5-1753/1

5-1753/1

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

19 JULI 2012


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Voorstel tot herziening van artikel 123, § 2, van de Grondwet

(Ingediend door de heer Francis Delpérée, de dames Christine Defraigne, Freya Piryns, de heren Philippe Moureaux, Bert Anciaux, Bart Tommelein, Dirk Claes en Marcel Cheron)


TOELICHTING


Dit voorstel tot herziening van de Grondwet moeten samen worden gelezen met het voorstel tot herziening van artikel 118, § 2, van de Grondwet (Stuk Senaat, nr. 5-1752/1), het voorstel van bijzondere wet (Stuk Senaat, nr. 5-1754/1) en het wetsvoorstel (Stuk Senaat, nr. 5-1755/1), samen ingediend in het Parlement.

Artikel 118, § 2, van de Grondwet staat de bijzondere wetgever toe om de aangelegenheden aan te duiden betreffende de verkiezing, de samenstelling en de werking van het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Parlement van het Waalse Gewest, welke door de Parlementen, elk voor zich, bij decreet of bij een in artikel 134 bedoelde regel, naar gelang van het geval, kunnen worden geregeld. Artikel 123, § 2, van de Grondwet bevat een analoge regel voor de Regeringen. Het staat de bijzondere wetgever toe om de aangelegenheden aan te duiden betreffende de samenstelling en werking van de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, de Regering van de Franse Gemeenschap en de Regering van het Waalse Gewest welke door hun Parlementen, elk voor zich, bij decreet of bij een in artikel 134 bedoelde regel naar gelang van het geval kunnen worden geregeld. Deze drie Parlementen beschikken op grond hiervan over de « constitutieve autonomie ».

Overeenkomstig de verklaring tot herziening van de Grondwet van 7 mei 2010 zijn deze bepalingen voor herziening vatbaar (Belgisch Staatsblad 7 mei 2010).

Onderhavig voorstel wijzigt artikel 123, § 2, van de Grondwet. Ze kent de constitutieve autonomie toe aan het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap.

Deze Parlementen zullen in beginsel over constitutieve autonomie beschikken in dezelfde aangelegenheden — aangewezen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen — als de Parlementen van de andere entiteiten.

Wat het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreft, strekt het voorstel tot herziening van de Grondwet ertoe de bijzondere wetgever te machtigen om de aangelegenheden aan te duiden betreffende de samenstelling en werking van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest welke door het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geregeld kunnen worden.

Met het oog op de uitvoering van dit voorstel tot herziening van de Grondwet, bepaalt het voorstel van bijzondere wet (Stuk Senaat, nr. 5-1754/1) dat samen ingediend wordt in het Parlement, de aangelegenheden waarop de constitutieve autonomie van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betrekking heeft.

De waarborgen die de personen van de Nederlandse en Franse taalaanhorigheid genieten in Brussel met betrekking tot het Parlement en de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (pariteit, gewaarborgde vertegenwoordiging, enz.) zullen onder de bevoegdheid van de bijzondere federale wetgever blijven vallen. Deze regels behoren dus niet tot de constitutieve autonomie die de bijzondere wetgever toekent aan het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Het voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen (Stuk Senaat, nr. 5-1754/1) dat samen met dit voorstel tot herziening wordt ingediend, duidt hiertoe de regels aan waarop de constitutieve autonomie van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betrekking heeft, met uitzondering van de regels die betrekking hebben op de waarborgen die de personen van de Nederlandse en Franse taalaanhorigheid genieten.

De waarborgen die de personen van de Nederlandse en Franse taalaanhorigheid in Brussel genieten, zullen dus onder de bevoegdheid van de bijzondere wetgever blijven vallen. Het gaat om het aantal parlementsleden, de verdeling van de zetels tussen de taalgroepen, de vervanging van parlementsleden die tot de Regering van een deelentiteit toetreden door een volwaardig parlementslid, de paritaire samenstelling van de regering en de verhouding tussen het aantal gewestelijke Staatssecretarissen behorende tot de ene of de andere taalgroep, de alarmbelprocedure, de aangelegenheden waarover beslist moet worden met (in beginsel) een meerderheid van de stemmen in elke taalgroep, de wijze van verkiezing van de ministers, de collegiale besluitvorming en de besluitvorming bij consensus, de verdeling van de bevoegdheden onder de leden van de Regering volgens groepen van aangelegenheden, de motie van wantrouwen, de vertrouwenskwestie, enz.

Het voorstel kent de constitutieve autonomie eveneens toe aan het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap. Het laat de gewone wetgever toe om de aangelegenheden betreffende de samenstelling en de werking van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap aan te duiden die door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap kunnen worden geregeld. Overeenkomstig het artikel 123, § 1, van de Grondwet is het inderdaad de gewone wetgever die de samenstelling en werking van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap regelt.

Het voorstel van wet (Stuk Senaat, nr. 5-1755/1) dat samen ingediend wordt in het Parlement geeft uitvoering aan de huidige voorstellen tot herziening van de Grondwet door deze aangelegenheden te bepalen.

Net zoals bij de constitutieve autonomie waarover de Parlementen van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest beschikken, zal de uitoefening van de constitutieve autonomie door de Parlementen van de Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Duitstalige Gemeenschap gebeuren door het aannemen van een decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het betrokken Parlement aanwezig is.

Het uitoefenen van de constitutieve autonomie door het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zal evenwel gebeuren bij twee derden meerderheid en bij meerderheid in elke taalgroep.

Daartoe schrijft het voorstel tot herziening van de Grondwet voor dat de bijzondere wetgever moet voorzien in bijkomende meerderheidsvoorwaarden wat betreft het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het voorstel van bijzondere wet (Stuk Senaat, nr. 5-1754/1) dat op hetzelfde moment ingediend wordt in het Parlement voorziet dan ook in deze bijkomende voorwaarden.

Dit voorstel tot herziening van de Grondwet past — zoals aangegeven door het Grondwettelijk Hof — in het algemene institutionele stelsel van de Belgische Staat dat beoogt een evenwicht te verwezenlijken tussen de verschillende gemeenschappen en gewesten van het Koninkrijk. Binnen dat algemene institutionele stelsel is het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest het enige tweetalige gebied, wat eigen institutionele organen en mechanismen verantwoordt (1) .

Francis DELPÉRÉE.
Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MOUREAUX.
Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.

VOORSTEL TOT HERZIENING VAN ARTIKEL 123 VAN DE GRONDWET


In artikel 123, § 2, van de Grondwet, gewijzigd bij de herziening van de Grondwet van 25 februari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1º de woorden « van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, » worden ingevoegd tussen de woorden « en de werking » en de woorden « van de Regering van de Vlaamse Gemeenschap »;

2º de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende :

« De in het eerste lid bedoelde wet voorziet in bijkomende meerderheidsvoorwaarden wat het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreft. 

Een wet duidt de aangelegenheden aan betreffende de samenstelling en de werking van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, welke door zijn Parlement bij decreet worden geregeld. Dat decreet moet worden aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van het Parlement aanwezig is. »

12 juli 2012.

Francis DELPÉRÉE.
Christine DEFRAIGNE.
Freya PIRYNS.
Philippe MOUREAUX.
Bert ANCIAUX.
Bart TOMMELEIN.
Dirk CLAES.
Marcel CHERON.

(1) GwH, 25 maart 2003, 35/2003, B.16.6.