5-1788/1

5-1788/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

10 september 2012


Wetsontwerp houdende instemming met de Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, ondertekend te Brussel op 3 februari 2009 en 3 maart 2009


INHOUD

  • Memorie van toelichting
  • Wetsontwerp
  • Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
  • Voorontwerp van wet
  • Advies van de Raad van State

  • MEMORIE VAN TOELICHTING


    Deze overeenkomst, in de vorm van een uitwisseling van brieven, komt tegemoet aan de wens van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) om op haar zetel over een apotheek te beschikken die open is voor de personeelsleden en de bezoekers van de organisatie. Deze apotheek zal met andere woorden toegankelijk zijn voor alle personen die toegang hebben tot de vestigingsplaats van de centrale zetel van de NAVO.

    De geldende criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, vastgesteld krachtens artikel 4, § 3, 1º, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, laten niet toe dat een apotheek zich vestigt op de zetel te Evere. Met deze overeenkomst verbindt België zich evenwel tot het toekennen van het mogelijkheid om een bestaande apotheek naar de zetel van de NAVO over te brengen.

    Anderzijds mag een overbrenging niet voor gevolg hebben dat de geneesmiddelenvoorziening in het gedrang wordt gebracht. Daarom wordt de aanvraag per analogie onderworpen aan een onderzoek zoals beschreven in artikel 3 van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken. Gezien de spreiding geen rol speelt bij de beoordeling van onderhavige vestiging dienen de omliggende apothekers niet in kennis te worden gesteld.

    De apotheek wordt vrijgesteld van de verplichting tot deelname aan de wachtdiensten (artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen). Dit volgt uit de toegekende voorrechten en immuniteiten aan de NAVO.

    Voor het overige blijft de apotheek onderworpen aan de Belgische wetgeving, met inbegrip van alle uitvoeringsbesluiten. Zo zal de vergunninghouder van de apotheek onderworpen blijven aan de verplichte registratieprocedure en kan de vergunning van de apotheek worden ingetrokken of geschorst onder de door de Koning bepaalde voorwaarden krachtens artikel 4, § 3, 1º, van het koninklijk besluit nr. 78.

    Voor het toezicht werd overeengekomen dat de door de bevoegde Belgische instanties aangewezen personen permanent en op eerste verzoek toegang krijgen tot de apotheek. Het toezicht op de apotheek kan tijdelijk worden beperkt voor zover de belangen van de NAVO als internationale instelling dit rechtvaardigen, en dit in overeenkomst met het statuut van de organisatie. Voor de beslechting van mogelijke geschillen werd een arbitrage uitgewerkt in de overeenkomst.

    Op 1 maart 2010 heeft de Raad van State zijn advies gegeven bij het voorontwerp van wet houdende instemming met het voorliggende verdrag. Met betrekking tot dit advies kunnen de volgende opmerkingen worden geformuleerd. In de gemeente waar de zetel van de NAVO is gevestigd, wordt de vestiging niet mee in aanmerking genomen wat betreft de toepassing van de criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren. De apotheek wordt daarentegen wel in rekening gebracht voor de bepaling van het maximum aantal apotheken op grond van artikel 4, § 3, 1º, zesde lid van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Dit laat de mogelijkheid aan de vergunninghouder van de apotheek om, onder de algemene regels vastgelegd krachtens artikel 4, § 3, 1º, vierde lid, van hetzelfde besluit, de apotheek te verplaatsen buiten de zetel van de NAVO indien hij niet meer kan beschikken over de vestigingsplaats.

    De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken,

    Didier REYNDERS.

    De vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

    Laurette ONKELINX.

    De minister van Landsverdediging,

    Pieter DE CREM.


    WETSONTWERP


    ALBERT II,

    Koning der Belgen,

    Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen,

    Onze Groet.

