5-1547/4

5-1547/4

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

27 MAART 2012


Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (I)


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW DÉSIR


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk op 8 maart 2012 ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 53-2097/1).

Het werd op 22 maart 2012 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 80 stemmen tegen 16 stemmen bij 34 onthoudingen.

Het werd op 23 maart 2012 overgezonden aan de Senaat en op diezelfde dag geëvoceerd.

De commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden heeft de artikelen 48 tot 50, 51 tot 53 en 66 tot 67 behandeld.

De commissie heeft het ontwerp onderzocht tijdens haar vergaderingen van 22 en 27 maart 2012.

II. ARTIKELEN 48 TOT 50

a) Inleidende uiteenzetting door mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen gaat vooreerst in op de wijziging, bepaald in artikel 48 van het wetsontwerp, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. De wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen (I) bood de politiezones de gelegenheid om, tot en met 31 december 2010, te fusioneren op vrijwillige basis.

Het beginsel komt volledig tegemoet komt aan de filosofie van het regeerakkoord, dat er zich onder meer toe verbindt om in « een wettelijk kader te voorzien dat de vrijwillige fusies van politiezones vergemakkelijkt ».

Artikel 48 reactiveert de bepaling van de wet van 30 december 2009 door het verwijderen van de limietdatum. Met betrekking tot de modaliteiten van de fusie werd geen enkele wijziging aangebracht. Door de fusie beoogt men het verhogen van de personeelscapaciteit in de betrokken politiezones en dus van de efficiëntie van het politiewerk ten voordele van de bevolking. Een andere doelstelling is het bereiken van schaalvoordelen. Een eerste fusie heeft reeds plaatsgevonden tussen de politiezones Lanaken en Maasmechelen. De politiezones Beersel, Dilbeek, Sint-Peters-Leeuw en Halle tonen eveneens interesse om te fusioneren.

Vervolgens licht de minister de wijzigingen toe van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, neergelegd in de artikelen 49 en 50 van het wetsontwerp. De wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid moet dringend worden gewijzigd, teneinde in die wet bepaalde activiteiten op te nemen tijdens welke waarden worden getransporteerd en bezorgd die het doelwit kunnen zijn van overvallen. De vigerende regelgeving geldt immers slechts voor het beveiligde waardetransport. Zoals in januari jongstleden nog bleek uit een overval op een transport van maaltijdcheques, trekken de jongste jaren ook andere soorten van waardetransport en -bezorging de aandacht van de overvallers. Dit verschijnsel moet dan ook zo spoedig mogelijk een halt worden toegeroepen.

In dat verband ligt het in de bedoeling van de regering de omschrijving van de activiteit « waardetransport » bij de tijd te brengen, om de volgende redenen.

Eerst en vooral zijn er de juridische redenen. Het waardetransport werd in 1990 in de bewakingswet omschreven als zijnde « toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden ». Sindsdien zijn de activiteiten van de bewakingsondernemingen sterk geëvolueerd. Het ligt in de bedoeling het toepassingsgebied af te stemmen op de bestaande economische realiteit.

De tweede reden houdt verband met de veiligheid. Overvallen op waardetransporten behoren in ons land al enkele jaren tot het verleden. België behoort op dat vlak momenteel tot de veiligste landen van Europa. Een en ander kan worden verklaard doordat sinds de tweede helft van 2007 een algemene verplichting geldt op het gebruik van neutralisatiesystemen. Een neutralisatiesysteem is een technologisch systeem dat het openen van de koffer met de beschermde waarden verhindert, dan wel de inhoud ervan onbruikbaar maakt (chemische verf op bankbriefjes, elektronisch zelfvernietigingssysteem enzovoort).

In ons land werden de afgelopen jaren vaker overvallen gepleegd op transporten van geld of van andere waarden die werden uitgevoerd door andere dienstverleners dan de bewakingsondernemingen, zoals (expres) koeriersdiensten. De vigerende wet is immers alleen van toepassing op beveiligde transporten. De wet maakt gewag van een « waardetransport » zodra de transporteur de bescherming en de bewaking van de door hem getransporteerde goederen regelt, bijvoorbeeld wanneer de begeleiders gewapend zijn en wanneer het voertuig is uitgerust met specifieke beschermingsmiddelen, zoals blindering of een safe.

