5-1570/3 | 5-1570/3 |
12 JUNI 2012
Nr. 1 VAN MEVROUW PIRYNS C.S.
Art. 3
In het voorgestelde artikel 24ter de volgende wijzigingen aanbrengen :
1º het derde lid doen vervallen;
2º in het vierde lid, dat het derde lid wordt, de woorden « het eerste, het tweede en het derde lid » vervangen door de woorden « het eerste en het tweede lid ».
Verantwoording
Het voorgestelde artikel 24ter, derde lid, luidt :
« Het lid van het Vlaams Parlement dat zich kandidaat heeft gesteld bij de verkiezing voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en dat als effectief lid wordt verkozen, verliest van rechtswege zijn hoedanigheid van lid van het Vlaams Parlement op de dag van de geldigverklaring van zijn nieuwe effectieve mandaat. ».
De Raad van State (advies 51.221/AV en 51.222/AV, randnr. 4.3) heeft opgemerkt dat het voorgestelde artikel 24ter, derde lid, door de gecombineerde werking van artikel 24bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van artikel 5 van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, geen toepassing kan vinden. In artikel 24bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 worden immers de voorwaarden bepaald die men moet vervullen om tot lid van het Vlaams Parlement te kunnen worden gekozen. Een van die voorwaarden bestaat erin zijn woonplaats te hebben in een gemeente van het grondgebied van het Vlaams Gewest en in overeenstemming daarmee ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters van die gemeente. Als een kandidaat aan die voorwaarde voldoet, is het hem uit de aard der zaak onmogelijk tegelijk te voldoen aan een van de voorwaarden gesteld in artikel 5, § 1, 3º, van de wet van 6 juli 1990, namelijk ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van het Duitse taalgebied en dus daar zijn woonplaats te hebben.
Het voorgestelde artikel 24ter, derde lid, is dus overbodig en dient dan ook weggelaten te worden.
Bijgevolg moeten ook in het voorgestelde vierde lid, dat het derde lid wordt, de woorden « het eerste, het tweede en het derde lid » vervangen worden door de woorden « het eerste en het tweede lid », vermits het initieel voorgestelde derde lid wordt geschrapt.
Nr. 2 VAN MEVROUW PIRYNS C.S.
Art. 4
In punt 1º, in het eerste zinsdeel van het voorgestelde artikel 28bis, § 2, vijfde lid, in de Nederlandse tekst, het woord « tegelijk » doen vervallen.
Verantwoording
De Raad van State (advies 51.221/AV en 51.222/AV, randnr. 5) heeft opgemerkt dat de Nederlandse tekst van het voorgestelde artikel 28bis, § 2, vijfde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 dient te worden afgestemd op de Franse tekst ervan. In het eerste zinsdeel van de Nederlandse tekst dient het woord « tegelijk » bijgevolg te worden geschrapt.
Nr. 3 VAN MEVROUW PIRYNS C.S.
Art. 5
In het voorgestelde artikel 12bis, eerste lid, in de Nederlandse tekst, de woorden « , het Waalse Parlement » doen vervallen.
Verantwoording
De Raad van State (advies 51.221/AV en 51.222/AV, randnr. 6.3) heeft opgemerkt dat wat de woorden « het Waals[e] Parlement » betreft, die alleen in de Nederlandse tekst voorkomen, het voor iemand die zich kandidaat heeft gesteld zowel voor de verkiezingen voor het Waals Parlement als voor de verkiezingen voor het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement, feitelijk onmogelijk is om op hetzelfde ogenblik zijn woonplaats te hebben in een gemeente van het Waals Gewest, overeenkomstig artikel 24bis, § 1, eerste lid, 4º, b), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, en, met toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, 4º, van de bijzondere wet van 12 januari 1989, in een gemeente van het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
In de Nederlandse tekst dienen de woorden « , het Waalse Parlement » dan ook te worden geschrapt.
Nr. 4 VAN MEVROUW PIRYNS C.S.
Art. 6
In punt 1º, in het voorgestelde artikel 17, § 4, derde lid, in de Nederlandse tekst, de woorden « , het Waalse Parlement » doen vervallen.
Verantwoording
Zie amendement nr. 3.
| Freya PIRYNS. | |
| Philippe MAHOUX. | |
| Dirk CLAES. | |
| Armand DE DECKER. | |
| Bert ANCIAUX. | |
| Marcel CHERON. | |
| Bart TOMMELEIN. | |
| Francis DELPÉRÉE. |
Nr. 5 VAN DE HEREN IDE EN PIETERS
Hoofdstuk III/1 (nieuw)
Na artikel 6 een hoofdstuk III/1 invoegen, met als opschrift « De politieke geloofwaardigheid van de uitvoerende functie ».
Verantwoording
Dit amendement heeft tot doel kabinetsleden op niveau van de gewesten en gemeenschappen te verplichten een mandatenlijst over te maken. Ook kabinetsleden of leden van beleidscellen zijn personen met een niet te onderschatten invloed op het beleid en zijn dus machtige figuren van wie verwacht mag worden dat zij een mandatenaangifte doen. Veel « gewone » kabinetsleden-adviseurs werken soms slechts een dag of twee dagen op een kabinet. Ze combineren dit met een andere functie, mandaat of beroep. Het lijkt dus contradictoir maar dit type kabinetsleden staan misschien veel meer bloot aan het gevaar voor belangenvermenging dan pakweg de voltijdse adjunct-kabinetschef.
Het doel van dit amendement is dan ook om alle kabinetsleden of leden van de beleidscellen (met uitzondering van administratief en technisch personeel) onder het toepassingsgebied van de desbetreffende wet te brengen, voor zover de kabinetten niet afgeschaft worden. In de praktijk wordt bovendien zowel de benaming « kabinet » als de benaming « beleidscel » gebruikt. Dit amendement hanteert daarom ook beide termen.
Nr. 6 VAN DE HEREN IDE EN PIETERS
Art. 6/1 (nieuw)
In het hoofdstuk III/1 een artikel 6/1 invoegen, luidende :
« Art. 6/1. In artikel 1, 5º, van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden : « de kabinetchefs en adjunct-kabinetchefs » vervangen door de woorden : « de kabinetschefs, adjunct-kabinetschefs, vaste experten of experten met een bijzondere opdracht, de kabinetsleden of leden van de beleidscellen, met uitzondering van administratief en technisch personeel ». »
Verantwoording
Zie de verantwoording van amendement nr. 5.
| Louis IDE. | |
| Danny PIETERS. |