    Op de voordracht van Onze vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, van Onze vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Onze minister van Landsverdediging,

    Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

    Onze vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, Onze vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze minister van Landsverdediging zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Senaat in te dienen :

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, ondertekend te Brussel op 3 februari 2009 en 3 maart 2009, zal volkomen gevolg hebben.

    Art. 3

    Naar de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, kan een bestaande apotheek zoals bedoeld in artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, worden overgebracht.

    Voor de overbrenging wordt een vergunning toegekend door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, na gemotiveerd advies van de vestigingscommissie.

    De vergunning tot overbrenging wordt toegestaan op voorwaarde dat onder de geldende criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, er geen mogelijkheid is tot opening van een apotheek in de gemeente van waaruit de overbrenging wordt gevraagd.

    Deze vestiging wordt niet mee in aanmerking genomen wat betreft de toepassing van de criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, vastgelegd met toepassing van artikel 4, § 3, 1º, vierde lid, van koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

    Art. 4

    De aanvraag wordt bij aangetekende brief gestuurd aan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort op het formulier dat daartoe door het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten wordt afgeleverd.

    De aanvrager dient het bewijs mee te sturen dat hij over de vestigingsplaats op de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie zal kunnen beschikken op het ogenblik dat de vergunning wordt verleend.

    Indien er meerdere aanvragen worden ingediend, worden deze behandeld in chronologische volgorde.

    De postdatum bepaalt de volgorde van de aanvraag.

    Art. 5

    De aanvraag is slechts ontvankelijk indien :

    — het aanvraagformulier bedoeld in artikel 4 deugdelijk is ingevuld;

    — de aanvrager de rechtmatige vergunninghouder is van de apotheek;

    — het bewijs dat de aanvrager kan beschikken over de vestigingsplaats, wordt neergelegd overeenkomstig artikel 4.

    Art. 6

    Het onderzoek van de aanvraag gebeurt volgens de regels vastgesteld krachtens artikel 4, § 3, 3º, van het koninklijk besluit nr. 78 er wordt echter geen kennis gegeven van de aanvraag en enkel het advies van de farmaceutisch inspecteur van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten wordt ingewonnen.

    De verschuldigde retributie is gelijk aan deze voor het onderzoek van een fusie van apotheken.

    Art. 7

    De Belgische wetgeving, met inbegrip van alle uitvoeringsbesluiten, is op bedoelde apotheek van toepassing met uitzondering van de verplichting tot deelname aan de wachtdiensten, zoals bedoeld in artikel 9 van voornoemd koninklijk besluit nr. 78.

    Gegeven te Brussel, 1 september 2012.

    ALBERT

    Van Koningswege :

    De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken,

    Didier REYNDERS.

    De vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

    Laurette ONKELINX.

    De minister van Landsverdediging,

    Pieter DE CREM.


    UITWISSELING VAN BRIEVEN

    tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

    Brussel, 3 februari 2009

    Excellentie,

    Ik heb de eer te verwijzen naar de wens van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) om in haar Zetel te Evere een apotheek te vestigen.

    Teneinde de opening van deze apotheek mogelijk te maken heb ik de eer u de volgende bepalingen, voor te stelllen :

    1. Naar de zetel van de NAVO te Evere kan, in afwijking van de geldende Belgische wetgeving, een apotheek worden overgeplaatst. Deze apotheek wordt uitgebaat in overeenstemming met de geldende Belgische wetgeving.

    2. De apotheek zal toegankelijk zijn voor alle personen die toegang hebben tot de zetel van de NAVO.

    3. De apotheek, bedoeld in bepaling 1 van deze brief, wordt vrijgesteld van de verplichting tot deelname aan de door de Belgische regelgeving voorziene wachtdiensten.

    4. Met het oog op de uitoefening van het door de Belgische wetgeving voorziene toezicht op apotheken wordt, op verzoek van de Permanente Vertegenwoordiging van België bij NAVO, aan de personen die door de bevoegde Belgische instanties worden voorgedragen, permanent en op eerste verzoek toegang verleend tot het gedeelte van de zetel waar de apotheek wordt uitgebaat en dit voor zover de belangen van NAVO niet in het gedrang worden gebracht.