De aard van de getransporteerde goederen en de waarde ervan hebben geen invloed op de definitie van het begrip « waardetransport » zoals dat in de vigerende wet is opgenomen. Daardoor zijn de niet-beschermde transporten een steeds aantrekkelijker doelwit voor criminelen. Zo werden in ons land in 2009 twintig transporten van maaltijdcheques overvallen. Tussen januari 2008 en februari 2010 waren er in totaal 49 overvallen op koeriersdiensten die maaltijdcheques vervoerden en dat voor een totaalbedrag van 5 419 646 euro. Vooraleer de wet bij de tijd wordt gebracht, moeten de ondernemingen die de volgende vier diensten aan derden leveren, als bewakingsonderneming worden erkend :

1. de bewaking en/of de bescherming van goederentransporten;

2. het transport van geld of van andere waarden dan geld, zoals door de Koning is bepaald;

3. het beheer van een geldtelcentrum;

4. de bevoorrading, de bewaking tijdens werkzaamheden aan biljettenautomaten waar een toegang tot bankbiljetten of geldcassettes mogelijk is, tenzij die automaten zich bevinden in de kantoren van kredietinstellingen of van de Post die door personeel bemand zijn.

Voortaan zal tevens worden geëist dat de ondernemingen die voor eigen behoeften de volgende drie activiteiten uitoefenen, als interne bewakingsdienst worden erkend :

1. de bewaking en/of de bescherming van goederentransporten;

2. het transport van geld of van door de Koning bepaalde waarden, met uitzondering van niet-bewaakte of niet-beschermde geldtransporten met een waarde van 30 000 euro of minder;

3. de bevoorrading, de bewaking tijdens werkzaamheden aan biljettenautomaten waar een toegang tot bankbiljetten of geldcassettes mogelijk is, tenzij die automaten zich bevinden in de kantoren van kredietinstellingen of van de Post die door personeel bemand zijn.

Om de ondernemingen in staat te stellen zich aan te passen aan die wijzigingen aan de wet-Tobback, werd bepaald dat de interne dienst die ten eigen behoeve de activiteit « vervoer van geld of andere goederen » organiseert, zulks tot 1 januari 2013 kan doen, zonder als een interne bewakingsdienst te worden beschouwd.

Al deze aanpassingen kwamen tot stand na grondig overleg hierover met de banksector, de sector van de grootdistributie, de betrokken waardentransportondernemingen, de syndicale organisaties uit het waardentransport en de politiediensten.

b) Bespreking

De heer Claes bevestigt dat er de laatste jaren veel overvallen zijn gepleegd op transporten van maaltijdcheques. De cijfers die door het kabinet werden aangegeven, zijn indrukwekkend. Zijn fractie heeft in het verleden verschillende parlementaire vragen gesteld over deze problematiek. Hij steunt ten volle de wetswijziging aangezien deze transporten in de toekomst door de private veiligheidsfirma's zullen bewaakt worden en het risico op overvallen zal dalen.

Hij steunt eveneens het principe van de vrijwillige samensmelting van de politiezones. Dit bewijst dat er een snelle uitwerking wordt gegeven aan het regeerakkoord.

De heer Broers verheugt zich eveneens van de vrijwillige samensmelting van de politiezones die voortaan mogelijk zal zijn. Dit zal het professionalisme van de politiezones verbeteren.

III. ARTIKELEN 51 TOT 53

a) Inleidende uiteenzetting van de staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, de heer Hendrik Bogaert.

De heer Hendrik Bogaert, staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, licht eerst de wijzigingen toe die de ontworpen artikelen 51 en 52 aanbrengen in het koninklijk besluit nr. 141 van 30 december 1982 tot oprichting van een databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector.

