5-55

5-55

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 MAART 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Dalila Douifi aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding over «het Belgische hervestigingsbeleid voor vluchtelingen» (nr. 5-479)

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Het maandenlange aanhoudende geweld in Syrië heeft geleid tot een enorme uitstroom van vluchtelingen naar de buurlanden. Zowel in Libanon als in Turkije worden meer dan tienduizend Syrische vluchtelingen in vluchtelingenkampen opgevangen en meer dan tachtigduizend Syrische vluchtelingen zijn de grens met Jordanië overgestoken. Dat aantal overstijgt de middelen van landen als Jordanië en Libanon. Door de banden van de Libanese veiligheidsdiensten met het Syrische regime vrezen de vluchtelingen daar bovendien dat ze ontvoerd en opnieuw aan Syrië uitgeleverd kunnen worden.

Op 8 maart nam de Raad van Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken een standpunt in over een Europees Resettlement-programma, dat trouwens in 2009 door de Europese Commissie werd voorgesteld. In dat besluit formuleerde de Raad de Europese prioriteiten inzake hervestiging van vluchtelingen. Er zijn ook nieuwe regels goedgekeurd over de financiële steun die de lidstaten uit het Europees Vluchtelingenfonds ontvangen om vluchtelingen te hervestigen. Ik overloop ze even. Men krijgt 6000 euro per hervestigde vluchteling indien de lidstaat voor de eerste keer zo'n compensatie vraagt; 5000 euro indien de lidstaat een keer eerder zo'n compensatie aanvroeg en 4000 euro in de andere gevallen.

De Raad heeft ook de hervestigingsgroepen gedefinieerd voor het jaar 2013. Het zijn er zes, namelijk de Congolese vluchtelingen in het Grote Merengebied, Burundi, Malawi, Rwanda en Zambia; de vluchtelingen uit Irak hervestigd in Turkije, Syrië, Libanon en Jordanië; de Afghaanse vluchtelingen in Turkije, Pakistan en Iran; de Somalische vluchtelingen in Ethiopië; de Birmaanse vluchtelingen in Bangladesh, Maleisië en Thailand; de Eritrese vluchtelingen in Oost-Soedan.

Om de Europese Commissie de mogelijkheid te bieden de uitgaven van het Europees Vluchtelingenfonds te plannen, worden de lidstaten verzocht vóór 1 mei van dit jaar door te geven hoeveel vluchtelingen zij in 2013 per prioriteitsgroep willen hervestigen. Tot nog toe heeft België geen structureel hervestigingsprogramma. In het verleden hebben we wel deelgenomen aan hervestigingsoperaties ad hoc. Zo zijn we in 2009 ingegaan op de oproep van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties en hebben we deelgenomen aan een Europees project waarbij 10 000 Iraakse vluchtelingen uit Syrië en Jordanië in EU-lidstaten werden hervestigd. Ons land heeft toen een groep alleenstaande vrouwen en kinderen uit Irak opgenomen alsook een tiental Palestijnen. Ook in 2011 hebben we 25 Congolese en Eritrese vluchtelingen uit Libië hervestigd.

Ik heb voor de staatssecretaris twee vragen.

Zal België deelnemen aan het gezamenlijke EU-hervestigingsprogramma en dus vóór 1 mei van dit jaar een plan voorleggen met het aantal vluchtelingen dat we in 2013 per prioriteitsgroep willen hervestigen?

Hoe staat de regering tegenover een mogelijk verzoek van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties om een groep Syrische vluchtelingen uit Jordanië of een ander buurland te hervestigen?

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Ons land heeft inderdaad al aan ad-hocoperaties deelgenomen en dringende oproepen van de UNHCR inzake hervestiging beantwoord.

Dit jaar heeft België zich, conform het regeerakkoord, geëngageerd om deel te nemen aan een hervestigingsprogramma en om dit dossier op Europees niveau te steunen. België is in het verleden overigens ook altijd voorstander geweest van een Europees hervestigingsprogramma en heeft daarom altijd de blokkering van dit dossier om institutionele redenen betreurd. Ik verheug me dan ook op het akkoord dat het Europees Parlement hierover vandaag zal geven.

Momenteel worden de verschillende mogelijkheden onderzocht om vóór 1 mei 2012 een structureel hervestigingsprogramma in te voeren en aldus België voor het eerst aan de pledgingprocedure volgens de regels van het nieuwe Europese hervestigingsprogramma te laten deelnemen.

Ik deel de bezorgdheid van senator Douifi over de situatie in Syrië en de ongeveer 40 000 vluchtelingen die als gevolg van het conflict naar de buurlanden zijn gevlucht. UNHCR volgt de situatie op de voet, maar heeft nog geen algemene oproep tot hervestiging als gevolg van deze situatie gelanceerd. Het Europees hervestigingsprogramma erkent de centrale rol van UNHCR in het hervestigingsproces. De geografische EU-prioriteiten zijn dan ook gebaseerd op de jaarlijks door UNHCR bepaalde prioriteiten, de zogenaamde Projected Global Resettlement Needs. De hervestigingsprioriteiten van UNHCR zullen eveneens dienen als basis voor het bepalen van de nationale prioriteiten inzake hervestiging. Bij de voorbereiding van ons hervestigingsprogramma zullen we dus evalueren welke groep of welke nationaliteit wij zullen opnemen op basis van verschillende criteria opgesteld in het kader van deze nieuwe Europese regelgeving.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Het verheugt me dat de regering positief reageert op de oproep van Europa. Het is voor het eerst dat een Belgische regering werk maakt van een structureel hervestigingsprogramma. Dit is een positieve zaak en komt bovendien tegemoet aan een van de prioriteiten die België in 2010 als voorzitter van de Raad van de EU naar voren schoof, namelijk het hervestigingsprogramma in het kader van de totstandbrenging van een gezamenlijk Europees asiel- en vluchtelingenbeleid. Ik hoop dat we onze werkzaamheden in de commissie tijdig kunnen afronden en met een voorstel naar Europa kunnen trekken.