    5. De bepalingen van deze brief doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, van de nationale vertegenwoordigers en van het internationaal personeel, ondertekend te Ottawa op 20 september 1951.

    6.1.  Alle uiteenlopende standpunten aangaande de toepassing of interpretatie van deze brief die niet geregeld konden worden middels rechtstreeks overleg tussen het Koninkrijk België en NAVO (hierna de Partijen), kunnen door één van de Partijen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie leden.

    6.2.  De Belgische regering en NAVO benoemen elk een lid van het scheidsgerecht.

    6.3.  De aldus benoemde leden kiezen een voorzitter.

    6.4.  Wanneer de leden niet tot overeenstemming kunnen komen aangaande de persoon van de voorzitter, wordt deze laatste op verzoek van de leden van het scheidsgerecht benoemd door de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof.

    6.5.  Een Partij maakt een zaak bij het scheidsgerecht aanhangig door middel van een verzoekschrift.

    6.6.  Het scheidsgerecht legt zijn eigen procedure vast.

    7. Elke Partij stelt de andere Partij ervan in kennis dat aan de voor de inwerkingtreding van de bepalingen van deze brief vereiste interne grondwettelijke en wettelijke procedures is voldaan.

    8. De bepalingen van deze brief kunnen op verzoek van een Partij worden herzien.

    Ik heb de eer voor te stellen dat deze brief samen met uw antwoord, waarin de goedkeuring van zijn inhoud wordt bevestigd, een Akkoord vormen tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en dat dit Akkoord in werking treedt op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de laatste kenninsgeving van voltooiing van interne grondwettelijke en wettelijke procedures zoals voorzien in artikel 7.

    Jaap de Hoop Scheffer

    Secretaris-generaal


    Brussel, 3 maart 2009

    Mijnheer De Secretaris-generaal,

    Ik heb de eer te bevestigen dat ik uw brief van 3 februari 2009, waarvan de tekst hierna volgt, in goede orde heb ontvangen.

    « Ik heb de eer te verwijzen naar de wens van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) om in haar Zetel te Evere een apotheek te vestigen.

    Teneinde de opening van deze apotheek mogelijk te maken heb ik de eer u de volgende bepalingen, voor te stelllen :

    1. Naar de zetel van de NAVO te Evere kan, in afwijking van de geldende Belgische wetgeving, een apotheek worden overgeplaatst. Deze apotheek wordt uitgebaat in overeenstemming met de geldende Belgische wetgeving.

    2. De apotheek zal toegankelijk zijn voor alle personen die toegang hebben tot de zetel van de NAVO.

    3. De apotheek, bedoeld in bepaling 1 van deze brief, wordt vrijgesteld van de verplichting tot deelname aan de door de Belgische regelgeving voorziene wachtdiensten.

    4. Met het oog op de uitoefening van het door de Belgische wetgeving voorziene toezicht op apotheken wordt, op verzoek van de Permanente Vertegenwoordiging van België bij NAVO, aan de personen die door de bevoegde Belgische instanties worden voorgedragen, permanent en op eerste verzoek toegang verleend tot het gedeelte van de zetel waar de apotheek wordt uitgebaat en dit voor zover de belangen van NAVO niet in het gedrang worden gebracht.

    5. De bepalingen van deze brief doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, van de nationale vertegenwoordigers en van het internationaal personeel, ondertekend te Ottawa op 20 september 1951.

    6.1.  Alle uiteenlopende standpunten aangaande de toepassing of interpretatie van deze brief die niet geregeld konden worden middels rechtstreeks overleg tussen het Koninkrijk België en NAVO (hierna de Partijen), kunnen door één van de Partijen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie leden.

