5-73

5-73

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 12 JUILLET 2012 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karl Vanlouwe au premier ministre sur «les lacunes de la cyberpolitique fédérale selon le Comité R» (no 5-654)

M. le président. - M. Hendrik Bogaert, secrétaire d'État à la Fonction publique et à la Modernisation des Services publics, répondra.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Het Comité I heeft zopas zijn jaarrapport voorgesteld. Daarin stelt het enkele knellende problemen met de bescherming tegen cyberaanvallen aan de kaak. Net als de vorige jaren stelt het Comité I vast dat `het ontbreken van een globaal federaal beleid inzake informatieveiligheid ons land zeer kwetsbaar maakt voor aanvallen tegen zijn vitale informatiesystemen en -netwerken.'

Het Comité is bezorgd over de afwezigheid van een federale coördinatie inzake de beveiliging van informatieverwerkingssystemen. Die bezorgdheid geldt ook voor de enorme kwetsbaarheid voor cyberincidenten die België gezien zijn internationale en Europese functie heeft opgelopen. Dat het Comité I opnieuw moet citeren uit de aanbevelingen van BELNIS uit 2007, toont nogmaals aan dat er op dat vlak sindsdien niet de minste vooruitgang is geboekt.

Van de langverwachte beleidsnota informatieveiligheid, die Fedict vorig jaar in samenwerking met de ICT-diensten van de andere federale overheidsdiensten- en instellingen heeft uitgewerkt, hebben wij nog niets gezien. De eerste minister beweerde vorig jaar dat het College van voorzitters die nota eerst nog moest bespreken alvorens ze voor te leggen aan het ministeriële comité voor inlichting en veiligheid.

Ondertussen staat de wereld niet stil. In het Midden-Oosten zijn een tiental landen getroffen door het geavanceerde Flame-computervirus. Hackerscollectieven stelen zonder compassie gevoelige informatie van bedrijven, overheidsdiensten en regimes en maken die vervolgens bekend op het internet. Gisteren hebben we daar nog een voorbeeld van gezien. Maar de grootste bedreiging komt van groeilanden die hackers inschakelen om aan industriële en economische spionage te doen. Door het gebrek aan een federaal beleid verliezen onze bedrijven informatie. Dat kost ze tientallen miljoenen aan research en maakt dat er honderden, misschien wel duizenden arbeidsplaatsen naar die groeilanden verhuizen.

Wanneer komt er eindelijk een federaal gecoördineerd beleid dat met al die bezorgdheden rekening houdt en ons ten minste op het niveau van onze buurlanden brengt?

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten. - De regering is het volkomen eens met de bekommernis van de heer Vanlouwe. BELNIS heeft in mei 2012 een werkgroep opgericht die een voorstel van cyberveiligheidsstrategie voorbereidt. De leden van het platform zeggen tegen het einde van het jaar over dat voorstel, met budgettaire impact, te beschikken. Het voorstel zal vervolgens op het gepaste niveau worden besproken.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Ik neem er nota van dat de federale regering tegen het einde van het jaar een zeer concreet plan tot cyberbescherming wil voorleggen. Hopelijk is de hele regering zich bewust van de ernst van de situatie. Het gaat immers om een probleem dat onze ondernemingen veel geld kost, heel wat informatie uit ons land doet verdwijnen en arbeidsplaatsen op de tocht zet. Daarom reken ik op de overtuigingskracht van de staatssecretaris om aan zijn collega's duidelijk te maken dat een zo spoedig mogelijk optreden nodig is.