arbeidsongeschiktheid en bij de opvolging ervan.

Heeft de staatssecretaris al overleg gepleegd met de verschillende actoren, met name de Orde van Geneesheren, de betrokken beroepsverenigingen, met het RIZIV en met de medische directies van de landsbonden?

Heeft hij al concrete acties ondernomen en welke acties zal hij nog ondernemen om tot de uitvoering te komen van dit punt van zijn beleidsnota, dat de begroting zeker ten goede zal komen?

De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - Ik ben blij dat mevrouw Sleurs dit belangrijke onderwerp nog eens ter sprake brengt. Al van bij het aantreden van de nieuwe regering heb ik de strijd tegen fraude door artsen in mijn beleidsnota opgenomen en later heb ik het in mijn actieplan hernomen, omdat de afspraken heel specifiek moesten worden gemaakt. Bij het debat in het parlement over de beleidsnota en over de begroting was dit ook een van de discussiepunten over fraudebestrijding die het meest animo teweegbracht, zowel in de Kamer als in de Senaat.

Omdat het onderwerp zoveel animo losmaakte, hebben we toen in het Actieplan Fraudebestrijding de context beschreven waarin we dat plan zouden uitvoeren. Met de focus op het ten onrechte afleveren van arbeidsongeschiktheidsattesten door artsen gaat het RIZIV na hoe het voor elke arts informatie kan bijhouden over de attesten die hij aflevert. Het Actieplan vermeldt daarover onder andere het oprichten van een kadaster. Uiteraard moet hierbij rekening gehouden worden met de bescherming van het privéleven en het beroepsgeheim van de artsen. In de bespreking van december-januari heb ik er vooral voor gepleit dat we minstens in staat moeten zijn om abnormaal voorschrijfgedrag te bekijken. Dat impliceert niet altijd dat er een probleem is, omdat er voor hogere aantallen altijd een reden kan zijn.

Ik ben het ermee eens dat het om een kleine groep artsen gaat, maar dat is een reden te meer om die zeker aan te pakken. Een paar maanden geleden hadden we nog een extreem voorbeeld van een arts uit Brussel die tegen betaling attesten afleverde.

Ik kan mevrouw Sleurs geruststellen dat ik dit thema zeker niet vergeet bij de huidige begrotingsopmaak. De bevoegde minister heeft trouwens al de werkzaamheden opgestart om de strijd tegen deze fraude samen met een werkgroep te gaan bekijken. Er zijn ook al bilaterale contacten geweest met verschillende betrokken actoren, zij het nog niet met allemaal. Zelf wil ik een deadline vastleggen tegen wanneer de eerste resultaten er moeten zijn, zoals het opmaken van een kadaster of de manier waarop de gegevens van het voorschrijfgedrag kunnen worden bijgehouden met respect voor het privéleven en het beroepsgeheim van de artsen.

Mevrouw Elke Sleurs (N-VA). - Ik ben blij te horen dat er werk van wordt gemaakt. Uiteraard is de privacy van de artsen belangrijk, maar even belangrijk is dat die kleine groep van frauderende artsen wordt aangepakt, alleen al uit respect voor al hun collega's die hun werk wel naar behoren uitvoeren.

Ik zal de staatssecretaris te gepasten tijde aan zijn engagementen blijven herinneren.