5-59 | 5-59 |
Mme la présidente. - M. John Crombez, secrétaire d'État à la Lutte contre la fraude sociale et fiscale, répondra.
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Aangezien het Federaal Adviescomité voor de Europese Aangelegenheden recent niet meer heeft vergaderd, heb ik het Nationaal Hervormingsprogramma van het internet geplukt. Als ik de tekst goed begrijp, zal de werkgelegenheidsgraad in ons land bij ongewijzigd beleid stijgen van 67,9% in 2011 naar 68,6% tegen 2016. Over de volledige periode van vijf jaar zou de werkgelegenheidsgraad dus toenemen met 0,7%. Daar komt nog bij dat elke Europese analyse aantoont dat België niet goed scoort op het vlak van de werkgelegenheidsgraad van ouderen.
Klopt de doelstelling van 0,7%? Wat verstaat men onder ongewijzigd beleid? Is het effect van de maatregelen die de regering nu aan het nemen is, al in de prognose inbegrepen of niet? Welk effect op de werkgelegenheidsgraad verwacht men tijdens deze legislatuur?
Een lage groei staat een toename van de werkgelegenheidsgraad niet in de weg. We moeten maatregelen nemen om iedereen aan het werk te zetten zodat er groei ontstaat en niet omgekeerd. Wat zijn de plannen van de regering? Volgens de cijfers uit het hervormingsplan is de inspanning tussen 2011 en 2016 immers vier of vijf keer kleiner dan de inspanning die we zullen moeten leveren in de periode 2016-2020.
De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - De heer Van Rompuy heeft een belangrijk punt aangehaald dat regelmatig zou moeten worden besproken. De werkgelegenheidsgraad is een van de belangrijkste parameters voor het welslagen van de financiering van het totale systeem tegen 2020-2030.
Volgens de economische indicatoren van de Nationale Bank van 4 mei 2012 zal de werkgelegenheidsgraad dit jaar stabiliseren. De Europese Commissie verwacht een toename met 0,4%, terwijl de OESO een stijging van 0,1% verwacht. Voor volgend jaar gaat de Europese Commissie uit van een groei van 0,5%. De OESO houdt het op 0,2%. Wetende dat de crisis en de bijna-recessie een invloed hebben op de werkgelegenheidsgraad, is het belangrijk om vast te stellen dat de voorspellingen voor de korte termijn uiteenlopen.
De meeste statistieken, onder andere die van Eurostat, houden rekening met de maatregelen die al genomen zijn aan de aanbodzijde. Deze maatregelen zijn trouwens al in belangrijke mate uitgevoerd of in fase van uitvoering. Denken we maar aan het stapsgewijs optrekken van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor de werkloosheid met bedrijfstoeslag - het vroegere brugpensioen -, de inschakelingsuitkeringen - de vroegere wachtuitkeringen -, de versterking van de degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen en een verdere aanpak van de werkloosheidsval door de belastingvrije som voor bescheiden arbeidsinkomens te verhogen.
Daarnaast bevat het regeerakkoord ook een reeks maatregelen om de vraagzijde op de arbeidsmarkt te ondersteunen. Ik heb het daarbij over een meer gerichte en doeltreffende toepassing van al bestaande loonkostenverlagende maatregelen, na een evaluatie door het Planbureau, een versterking van de bestaande steunmaatregelen voor eerste aanwervingen en een strengere aanpak van de sociale fraude.
Zoals blijkt uit de cijfers van de Nationale Bank, wordt de impact van deze maatregelen op de werkgelegenheidsgraad op dit moment nog getemperd door conjuncturele effecten, maar op de langere termijn zouden die effecten moeten uitvlakken.
Om het tij te keren, moeten overheden en sociale partners een tandje blijven bijsteken, precies omdat de doelstelling een enorme uitdaging is. Er is afgesproken dat we nog voor het zomerreces onder leiding van de premier een plan voor de relance van de economie en de versterking van de competitiviteit uitwerken. Als daarbij de arbeidsmarkt ter sprake komt, zal daarover ook overlegd worden met de gewesten. Dat plan moet een antwoord bieden op de structurele uitdagingen. Daarbij zal de aandacht gaan naar ondersteuning van de creatie van duurzame en kwaliteitsvolle jobs, steun aan ondernemingen, kosten van de productiefactoren, productiviteit, toegang tot kredieten, concurrentiewaarborgen enzovoort. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven heeft de opdracht gekregen om een documentatienota op te stellen aan de hand waarvan we het concurrentievermogen kunnen analyseren.
Dat alles lijkt me een degelijke basis om een antwoord te bieden op de uitdaging van een grotere werkgelegenheidsgraad, die we ons tot doel hebben gesteld. Er zijn voorstellen uitgewerkt die in dezelfde lijn liggen als wat de heer Van Rompuy voorstelt en die in de discussies met de gemeenschappen en gewesten ter sprake zullen komen. Daarbij zal de impact van de maatregelen op de oudere werknemers een belangrijke factor zijn. Ik heb al verschillende maatregelen vermeld. Van al de doelstellingen die we hebben vastgelegd, is de grootste die van het opdrijven van de werkzaamheidsgraad bij de 55-plussers, want daar is de gap die we moeten dichten het grootst. De doelstellingen bij ongewijzigd beleid die we hebben opgemaakt en die dezelfde zijn als die van Eurostat, dateren van voor het regeerakkoord. De heer Van Rompuy sprak van 68,6% in 2010; dat wordt 69,5% in 2020. In het pad naar 73% is dat ongeveer halfweg, bij ongewijzigd beleid. Het pad van 70 naar 73% moeten we realiseren door een gewijzigd beleid, door maatregelen te nemen. Daarbij moeten we een bijzondere aandacht hebben voor de activering van en de verhoging van de werkgelegenheidsgraad bij de 55-plussers.
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Ik ben blij vast te stellen dat de staatssecretaris en ik het erover eens zijn dat de werkgelegenheidsgraad de belangrijkste motor is van de economische groei.
Ik heb begrepen dat de huidige batterij aan maatregelen nog niet is opgenomen in de cijfers van het nationaal hervormingsplan. Ik zal nauwgezet nagaan of de beoogde doelstellingen daadwerkelijk worden gehaald. Ik ben ervan overtuigd dat we bovenop de belangrijke maatregelen van het regeerakkoord nog een tandje zullen moeten bijsteken om die doelstellingen te realiseren.