5-165COM

5-165COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MERCREDI 27 JUIN 2012 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Patrick De Groote au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes sur «le soutien civil et la reconstruction en Afghanistan» (no 5-2325)

De heer Patrick De Groote (N-VA). - Tijdens zijn tweedaags bezoek op 4 en 5 mei 2012 aan Afghanistan, samen met zijn collega van Defensie, verklaarde de minister dat ons land, naast de financiële steun voor de uitbouw van het leger, ook de ontwikkelingssamenwerking in Afghanistan wil voortzetten. In 2011 zou daarvoor een bedrag van 12 miljoen euro uitgegeven zijn.

Verder verklaarde hij nog dat hij bij zijn Afghaanse gesprekspartners had aangedrongen om een partnerschap met de Europese Unie te sluiten, zoals dat land eerder deed met de VS. Hij benadrukte ook dat de regering in Kaboel werk moet maken van een beter bestuur, de strijd tegen corruptie en de naleving van de mensenrechten, inclusief vrouwenrechten en persvrijheid. Op een vraag van zijn Afghaanse collega Zalmai Rassoul naar culturele samenwerking, waaronder beurzen voor studenten, en economische samenwerking, waaronder investeringen van Belgische bedrijven, verwees hij enkel naar een mogelijke samenwerking op lange termijn.

Heeft de minister reeds overlegd met zijn collega bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking over de Belgische ontwikkelingshulp aan Afghanistan na 2014? Welke bedragen zullen daaraan in de toekomst worden besteed? Zal de minister ook putten uit het budget voor preventieve diplomatie?

Heeft de minister aan andere regeringsleden voorstellen gedaan met betrekking tot de civiele opbouw in Afghanistan na 2014? Ik denk aan overleg met de minister van Binnenlandse Zaken voor de opleiding van de politie of met de minister van Justitie voor de ondersteuning van het gerechtelijk apparaat.

Hoe wordt de civiele hulp aan Afghanistan gecoördineerd? Wie neemt de leiding in zo'n coördinatie? Nemen de VN en/of de EU de coördinatie van de ontwikkelingshulp en/of de civiele opbouw op zich? Zo niet, is de minister bereid initiatieven te nemen die tot een coördinatie kunnen leiden en een versnippering op het veld kunnen tegengaan?

Hoe kan België bijdragen tot een beter bestuur, de strijd tegen corruptie en de naleving van de mensenrechten, inclusief de vrouwenrechten en de persvrijheid? Worden daartoe initiatieven ontplooid?

Wat is het belang van een partnerschap tussen de EU en Afghanistan, zoals het bestaat tussen de VS en Afghanistan?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Mijn ambtsgenoot van Ontwikkelingssamenwerking heeft een uitvoerig antwoord gegeven op een soortgelijke vraag die de spreker hem had gesteld. Ik zal me dan ook beperken tot de vragen over het budget en de rechtstreeks aan mij gerichte vragen.

Mijn beleidscel pleegt vaak overleg met die van de minister van Ontwikkelingssamenwerking, waardoor we voorstellen kunnen formuleren voor gerichte acties. Het budget dat het departement van Buitenlandse Zaken voor ontwikkelingshulp aan Afghanistan kan aanwenden, valt onder het begrotingsonderdeel Preventieve Diplomatie en vredesopbouw. In 2011 werd 1 442 000 euro vrijgemaakt voor projecten in verband met de opleiding van vrouwen, mensenrechten en de rechten van het kind, goed bestuur en microfinanciering. Tussen de vastlegging van een subsidie in België en de uitvoering van het project verloopt enige tijd. De resultaten kunnen ook pas na enige tijd worden beoordeeld.

In 2012 werd een bedrag van 680 000 euro vastgelegd voor de beroepsopleiding van vrouwen in de regio's Istalif, Dasht-e-Barchi, Shakar Dara en Bamyan, evenals voor radio-uitzendingen die waarschuwen voor de gevaren van illegale immigratie. Over de vastleggingen in de nog resterende maanden van 2012 is nog geen beslissing genomen.

Tot op heden is er nog geen goed formeel kader voor een partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Afghanistan. Deze overeenkomst moet nog worden verankerd in een concrete tekst. Tijdens de onderhandelingen, die overigens nog aan de gang zijn, vraagt België dat effectief werk wordt gemaakt van de wederopname van afgewezen asielzoekers en maakt ons land ook een punt van het belang van wederzijdse verbintenissen. De Afghaanse regering kan dus niet alleen steun aanvaarden, maar moet ook toezeggingen doen inzake goed bestuur, corruptiebestrijding en de inachtneming van internationale overeenkomsten.