5-45

5-45

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 JANUARI 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over «een verlaging van de leeftijd voor toepassing van gemeentelijke administratieve sancties» (nr. 5-389)

De voorzitster. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming, antwoordt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De minister van Binnenlandse Zaken heeft onlangs een wetsontwerp ingediend om de toepassingsleeftijd voor gemeentelijke administratieve sancties te verlagen tot veertien jaar. Hierdoor is een stevige polemiek ontstaan tussen de voor- en tegenstanders.

Voorstanders zijn van oordeel dat jongeren die problemen veroorzaken, door deze maatregel gemakkelijker kunnen worden aangepakt. Aangezien het aantal probleemjongeren is toegenomen, zijn ze van mening dat er nood is aan concrete en snelle instrumenten die bovendien pedagogische mogelijkheden bieden om de ouders en de omgeving te betrekken bij de aanpak van de problematiek.

De tegenstanders beschouwen de maatregelen dan weer als een zoveelste onheuse veralgemening, alsof alle jongeren problemen veroorzaken. Ze wijzen op de onduidelijke en willekeurige regeling van de gemeentelijke administratieve sancties en vragen zich af wat als probleemgedrag moet worden beschouwd. Voor hen zijn de sancties een pure symptoombestrijding en ze zijn van oordeel - ik heb het daar zelf ook moeilijk mee - dat ze een inbreuk vormen op de filosofie van de jeugdbescherming, die bepaalt dat de leeftijd voor strafrechtelijke meerderjarigheid achttien jaar is, behalve als jongeren uit handen worden gegeven.

De reacties zijn dan ook paradoxaal. Enerzijds heb ik begrip voor het standpunt van de burgemeesters van grote steden die van oordeel zijn dat de GAS-sancties kunnen bijdragen aan het oplossen van het probleem. Anderzijds weet ik als voormalig Vlaams minister van Jeugd dat het uiterst contraproductief en unfair is om een overgroot aantal mensen gewoon als een probleem te beschouwen. Indertijd luidde mijn slogan dat het jeugdbeleid moet stoelen op de kracht van de jongeren in plaats van op de klacht over jongeren. Daarenboven werken felle repressieve reacties tegen overlastjongeren vaak averechts en ben ik overtuigd van het belang van een grondige en geïntegreerde denkoefening over de problemen inzake opvangcapaciteiten. De wachtlijsten in de hulpverlening, als het met een kleine minderheid fout loopt, moeten worden weggewerkt. Daarbij moeten het federale niveau en de Gemeenschappen samenwerken.

Hoe interpreteert en apprecieert de minister de vele negatieve reacties op haar wetsontwerp om de toepassingsleeftijd voor de gemeentelijke administratieve sancties te verlagen tot veertien jaar, waarbij onder anderen de Vlaamse Kinderrechtencommissaris en sociale wetenschappers wijzen op de pedagogische, sociale en juridische problemen en contra-indicaties bij dit voorstel, die de mogelijke positieve effecten afwijzen en vooral een meer coherente en geïntegreerde aanpak benadrukken, zodat deze benadering is ingebed in een jeugdbeleid, waarbij de Gemeenschappen en de federale overheid gezamenlijk een visie, doelstellingen en beleidsmaatregelen binnen een samenhangend jeugdbeleid moeten ontwikkelen?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit en voor Staatshervorming. - Ik lees het antwoord van minister Milquet.

Ik onderstreep in de eerste plaats dat de wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet, die de mogelijkheid biedt om jongeren vanaf 14 jaar een gemeentelijke administratieve sanctie op te leggen, in het regeerakkoord is opgenomen. Ik ben dan ook de minister die de maatregel moet uitvoeren.

Ik kan u verzekeren dat dergelijke administratieve geldboetes niet zomaar worden opgelegd. De artikelen 119bis en 119ter van de Nieuwe Gemeentewet voorzien immers in specifieke beschermingsmaatregelen, namelijk in de verplichte voorafgaande bemiddeling en in bepaalde procedurele waarborgen. Zo is er voorzien in een advocaat en kan de boete voor de jeugdrechtbank worden betwist. Alle waarborgen zijn dus aanwezig.

Artikel 119ter van de Nieuwe Gemeentewet maakt een voorafgaande bemiddeling verplicht alvorens aan een minderjarige een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden opgelegd. Die bemiddeling kan ervoor zorgen dat de jongere zich bewust wordt van zijn gedrag. Afhankelijk van het resultaat van de bemiddeling, beslist de ambtenaar of en eventueel welke administratieve geldboete nog wordt opgelegd.

Met deze wijziging willen we het bestaande beschermingsregime voor minderjarigen dus helemaal niet ombuigen in een regime van snelle bestraffing.

Daarnaast wil ik er in dergelijke dossiers trouwens ook voor zorgen dat de zaken op een aangepaste en proportionele manier worden aangepakt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - In theorie heeft de minister gelijk en ik hoop dat we in de praktijk ook gelijk krijgen. Ze wijst terecht op de noodzaak om vooraf tot bemiddeling over te gaan. Dat is voor mij bijzonder belangrijk en het is goed dat dit wordt benadrukt. In sommige steden is die bemiddeling er ook, maar ik hoor toch al te vaak dat de gemeentelijke administratieve sanctie bijna als een puur administratieve afhandeling wordt beschouwd waar amper begeleiding of bemiddeling aan te pas komt. Op dergelijke ogenblikken brengen we eigenlijk de fundamenten van onze rechtsstaat een beetje in het gedrang. We straffen de ouders voor het gedrag van hun kinderen via financiële, administratieve sancties, maar de begeleiding die zo noodzakelijk is om echt tot succes te komen, ontbreekt vaak. Ik nodig de staatssecretaris uit de minister er vooral op te wijzen dat er ook een systeem moet worden uitgedokterd om de correcte toepassing van de GAS-sancties te controleren. Dergelijke sancties moeten een opvoedend en ondersteunend middel zijn om negatief gedrag in de toekomst te voorkomen. Net daarom zijn bemiddeling en begeleiding zo noodzakelijk. Ik weet dat de Gemeenschappen daarin een grote rol te spelen hebben en ik nodig de minister echt uit om vóór de goedkeuring van de leeftijdsverlaging met de gemeenschapsministers van Welzijn samen te zitten om na te gaan hoe ze dit kunnen omkaderen.

Ik weet dat de gemeentelijke administratieve sancties in het regeerakkoord staan. Het regeerakkoord is een overeenkomst tussen verschillende partijen, maar dat neemt niet weg dat de concrete uitwerking ervan volgens mij grondig moet worden besproken. Er is altijd discussie mogelijk, ook over zaken die in het regeerakkoord staan. Ik ben ervan overtuigd dat die sancties kunnen helpen, op voorwaarde dat ze gepaard gaan met begeleiding en bemiddeling.