5-157COM

5-157COM

Commission de la Justice

Annales

MERCREDI 30 MAI 2012 - SÉANCE DU MATIN

(Suite)

Demande d'explications de Mme Inge Faes à la ministre de la Justice sur «l'accord entre la Belgique et les États-Unis en vue de la prévention et de la lutte contre la criminalité grave» (no 5-1916)

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - In september vorig jaar sloot België met de Verenigde Staten een overeenkomst over de uitwisseling van biometrische en biografische gegevens van zware criminelen. De minister, toen minister van Binnenlandse Zaken, ondertekende het verdrag samen met toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck.

Ik stelde hierover al een mondelinge vraag, maar kreeg van de minister van dienst een bedroevend antwoord. Daarom heb ik voor de minister volgende vragen.

Wanneer wordt het verdrag ter ratificatie aan het parlement voorgelegd?

Wat denkt de minister over dit verdrag en over de opmerking die de Liga voor Mensenrechten erover maakte? Blijkbaar beschikte de Liga in oktober 2011 nog niet over de verdragstekst en baseerde ze zich op het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Werd de tekst intussen wel naar de Liga gestuurd?

Het verdrag maakt uitwisseling van gegevens voor strafrechtelijke doeleinden mogelijk. Volgens artikel 1 betekent het begrip `strafrechtelijke doeleinden' onder meer de rehabilitatieactiviteiten van een persoon die een strafbaar feit heeft gepleegd. Wat wordt er volgens de minister verstaan onder rehabilitatieactiviteiten? Waarom werd dat in het verdrag opgenomen? Vindt de minister dat niet verregaand?

Werd het NICC betrokken bij het tot stand komen van het verdrag en is zijn technologie aangepast aan wat in het verdrag is opgenomen? Zo neen, wat dient er allemaal nog te gebeuren vóór het verdrag na ratificatie technisch in werking kan treden?

In het verdrag wordt voorzien in een of meer uitvoeringsafspraken of -regelingen om een en ander verder uit te werken. Werd daarover al onderhandeld en zijn de teksten al opgesteld?

Artikel 13 bepaalt dat België en de VS de gegevens niet zonder toestemming aan derde staten mogen overdragen. Dat is belangrijk, want dankzij de overeenkomst kunnen over heel veel misdrijven persoonsgegevens worden overgedragen. De lijst van misdrijven is uitgebreid en van zodra er een maximumstraf van meer dan één jaar op staat, is uitwisseling mogelijk. Bovendien kan door de overeenkomst, in gevallen die `bijzonder relevant' zijn, informatie over ras, etniciteit, politieke opvattingen, godsdienst en dergelijke meer worden doorgegeven. Welke concrete garantie heeft de minister dat de Verenigde Staten die verregaande informatie toch niet ter beschikking van derden stellen? We weten dat de VS bereid zijn om ver te gaan in het kader van terrorismebestrijding.

Tot slot verbaast het me dat ik in het verdrag niet meteen informatie vind over hoe lang de overgedragen informatie mag worden bewaard. Enkel in artikel 11 lees ik dat de gegevens slechts zo lang mogen worden bewaard `als nodig voor het specifieke doel'. De duur van de gegevensopslag is nochtans een essentieel onderdeel van elk akkoord over gegevensbescherming, of zou het toch moeten zijn. Ik wil dan ook graag weten hoe lang de Verenigde Staten onze persoonsgegevens mogen opslaan.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Het parlementaire bekrachtigingsdossier wordt momenteel volop voorbereid. Ik wil ook benadrukken dat daarbij meerdere administraties betrokken zijn, Justitie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken.

Aangezien de overeenkomst zich nog in het stadium van de voorbereiding van de parlementaire bekrachtiging bevindt, werd ze nog niet naar de Liga voor Mensenrechten gezonden. Dat mag echter niet worden verward met de wettelijke verplichting om de overeenkomst voor te leggen voor advies aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Commissie gaf overigens een positief advies, mits enkele voorwaarden zouden worden vervuld. Die voorwaarden werden dan ook naar behoren in aanmerking genomen bij de slotonderhandelingen over de overeenkomst.

Reclasseringsactiviteiten zijn een strafrechtelijk begrip. Het gaat om maatregelen die erop gericht zijn een veroordeelde persoon opnieuw in de samenleving te brengen, bijvoorbeeld een voorwaardelijke invrijheidsstelling of een gratieverlening. Ze vallen dan ook onder het toepassingsgebied van de `strafrechtelijke doeleinden' zoals omschreven in artikel 1 van de overeenkomst.

De onlinetoegang tot het DNA-bestand van het NICC is technisch gezien niet mogelijk. Dat punt moet bekeken worden in het kader van de uitvoeringsmaatregelen.

Aangezien de overeenkomst nog de parlementaire goedkeuring nodig heeft, werden voor de uitvoeringsmaatregelen nog geen initiatieven genomen.

Het gebruik van de gegevens `voor enig ander doel' is in de overeenkomst nader omschreven. De mogelijkheid om de gegevens te gebruiken is immers enkel toegestaan met voorafgaande toestemming van de staat die de gegevens doorgeeft. Overigens zal in de memorie van toelichting van de goedkeuringswet nader worden bepaald dat België zijn toestemming geval per geval zal laten afhangen van de motivering van het verzoek en het gebruik van de gegevens voor enig ander doel.

Bovendien is deze tekst in overeenstemming met artikel 9.1 van de overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dat artikel bepaalt immers dat de verzoekende staat van de aangezochte staat verkregen bewijsmateriaal en gegevens uitsluitend na voorafgaande toestemming van de aangezochte staat, voor een ander doel kan gebruiken. Voornoemde overeenkomst tussen de EU en de VS is bindend voor België, dat geen striktere voorwaarden mag opleggen.

Artikel 21 van de overeenkomst bepaalt ook dat de partijen regelmatig overleg plegen over de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de overeenkomst.

De bewaringstermijn van de persoonsgegevens is omschreven in artikel 11.2.b van de overeenkomst. De bewaringstermijn is in overeenstemming met artikel 4, §1, 50 van de Belgische wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en met artikel 6, eerste lid, e, van Richtlijn 95/46/EG `persoonlijke levenssfeer'.

Mevrouw Inge Faes (N-VA). - Als ik het goed heb begrepen, is de minister met de voorbereiding gestart, maar staat het dossier nog niet zo heel ver. Heeft ze enig idee wanneer het rond zal zijn?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Nee, omdat het complexe onderhandelingen zijn, waarbij ook verschillende departementen betrokken zijn, durf ik er geen timing op te kleven.