Er wordt in artikel 51 voorgesteld om de bestaande wetgeving in verband met de databank betreffende de personeelsleden van de overheidssector te verbeteren, om de werking van die databank te optimaliseren.

De openbare socialezekerheidsinstellingen vallen onder het toepassingsgebied van voornoemd koninklijk besluit van 30 december 1982. Die diensten verstrekten al gegevens, maar dat wordt nu bij wet vastgelegd.

Artikel 52 strekt ertoe te bepalen dat de gegevens niet per 1 januari, maar per 31 december moeten worden verstrekt. Dankzij die wijziging worden de verschillende gegevensbronnen geharmoniseerd en valt de rapportering samen met het kalenderjaar. Deze ontworpen bepaling geniet de uitdrukkelijke steun van het netwerk van personeelshoofden.

Deze artikelen gaven geen aanleiding tot opmerkingen van de Raad van State.

Artikel 53 betreft een wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.

Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 190/2009 van 26 november 2009 geoordeeld dat artikel 14bis, § 3, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt :

— de arbeidsongevallenverzekeraar van de in die wet bedoelde rechtspersonen of instellingen, alsook van degenen die de in artikel 1bis bedoelde personeelscategorieën tewerkstellen, wordt niet gesubrogeerd in de rechten die het slachtoffer of zijn rechthebbenden bij niet-vergoeding hadden kunnen uitoefenen;

— de arbeidsongevallenverzekeraar wordt niet toegestaan om op dezelfde wijze als het slachtoffer of zijn rechthebbenden een rechtsvordering in te stellen tegen de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig of tegen het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, tot belope van de gedane uitkeringen en de ermee overeenstemmende kapitalen.

Om aan dat arrest tegemoet te komen, wordt voorgesteld de arbeidsongevallenverzekeraar van de openbare werkgever hetzelfde subrogatoir vorderingsrecht toe te kennen als dat van de werkgever zelf tegen de voor een verkeersongeval aansprakelijke derde.

Als gevolg van de periode van lopende zaken en de ermee gepaard gaande beperkingen, kon deze wetswijziging niet eerder worden uitgevoerd. Aangezien het arrest van eind 2009 dateert, moet die wijziging er spoedig komen om bijkomende gerechtelijke procedures te voorkomen.

De Raad van State oordeelde in zijn advies dat de term « herverzekeraar » vervangen moest worden door de term « verzekeraar ». Aan deze opmerking werd tegemoet gekomen.

b) Bespreking

De heer Claes ondersteunt de voorgestelde maatregelen. Zeker de transparantie van het personeelsbestand is in de openbare sector een goede zaak. Dit zal immers toelaten om nauwkeurig geïnformeerd te zijn over de exacte cijfers van het personeel in de openbare sector.

De maatregelen betreffende de arbeidsongevallen is een logische gelijkstelling met de privésector.

IV. ARTIKELEN 66 TOT 67

a) Inleidende uiteenzetting door mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk

In de kamercommissie voor de sociale zaken werd een amendement op het ontwerp van wet houdende diverse bepalingen aangenomen voor wat betreft de sociaal bemiddelaars in de overheidssector (hoofdstuk 5).

In de contacten en onderhandelingen tussen de werkgevers of de representatieve werkgeversorganisaties en de representatieve werknemersorganisaties kunnen sociaal bemiddelaars optreden als facilitatoren om de dialoog te bevorderen en (opnieuw) op gang te brengen. Deze gespecialiseerde ambtenaren behoren tot de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Momenteel bestaat deze mogelijkheid enkel in de privésector, en met name voor zij die ressorteren onder de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Voorliggend hoofdstuk voert nu een wettelijke basis in om ook sociaal bemiddelaars te kunnen inschakelen in de overheidssector.

De opdrachten en benoemingsvoorwaarden zullen verder worden bepaald bij koninklijk besluit.

IV. STEMMINGEN

Het geheel van de naar de commissie verwezen artikelen werd aangenomen met 11 stemmen bij 4 onthoudingen.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Caroline DÉSIR. Philippe MOUREAUX.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 53-2097/013).