5-539/5

5-539/5

Belgische Senaat

ZITTING 2011-2012

11 JANUARI 2012


Wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 223, 1447 en 1479 van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 587, 594 en 1280 van het Gerechtelijk Wetboek, inzake preventieve uithuisplaatsing en houdende andere maatregelen ter opvolging en beteugeling van het partnergeweld


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE


Wetsvoorstel betreffende de tijdelijke uithuisplaatsing ingeval van huiselijk geweld

(Nieuw opschrift)


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

In deze wet wordt verstaan onder het begrip uithuisgeplaatste : degene aan wie een huisverbod is opgelegd.

Art. 3

§ 1. Indien hij bij het lezen van de processen-verbaal over de strafbare feiten vaststelt dat de aanwezigheid van een meerderjarig persoon in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met deze persoon in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven, kan de procureur des Konings ten aanzien van deze persoon een huisverbod bevelen.

§ 2. Het huisverbod omvat voor de uithuisgeplaatste de plicht om onmiddellijk de woning te verlaten en een verbod tot het betreden van, zich op te houden bij of aanwezig te zijn in die woning en een verbod om contact op te nemen met de personen die met hem in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.

§ 3. Het huisverbod geldt gedurende maximaal tien dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving ervan aan de betrokken persoon.

§ 4. Het bevel van de procureur des Konings wordt op schrift gesteld en bevat inzonderheid :

1º een omschrijving van de plaats en de duur waarvoor de maatregel geldt;

2º de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot het opleggen van het huisverbod;

3º de namen van de personen ten aanzien van wie het verbod om contact op te nemen geldt;

4º de sancties die de niet-naleving van het verbod tot gevolg kunnen hebben.

§ 5. De procureur des Konings deelt onverwijld de inhoud van het bevel mee aan de uithuisgeplaatste en diegenen die met hem samenwonen. Een afschrift van deze beslissing wordt via het meest geschikte communicatiemiddel medegedeeld aan de korpschef van de lokale politie van de politiezone waarbinnen de woning gelegen is waarop het huisverbod betrekking heeft.

De procureur des Konings neemt contact op met de dienst slachtofferonthaal van zijn parket met het oog op de bijstand en de voorlichting van de personen die met de uithuisgeplaatste in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.

Indien de situatie die aanleiding gegeven heeft tot het huisverbod een dermate spoedeisend karakter heeft, kan de beslissing van de procureur des Konings mondeling worden medegedeeld aan de uithuisgeplaatste. In dit geval wordt binnen de kortst mogelijke termijn een afschrift van het bevel aan de betrokkene overgemaakt.

§ 6. De uithuisgeplaatste deelt ten laatste binnen de vierentwintig uur na de kennisgeving van het bevel, aan de procureur des Konings de plaats mee waar en op welke wijze hij bereikbaar is, gedurende de duur van het verbod.

§ 7. De procureur des Konings kan het huisverbod te allen tijde opheffen, wanneer hij van oordeel is dat het gevaar bedoeld in § 1 geweken is.

Art. 4

§ 1. Ten laatste op de eerste dag waarop de griffie geopend is volgend op de dag van het bevel tot huisverbod, deelt de procureur des Konings het bevel mee aan de vrederechter van het kanton waar de woning waarvoor het huisverbod geldt gelegen is.

De procureur des Konings doet eveneens mededeling aan de vrederechter van de processen-verbaal die aanleiding hebben gegeven tot het huisverbod en, in voorkomend geval, van zijn beslissing om het huisverbod op te heffen, alsook van de processen-verbaal houdende inbreuken op het huisverbod.

§ 2. Binnen de vierentwintig uur na de mededeling van het bevel bepaalt de vrederechter de dag en het uur van de zitting waarop de zaak kan worden behandeld, en die plaatsvindt binnen de in artikel 3, § 3, bedoelde termijn.

Bij gerechtsbrief geeft de griffier aan de partijen, vermeld in het bevel van de procureur des Konings, kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting en nodigt hen uit een verzoek te richten tot dringende en voorlopige maatregelen betreffende de gemeenschappelijke woonst of verblijfplaats en het opgelegde huisverbod.

Hij deelt eveneens de dag en het uur van de zitting mee aan de procureur des Konings die het huisverbod bevolen heeft.

Art. 5

§ 1. Indien de partijen of de procureur des Konings daar om verzoeken, behandelt de vrederechter de zaak en hoort hij de aanwezige partijen. Deze zaak wordt behandeld in raadkamer.

§ 2. Onverminderd de toepassing van de artikelen 223 en 1479 van het Burgerlijk Wetboek, oordeelt de vrederechter over de verzoeken van de uithuisgeplaatste of de personen die met de uithuisgeplaatste in de woning wonen of anders dan incidenteel verblijven tot dringende en voorlopige maatregelen betreffende het betrekken van de gemeenschappelijke woonst of verblijfplaats.

§ 3. De vrederechter doet tijdens deze zitting uitspraak over de verzoeken tot dringende en voorlopige maatregelen betreffende het betrekken van de gemeenschappelijke woonst of verblijfplaats en betreffende het huisverbod.

Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.

§ 4. De griffier geeft aan de partijen bij gerechtsbrief kennis van het vonnis, alsmede van de rechtsmiddelen waarover zij beschikken. Hij deelt het vonnis eveneens mee aan de procureur des Konings.

§ 5. Indien de vrederechter het huisverbod opheft voor het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 3, § 3, geldt dit vanaf de kennisgeving aan de partijen.

Art. 6

De uithuisgeplaatste die het ten aanzien van zijn persoon door de procureur des Konings opgelegde bevel overtreedt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van 26 euro tot 100 euro of met een van die straffen alleen.