    6.2.  De Belgische regering en NAVO benoemen elk een lid van het scheidsgerecht.

    6.3.  De aldus benoemde leden kiezen een voorzitter.

    6.4.  Wanneer de leden niet tot overeenstemming kunnen komen aangaande de persoon van de voorzitter, wordt deze laatste op verzoek van de leden van het scheidsgerecht benoemd door de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof.

    6.5.  Een Partij maakt een zaak bij het scheidsgerecht aanhangig door middel van een verzoekschrift.

    6.6.  Het scheidsgerecht legt zijn eigen procedure vast.

    7. Elke Partij stelt de andere Partij ervan in kennis dat aan de voor de inwerkingtreding van de bepalingen van deze brief vereiste interne grondwettelijke en wettelijke procedures is voldaan.

    8. De bepalingen van deze brief kunnen op verzoek van een Partij worden herzien.

    Ik heb de eer voor te stellen dat deze brief samen met uw antwoord, waarin de goedkeuring van zijn inhoud wordt bevestigd, een Akkoord vormen tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en dat dit Akkoord in werking treedt op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de laatste kenninsgeving van voltooiing van interne grondwettelijke en wettelijke procedures zoals voorzien in artikel 7. »

    Ik heb de eer U mede te delen dat het Koninkrijk België de bepalingen opgenomen in uw brief aanvaardt, en te bevestigen dat uw brief samen met dit antwoord een Akkoord vormen tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de Zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

    Met de meeste hoogachting.

    Laurette ONKELINX.

    Vice-eerste minister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid


    VOORONTWERP VAN WET VOOR ADVIES VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE


    Voorontwerp van wet houdende instemming met de Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, ondertekend te Brussel op 3 februari 2009 en 3 maart 2009.

    Artikel 1

    Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Art. 2

    De Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, ondertekend te Brussel op 3 februari 2009 en 3 maart 2009, zal volkomen gevolg hebben.

    Art. 3

    Naar de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, kan een bestaande apotheek zoals bedoeld in artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 78 betreffende de gezondheidszorgberoepen, worden overgebracht.

    Voor de overbrenging wordt een vergunning toegekend door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, na gemotiveerd advies van de vestigingscommissie.

    De vergunning tot overbrenging wordt toegestaan op voorwaarde dat onder de geldende criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, er geen mogelijkheid is tot opening van een apotheek in de gemeente van waaruit de overbrenging wordt gevraagd.

    Art. 4

    De aanvraag wordt bij aangetekende brief gestuurd aan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort op het formulier dat daartoe door het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten wordt afgeleverd.

    De aanvrager dient het bewijs mee te sturen dat hij over de vestigingsplaats op de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie zal kunnen beschikken op het ogenblik dat de vergunning wordt verleend.

    Indien er meerdere aanvragen worden ingediend, worden deze behandeld in chronologische volgorde.

    De postdatum bepaalt de volgorde van de aanvraag.

    Art. 5

    De aanvraag is slechts ontvankelijk indien :

    — het aanvraagformulier bedoeld in artikel 4 deugdelijk is ingevuld;

    — de aanvrager de rechtmatige vergunninghouder is van de apotheek;

    — het bewijs dat de aanvrager kan beschikken over de vestigingsplaats, wordt neergelegd overeenkomstig artikel 4.

    Art. 6

    Het onderzoek van de aanvraag gebeurt volgens de regels vastgesteld krachtens artikel 4, § 3, 3º, van het koninklijk besluit nr. 78 er wordt echter geen kennis gegeven van de aanvraag en enkel het advies van de farmaceutisch inspecteur van het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten wordt ingewonnen.

    De verschuldigde retributie is gelijk aan deze voor het onderzoek van een fusie van apotheken.

    Art. 7

    De Belgische wetgeving, met inbegrip van alle uitvoeringsbesluiten, is op bedoelde apotheek van toepassing met uitzondering van de verplichting tot deelname aan de wachtdiensten, zoals bedoeld in artikel 9 van voornoemd koninklijk besluit nr. 78.


    ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE Nr. 47.788/4 VAN 1 MAART 2010


    De RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 1 februari 2010 door de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een voorontwerp van wet "houdende instemming met de Uitwisseling van brieven tussen het Koninkrijk België en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie betreffende de opening en de uitbating van een apotheek in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, ondertekend te Brussel op 3 februari 2009 en 3 maart 2009", heeft het volgende advies gegeven :

    Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1º, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het voorontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

    Wat deze drie punten betreft, geeft het voorontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

    1. Volgens artikel 1 van de ontworpen wet regelt deze een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

    Dat is inderdaad het geval wat betreft artikel 2, dat betrekking heeft op een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77, eerste lid, 6º, van de Grondwet.

    De overige bepalingen van de ontworpen wet regelen daarentegen aangelegenheden die vallen onder de werkingssfeer van artikel 78 van de Grondwet.

    In casu kan ervan worden uitgegaan dat de bepalingen van het voorontwerp een geheel vormen dat dermate onscheidbaar is dat het niet in twee teksten kan worden opgesplitst.

    Het verdient evenwel aanbeveling artikel 1 te herzien en daarin te bepalen dat artikel 2 een aangelegenheid betreft als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet en dat de overige artikelen aangelegenheden betreffen als bedoeld in artikel 78 van die Grondwet.

    2. De vraag rijst of, nadat de vergunning tot overbrenging, bedoeld in het voorontwerp van wet, zal zijn toegestaan, de apotheek die wordt uitgebaat in de zetel van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (hierna : de NAVO) al dan niet mee in aanmerking genomen moet worden wat betreft de toepassing van, enerzijds, de criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, vastgelegd met toepassing van artikel 4, § 3, 1º, vierde lid, van koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en van, anderzijds, het maximum aantal voor het publiek opengestelde apotheken vastgelegd door de Koning met toepassing van artikel 4, § 3, 1º, zesde lid, van hetzelfde besluit (1) .

    In bevestigend geval, is het zeer de vraag of daarmee het grondwettelijk beginsel van de gelijkheid voor de wet niet dreigt te worden geschonden, aangezien, in tegenstelling tot alle andere apotheken, de apotheek die uitgebaat wordt in de zetel van de NAVO enkel toegankelijk is voor een beperkte categorie van personen (2) .

    Het voorontwerp dient opnieuw te worden onderzocht en, in voorkomend geval, te worden herzien wat dat aspect betreft.

    3. In artikel 6, eerste lid, behoren de woorden « aan derden » te worden ingevoegd tussen de woorden « er wordt echter » en de woorden « geen kennis gegeven ».

    De kamer was samengesteld uit

    De heer P. LIÉNARDY, kamervoorzitter.

    De heren J. JAUMOTTE en L. DETROUX, staatsraden.

    Mevrouw C. GIGOT, griffier.

    Het verslag werd uitgebracht door de heer B. JADOT, eerste auditeur-afdelingshoofd.

    De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. LIÉNARDY.

    De griffier, De voorzitter,
    C. GIGOT. P. LIÉNARDY.

    (1) Artikel 3, derde lid, van het voorontwerp luidt weliswaar als volgt : « De vergunning tot overbrenging wordt toegestaan op voorwaarde dat onder de geldende criteria die erop zijn gericht een spreiding van de apotheken te organiseren, er geen mogelijkheid is tot opening van een apotheek in de gemeente van waaruit de overbrenging wordt gevraagd. » Niettemin rijst de vraag of in de gemeente waar een apotheek elders is overgebracht, deze vervangen kan worden met toepassing van de geldende wetgeving en regelgeving.

    (2) In casu, overeenkomstig punt 2 van de uitwisseling van brieven waarmee instemming beoogt te worden gegeven, de personen die toegang hebben tot de zetel van de NAVO.