5-40 | 5-40 |
Mme la présidente. - Je vous propose de joindre ces questions orales. (Assentiment)
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - De aanwezigheid van enkele duizenden medestanders van de Iraanse Volksmoedjahedien in het kamp van Ashraf in Irak vormt een doorn in het oog van de Iraakse regering. Alle kwesties uit het tijdperk van Saddam Hoessein moeten volgens de Iraakse grondwet ten laatste tegen 31 december 2011 opgelost zijn. Daarom eisen de Iraakse autoriteiten dat de Iraanse bewoners van het kamp het land vóór die datum verlaten. Dat werd overigens nogmaals bevestigd door een schrijven van de Iraakse ambassade. De toevoer van medicijnen en andere levensnoodzakelijke middelen naar het kamp werd intussen stopgezet.
De concrete deadline die Irak naar voor schuift, leidt ertoe dat de internationale gemeenschap razendsnel moet handelen om een potentieel bloedbad te voorkomen. Hoewel de Iraakse overheid over het recht beschikt gezag uit te oefenen over eigen grondgebied, is het van fundamenteel belang dat er rekening wordt gehouden met de humanitaire rechten van de bewoners van het kamp. Ideaal is een situatie waarin het kamp tijdelijk langer word opengehouden, zodat de Verenigde Naties hun werk kunnen doen en de registratie van inwoners kunnen voltooien. Een andere oplossing ligt in de opvang door derde landen van de inwoners van dit kamp.
Welke concrete maatregelen werden getroffen om een faliekant scenario te voorkomen? Wat gaat er met andere woorden op het terrein geschieden om alle geweld en mogelijke escalaties te voorkomen? Is er sprake van Europese samenwerking in verband met de mogelijke opvang van deze Iraanse vluchtelingen?
Welke stappen deed ons land inzake de opvang van Iraanse vluchtelingen?
De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - De Iraakse autoriteiten eisen dat het vluchtelingenkamp te Ashraf, verblijfplaats van ruim drieduizend leden van de Iraanse Volksmoedjahedien, nog voor het einde van 2011 ophoudt te bestaan. Volgens de Iraakse grondwet moeten alle kwesties uit het tijdperk van Saddam Hoessein per 31 december 2011 zijn opgelost. De Iraakse autoriteiten eisen bovendien dat de van oorsprong Iraanse bewoners van kamp het land verlaten. Een terugkeer naar Iran is voor deze vluchtelingen echter uitgesloten.
Ondanks meerdere diplomatieke inspanningen, waaronder die van de Belgische diplomaat Jean De Ruyt als adviseur van de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton, dreigt zich door de gedwongen verdrijving een humanitair drama af te spelen waarvoor de internationale gemeenschap de ogen niet mag sluiten.
Welke oplossing ziet de minister op lange termijn voor de inwoners van het kamp en op welke wijze dragen ons land en de Europese Unie bij tot een structurele en humanitaire oplossing waarbij de mensenrechten van de kampbewoners worden gerespecteerd?
De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - De voornaamste verantwoordelijkheid ligt bij de Iraakse regering, aangezien ze soeverein is en de mensenrechten moet respecteren. Noch België noch de Europese Unie draagt een bijzondere verantwoordelijkheid in het dossier van het kamp te Ashraf, behalve de gedeelde morele verantwoordelijkheid die alle leden van de internationale gemeenschap dragen om drama's en onnodig verlies van mensenlevens te vermijden.
Dit verhindert ons uiteraard niet om bij te dragen tot een constructieve oplossing. In die zin heeft ons land, dat het dossier van nabij heeft gevolgd, zich geëngageerd om enkele inwoners op te vangen. Momenteel is een missie ter plaatse om die mogelijkheid te onderzoeken. Op dit moment kan ik niet meer informatie geven.
De Europese Unie zou ook de Verenigde Staten moeten kunnen overtuigen om inwoners van het kamp die door het HCR als vluchteling zijn erkend en het geweld hebben afgezworen, op te vangen, rekening houdend met hun eerdere verantwoordelijkheid in Irak.
Onze landgenoot Jean De Ruyt werkt als speciaal raadgever voor mevrouw Ashton. Hij heeft de voorbije maanden zeer hard gewerkt om elementen van een oplossing voor dit probleem aan te reiken aan de Iraakse regering en zo de spanning te verminderen en een drama te vermijden.
Er zijn gesprekken met alle betrokken partijen. Na consulaire tussenkomst zouden 800 à 900 Europese onderdanen of personen met een sterke band met een Europees land snel uit het kamp kunnen worden geëvacueerd. Zodoende zou het HCR de interviews op een serene manier kunnen laten verlopen.
Dankzij de amnestie die Iran aanbiedt en mits het HCR instaat voor de follow-up van hun veiligheid, zou ongeveer de helft van de inwoners vrijwillig naar Iran kunnen terugkeren.
Ik blijf het dossier samen met onze ambassadeur en mevrouw Ashton volgen.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Ik houd mijn hart vast, als de helft van de bewoners aan Iran wordt overgedragen. We zullen dat mijns inziens zeer nabij moeten volgen. Ik zou dan ook graag weten hoe die overdracht precies zal gebeuren en welke bedoelingen Iran uiteindelijk heeft.
Ik dank u voor uw antwoord wat betreft de opvang van personen met een sterke band met België. Het is van wezenlijk belang dat Europa de Verenigde Staten zover kan krijgen om ook mensen op te vangen, zodat een bloedbad kan worden vermeden en zodat er geen mensen in Iran verdwijnen.