5-61

5-61

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 31 MAI 2012 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Guido De Padt à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances sur «la possibilité pour les pompiers volontaires de travailler plus longtemps» (no 5-570)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Vrijwillige brandweerlieden zijn, in tegenstelling tot beroepsbrandweerlieden, verplicht het korps te verlaten zodra zij de leeftijd van zestig jaar bereiken, niettegenstaande het feit dat we allemaal langer moeten werken. Er zijn echter vrijwillige brandweerlieden die hun werk bij de brandweer willen voortzetten, ook na die leeftijd. Dat blijkt in de praktijk nog steeds niet mogelijk te zijn bij gebrek aan een koninklijk besluit.

Ruim drie maanden geleden liet de minister van Justitie optekenen dat de pensioengerechtigde leeftijd van vrijwillige brandweermannen werd opgetrokken van 60 tot 65 jaar. Het voorstel kreeg in februari alvast de goedkeuring van het kernkabinet. Die optrekking gebeurde overigens op vraag van de vrijwillige brandweermannen zelf. Vrijwillige brandweerlui op hun zestigste verplicht wegsturen, heette zonde van de verloren mankracht. En terecht.

Omdat vrijwillige brandweerlui op hun zestigste nog steeds verplicht met pensioen moeten, werd aan de minister blijkbaar de vraag gesteld of er een overgangstermijn komt voor vrijwillige brandweerlieden die zestig worden vooraleer het betreffende koninklijk besluit is gewijzigd. Tot op vandaag zouden zij nog geen antwoord op die vraag hebben ontvangen. Intussen wachten ze op het terrein met spanning op positief nieuws.

Uit het antwoord op een eerdere parlementaire vraag bleek al dat de grote meerderheid van de vrijwilligers hun loopbaan volhoudt tot de leeftijd van zestig jaar. Het was tevens de bedoeling om zoveel mogelijk gelijkheid te creëren tussen de vrijwillige en de beroepsbrandweerlieden. Maatregelen in die zin zouden worden genomen in het kader van de uitbouw van een statuut voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones.

Bevestigt de minister dat vrijwillige brandweermannen nog steeds verplicht zijn om te stoppen op hun zestigste, ondanks de goedkeuring in het kernkabinet om die leeftijd op te trekken tot 65 jaar, en dit vanwege het ontbreken van een aangepast koninklijk besluit?

Bevestigt de minister dat zij een vraag heeft ontvangen naar een overgangstermijn in afwachting van het gewijzigde koninklijk besluit en dat zij daarop nog niet heeft geantwoord? Zo ja, waarom niet? Tegen wanneer mogen we de nodige maatregelen verwachten om dit alles te regelen?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Het kernkabinet heeft de principiële beslissing genomen om in de mogelijkheid te voorzien dat vrijwillige brandweerlieden tot hun 65e in dienst kunnen blijven bij de brandweer. Als minister van Binnenlandse Zaken had ik daarop aangedrongen.

Om deze principiële beslissing uit te voeren, moet het koninklijk besluit van 6 mei 1971 worden aangepast. Artikel 23, 2º, van de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 6 mei 1971 bepaalt dat vrijwillige brandweerlieden op hun zestigste de dienst moeten verlaten.

Ik heb brieven ontvangen van diverse brandweerdiensten met de vraag om in de mogelijkheid te voorzien dat vrijwilligers tot hun 65e bij de brandweer in dienst kunnen blijven. Ik heb mijn diensten opdracht gegeven om in overleg met het terrein een ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 mei 1971 tot vaststelling van de modellen van gemeentelijke reglementen betreffende de organisatie van de gemeentelijke brandweerdiensten op te maken.

Dat eerste ontwerp zal ik zo snel mogelijk voorleggen aan alle partners die betrokken zijn bij de brandweerhervorming, zoals de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten, de federatie en de vakbonden.

Het principe blijft dat een vrijwilliger die 60 jaar wordt eervol ontslag krijgt. Wanneer hij het zelf wil en aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan hij zijn functies behouden tot de maand waarin hij 65 jaar wordt. Zijn contract is dan onderworpen aan dezelfde regels als andere contracten en kan bijgevolg zelfs vroegtijdig worden beëindigd. Een voorwaarde voor verlenging is wel dat de vrijwilliger geschikt blijft om operationele taken uit te voeren. Hij moet over de gewenste competenties blijven beschikken om de taken die hem worden opgedragen naar behoren uit te voeren.

Ik zal dit voorstel dus zo snel mogelijk met alle betrokken partners bespreken. Zodra er een akkoord is, zal ik het uiteraard aan de ministerraad voorleggen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik dank de minister voor haar antwoord, maar blijf een beetje op mijn honger zitten. De mensen die momenteel als vrijwillige brandweerman werkzaam zijn en 60 worden moeten met lede ogen aanzien dat hun beroepscollega's wel tot hun 65 mogen werken en zij niet, terwijl de regering heeft aangekondigd dat die leeftijd zal worden opgetrokken. Zij moeten verplicht met pensioen en de knowhow en expertise die ze hebben opgebouwd, gaan dus verloren. Ik dring er bij de minister dan ook op aan snel werk te maken van de aanpassing van het koninklijk besluit. De vrijwillige brandweer is daar absoluut vragende partij voor en hoe langer men wacht, hoe meer mensen en ervaring men kwijtspeelt. Ik had van de minister eerlijk gezegd een overgangsregeling verwacht, eventueel via een omzendbrief, om de mensen die nu 60 worden toch in dienst te kunnen houden, in afwachting van de nieuwe regeling. Op die manier verliezen we die mensen niet, want het wordt almaar moeilijker om vrijwillige brandweerlui te vinden. Ik roep de minister op daar toch eens over na te denken.