5-129COM

5-129COM

Commissie voor de Justitie

Handelingen

DINSDAG 28 FEBRUARI 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Dalila Douifi aan de minister van Justitie over «de gemeentelijke administratieve sancties» (nr. 5-1883)

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Naar aanleiding van het maatschappelijk debat over de gemeentelijke administratieve sancties, de zogenaamde GAS, heb ik enkele vragen over zaken die in het beleidsdomein justitie vallen.

De GAS-wet heeft tot doel de kleine criminaliteit, verstoringen van de openbare orde en ook de openbare overlast op het lokale niveau met burgerrechtelijke sancties aan te pakken.

Omdat bepaalde feiten geen overtreding van de strafwet inhouden of er door een gebrek aan tijd of middelen van het parket of om technische redenen geen gevolg aan wordt gegeven, werden die feiten van overlast vaak niet gesanctioneerd. De gemeentelijke administratieve sancties stellen de steden en gemeenten in staat efficiënter tegen die kleine criminaliteit op te treden, waardoor het gevoel van straffeloosheid bij daders de kop wordt ingedrukt en de bevolking zich veiliger voelt.

Met verschillende reparatiewetten is de wet op belangrijke punten gewijzigd; zo zijn onder meer de gemengde inbreuken ingevoerd. Het gaat om inbreuken die nog steeds in het Strafwetboek opgenomen zijn, maar die, indien de gemeenten het wenselijk achten, ook met een administratieve sanctie kunnen worden beteugeld.

Weet de minister op basis van de gegevens waarover ze beschikt, of met de gemeentelijke administratieve sancties de beoogde doelen bereiken? Leiden de gemeentelijke administratieve sancties tot een efficiëntere strijd tegen de kleine criminaliteit en openbare overlast en zorgen ze voor een minder sterk gevoel van straffeloosheid?

Is sinds de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties het aantal strafrechtelijke inbreuken gedaald en zo ja, om welke inbreuken gaat het dan?

Na overleg tussen de stad Gent en procureur des Konings Johan Sabbe, kan de stad sinds vorig jaar administratieve sancties opleggen voor zwaardere overtredingen als diefstal, winkeldiefstal en opzettelijke slagen en verwondingen, mits aan bepaalde beperkende voorwaarden wordt voldaan. In het tijdschrift van de VVSG heb ik zopas gelezen dat Kortrijk en Mechelen een soortgelijke GAS-III-overeenkomst met het parket hebben gesloten.

Hoe beoordeelt de minister de uitbreiding van de toepassing van de gemeentelijke administratieve sancties en is ze voorstander van een bijkomende uitbreiding tot andere zones en gemeenten?

Zo ja, acht de minister het wenselijk dat bepaalde drugsdelicten in overleg met het parket via gemeentelijke administratieve sancties zouden kunnen worden bestraft?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - De gemeentelijke administratieve sancties worden steeds ruimer door steden en gemeenten toegepast. Mijn diensten beschikken daaromtrent echter niet over precieze cijfergegevens; de beslissing al dan niet in dat systeem te stappen valt immers onder de gemeentelijke autonomie en verplicht de gemeenten niet tot kennisgeving aan de federale overheid. Voor een evaluatie van de toepassing en de weerslag ervan moet ik u verwijzen naar de minister van Binnenlandse Zaken.

Wat de gunstige invloed van de gemeentelijke administratieve sancties op het aantal strafrechtelijke inbreuken betreft, wens ik er eerst op te wijzen dat die sancties niet alleen van toepassing zijn op inbreuken die voorheen alleen strafrechtelijk konden worden vervolgd. Een aantal inbreuken is immers gedepenaliseerd, meer bepaald de overtredingen van de eerste vier klassen van het Strafwetboek, alsook van de Besluitwet van 29 december 1945 houdende het verbod op het aanbrengen van opschriften op den openbaren weg. Elke gemeente moet echter zelf oordelen of het opportuun is bepaalde inbreuken in het politiereglement op te nemen. Ik geef enkele voorbeelden: voor de eigenaars van honden het opruien of niet in bedwang houden wanneer het dier voorbijgangers aanvalt of achtervolgt, zelfs indien dat geen kwaad of schade tot gevolg heeft; vrijwillig het roerend goed van anderen beschadigen of vernietigen; opschriften, affiches, pamfletten, zelfklevers of fotokopieën aanbrengen op openbare plaatsen zonder vooraf de toelating te hebben gekregen van de bevoegde overheid enzovoort.

De gemeenten kunnen ook inbreuken die nog steeds strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, in hun reglement opnemen en dus administratief vervolgen. Dat is een wettelijke afwijking op het principiële verbod van de dubbele aantijging. Dat is onder meer mogelijk voor inbreuken op artikelen 461 en 463 van het Strafwetboek, die betrekking hebben op gewone diefstal, en artikel 398 inzake opzettelijke slagen en verwondingen.

Naar aanleiding van het overleg tussen de procureur des Konings van Gent en de Stad Gent zijn de gemengde inbreuken in het politiereglement van Gent opgenomen. Zo kan bijvoorbeeld een GAS worden opgelegd voor enkelvoudige diefstallen die eenmalig zijn, die niet worden betwist, waarvan de dader bekend is en waarbij de waarde van de gestolen goederen maximaal 125 euro bedraagt. Het betreft hier geen uitbreiding van de bestaande regelgeving, maar wel van de toepassing van het lokale politiereglement.

De inbreuken op de wet van 24 februari 1921 betreffende drugsdelicten zijn niet opgenomen in artikel 119bis van de nieuwe Gemeentewet en kunnen dus niet beteugeld worden met administratieve sancties. Hiervoor is dus een wetswijziging noodzakelijk.

Toch wil ik enkele bedenkingen maken bij het bestraffen van drugsdelicten met gemeentelijke administratieve sancties. Wat feiten zonder winstoogmerk betreft, wordt in de richtlijnen inzake strafrechtelijk beleid nu de nadruk gelegd op alternatieve oplossingen die een medische, sociale en psychologische begeleiding van de daders mogelijk maken. In dat opzicht is het dan ook weinig waarschijnlijk dat administratieve en in het bijzonder financiële sancties een positieve invloed zouden kunnen hebben op het drugsgebruik. Ik ben er wel voorstander van om de leeftijdsgrens voor administratieve sancties voor minderjarigen te verlagen van 16 naar 14 jaar, omdat dit beter aansluit op de dagelijkse realiteit.

Mevrouw Dalila Douifi (sp.a). - Ik vond het belangrijk de minister van Justitie over deze problematiek te ondervragen. Als de ministerraad het ontwerp van wet ter zake heeft besproken, zal onze commissie hierover uiteraard ook met minister Milquet van gedachten wisselen.

Uit het antwoord leer ik dat ook de minister van oordeel is dat de gemeentelijke administratieve sancties veel voordelen bieden. De minister van Justitie spreekt zich echter niet uit over de wenselijkheid om de GAS-III-overeenkomsten die nu al in Gent, Kortrijk en Mechelen van kracht zijn, uit te breiden.

Voor drugsdelicten bepleit de minister een strikte strafrechtelijke vervolging. Voor die delicten ziet ze geen heil in gemeentelijke administratieve sancties. Daarover wens ik zeker terug te koppelen naar de minister van Binnenlandse Zaken, omdat voor de minderjarigen de klemtoon dient te leggen op de bestaande bemiddelingsprocedure, die niet alleen de weg opent naar alternatieve straffen, maar ook naar de bijzondere jeugdzorg. Over de doorverwijzing naar bijzondere zorg zal ik mevrouw Milquet zeker nog ondervragen.