5-44

5-44

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 JANUARI 2012 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de strijd tegen hartfalen bij jonge sporters» (nr. 5-371)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Een paar dagen geleden stuikte tijdens een wedstrijd een zestienjarige voetballer in elkaar na een hartstilstand. Dat soort ongevallen komt geregeld voor. Keer op keer duikt dan ook de vraag op hoe zoiets kan worden voorkomen.

Onderzoek leert dat door medische screening sommige landen erin slagen het aantal ongevallen met dodelijke afloop met 40% te verminderen.

Het gaat niet over tientallen mensenlevens, maar ook als we maar een of twee jonge levens kunnen redden, loont het de moeite om de problematiek ernstig aan te pakken.

In de zes jaar dat ik minister van Sport mocht zijn, hebben we ooit beslist iedere sportbeoefenaar een algemeen gezondheidsonderzoek te laten ondergaan. Algemene verontwaardiging was mijn deel, want zo een onderzoek kost al gauw 50 tot 60 euro per jongere. Wetende dat er 400 000 jongeren onder de achttien voetbal spelen, kunnen de kosten hoog oplopen.

Maar dat hoeft niet zo te zijn. Alle jongeren van het land worden in de lagere school namelijk al medisch onderzocht. Natuurlijk kan men bij een schoolonderzoek lang niet alles detecteren, maar artsen zeggen mij dat alleen al het invullen van een vragenlijst door een arts en door de ouders een fantastische screening oplevert, waaruit men het grootste deel van de jongeren met een gezondheidsrisico kan filteren, zodat de doelgroep tot nog maar tien procent wordt beperkt.

En ook bij die beperkte groep is een elektrocardiogram of bloedonderzoek niet direct nodig, want een eenvoudig onderzoek door de huisarts kan de doelgroep opnieuw sterk reduceren. Wetenschappelijke studies wijzen overigens uit dat elektrocardiogrammen en bloedonderzoeken niet altijd even correct beoordeeld worden en dikwijls aanleiding geven tot onnodige paniek.

Kortom, indien de dokters en het medisch personeel die het schoolonderzoek doen, geïnformeerd worden over de gevolgen van bepaalde vaststellingen voor sportbeoefening, dan zouden we al veel verder staan. Ik vind dus niet dat de minister zeer veel geld moet uitgeven voor nieuw onderzoek. Veel beter zou ze de ministers van Sport en de andere betrokkenen bijeenbrengen om na te gaan hoe de problematiek kan worden aangepakt. Is ze daartoe bereid en welke maatregelen wil ze daarvoor treffen?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Als minister van Volksgezondheid sta ik uiteraard achter initiatieven die de gezondheid van de burger en in het bijzonder die van de sportieve burger beschermen.

Een specifiek onderzoek naar de lichamelijke geschiktheid om sport te beoefenen, lijkt mij een stap in de goede richting. Ik wijs er evenwel op dat het hier om preventie gaat, wat uiteraard onder de bevoegdheid van de gemeenschappen valt. Zij alleen kunnen een dergelijke test verplichten.

Wat de terugbetaling betreft, zegt de huidige regelgeving uitdrukkelijk dat de kosten van geneeskundige verstrekkingen die werkgevers, privé-instellingen of overheidsdiensten eisen, in geen enkel geval kunnen worden terugbetaald.

Het gaat in het bijzonder over verstrekkingen met het oog op het uitreiken van medische geschiktheidsattesten die sportclubs of federaties of andere privé-instellingen of overheidsdiensten eisen. In de huidige stand van de regelgeving kan de ziekteverzekering dergelijke verstrekkingen niet terugbetalen. De regelgeving zal eventueel moeten worden aangepast. Alvorens een initiatief in die zin te overwegen is een overleg op de interministeriële conferentie Volksgezondheid noodzakelijk, zodat de gemeenschappen kunnen verduidelijken wat ze precies willen. Uiteraard moet in dat debat ook rekening worden gehouden met de budgettaire mogelijkheden.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik onderschrijf wat de minister zegt. Het is juist dat er geen terugbetaling kan worden geëist. Er moeten echter wel keuzes worden gemaakt. Wie in Frankrijk de Mont Ventoux wil beklimmen, moet vooraf een medisch attest voorleggen. In België verstopt iedereen zich achter de kostprijs om geen medische keuring in te voeren.

De kostprijs mag niet beletten grondig na te denken over een algemeen onderzoek, dat zoals ik al heb uitgelegd niet noodzakelijk diepgaand moet zijn. Overleg met de ministers van Sport en van Volksgezondheid is nodig om tot een door iedereen gedragen regeling te komen. Zo een regeling is al de moeite waard als we elk jaar één jong leven kunnen redden.