5-62

5-62

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 JUNI 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Piet De Bruyn aan de minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking over «een coherent ontwikkelingsbeleid» (nr. 5-594)

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Begin mei organiseerde de minister een Staten-Generaal van de ontwikkelingssamenwerking, een jaarlijkse bijeenkomst waar een stand van zaken wordt gemaakt van de ontwikkelingssamenwerking: de doelstellingen die we nastreven en de hindernissen die daarbij opduiken.

De minister maakt van deze gelegenheid gebruik om zijn prioriteiten voorop te stellen. Een van de prioriteiten, die trouwens ook in de beleidsnota van de minister aan bod kwam, is de beleidscoherentie. Die is niet alleen noodzakelijk op het vlak van ons buitenlands beleid, maar in talloze aanleunende domeinen.

Met deze prioriteit zijn wij het eens. Het verrast en ontstemt ons echter dat de minister tijdens de voorbereiding van de Staten-Generaal niet de logische stap heeft gedaan naar de deelstaten, die toch ook belangrijke bevoegdheden hebben inzake ontwikkelingssamenwerking.

Is de minister alsnog van plan bij het uittekenen van zijn beleid rekening te houden met de deelstaten en in overleg met de deelstaten op te treden? Hoe zal dat gebeuren? Komen er nieuwe initiatieven of komt dat aan bod in de interministeriële conferentie Buitenlands Beleid?

De heer Paul Magnette, minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking, belast met Grote Steden. - De directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking van de FOD Buitenlandse Zaken organiseerde op 8 mei jongstleden de jaarlijkse Staten-Generaal van de ontwikkelingssamenwerking met als thema: beleidscoherentie voor ontwikkeling.

Er was een ruime uitwisseling van opinies met de talrijke vertegenwoordigers van de civiele maatschappij en met overheidsmandatarissen. Ik lanceerde er enkele ideeën en liet mij daarbij inspireren door de mechanismen om de impact van het Belgisch beleid inzake duurzaamheid te beoordelen.

Ik werk nu aan een concreet voorstel voor een mechanisme dat een ex-ante-evaluatie van de impact van het Belgisch ontwikkelingsbeleid moet waarborgen. Ik baseer mij daarbij op de aanbevelingen van het DAC, het comité voor ontwikkelingssamenwerking van de OESO en op voorbeelden in Europa, onder meer van Scandinavische landen die al enkele jaren geleden zo'n mechanisme hebben ingevoerd.

Beleidscoherentie voor ontwikkeling betreft heel wat federale departementen, maar ook de overheden van de gemeenschappen en gewesten. Het overlegcomité zal er te gepasten tijde bij worden betrokken.

Met de Interministeriële Conferentie voor beleidscoherentie wil ik de gemeenschappen en gewesten ten volle bij dit debat betrekken. Ik hoop dat die conferentie het overkoepelend element zal zijn van het mechanisme dat ik wil uitwerken. Daarnaast komt er een interdepartementale commissie op het niveau van de federale administratie en een adviesorgaan en een secretariaat binnen de directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking.

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Ik betreur dat er pas gezocht wordt naar een mechanisme om de gemeenschappen en de gewesten te betrekken nadat er enig ongenoegen werd geventileerd. Wij zullen dit dossier blijven volgen, zowel in Kamer en Senaat, als in het Vlaams Parlement.