5-103COM | 5-103COM |
De voorzitter. - Ik stel voor deze vragen om uitleg samen te voegen. (Instemming)
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Al eerder, via onder andere schriftelijke vragen, uitte ik mijn bezorgdheid over de toekomst van de voedselbanken. Die worden dubbel bedreigd, enerzijds door een stijgend aantal mensen dat structureel een beroep doet op die diensten en anderzijds door de aanzwellende moeilijkheden om aan kwaliteitsvolle voedselproducten te komen. Bij dat laatste spelen diverse redenen, onder andere een wijzigende distributiecultuur bij grootwarenhuizen, de alsmaar strengere hygiënische richtlijnen en tot slot ook het blokkeren van 370 miljoen Europese middelen voor voedselhulp, onder andere door Duitsland en Nederland.
Tot mijn grote vreugde en met zeer veel waardering nam ik kennis van het standpunt van de minister, die zich zonder veel terughoudendheid engageerde in het voordeel van de voedselbanken. Ik citeer haar: `We zullen de voedselbanken niet in de kou laten staan'. Ik heb ondertussen begrepen dat er een positieve evolutie in het dossier is.
Beaamt de minister haar sterk engagement voor de voedselbanken? Over welke instrumenten, middelen, methodes en programma's beschikt de minister om haar engagement te concretiseren? Maakte zij hieromtrent een actieplan en zo ja, kan zij de krachtlijnen en zeker ook de timing daarvan toelichten?
Hoe zal de minister het dreigende wegvallen van de Europese hulp in het voordeel van de voedselbanken kunnen compenseren? Zal de minister daarvoor kunnen rekenen op de medewerking van haar collega-ministers? Pleegt de minister daarover overleg met de betrokkenen uit het veld? Ik heb ook begrepen dat Europa zijn standpunt heeft gewijzigd. Kan de minister dat toelichten?
Mevrouw Cindy Franssen (CD&V). - Enkele weken geleden zag het er naar uit dat het budget van het Europees programma voor voedselhulp aan de minstbedeelden (EPVM) voor 2012 zou worden verminderd. Dat programma is een belangrijke inkomstenbron voor de Europese voedselbanken en voor andere caritatieve organisaties. Het is een essentieel onderdeel om de voedselvoorziening voor alle Europese burgers te garanderen, uiteraard in de eerste plaats voor de meest kwetsbare personen in onze samenleving.
Ondertussen werd de problematiek besproken op de Europese Landbouwraad van 20 en 21 oktober jongstleden. Toen bleek er nog geen positieve evolutie in het dossier. De gewestregeringen, met onder meer minister-president Kris Peeters, hebben mee aan de kar gestoten.
Op 14 november jongstleden kwam er binnen de Landbouwraad een oplossing voor het dossier. Het programma zal in 2012 en 2013 worden voortgezet. Vanaf de begrotingsperiode 2014-2020 zal de EU-Commissie Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie het dossier verder opvolgen.
Dankzij die positieve evolutie vervallen enkele van mijn geplande vragen. Ik dank de minister en de federale regering trouwens voor hun bijdrage tot de positieve wending in het dossier.
Na de periode 2012-2013 zullen we wel waakzaam moeten blijven. De samenwerking met de gewestregeringen is essentieel, want mogelijk moeten er op lange termijn toch middelen worden vrijgemaakt. Indien de gewestregeringen op termijn middelen vrijmaken, hoeveel middelen zal de federale regering daar tegenover stellen? Hoe zal het dossier volgens de minister evolueren?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van KMO's, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid. - Het Europees programma voor voedselhulp aan de minstbedeelden valt onder het Europese landbouwbeleid. Dat programma werd rond 1987 ingebouwd, toen er een grote overproductie in de landbouw was en er grote voedseloverschotten ontstonden. Het oorspronkelijke doel van het programma bestond erin de voedseloverschotten aan de meest behoeftigen in Europa te geven in plaats van ze weg te gooien.
Het programma bereikt ongeveer achttien miljoen mensen, waarvan 115 000 gezinnen in België. Duitsland en Zweden hebben een procedure voor het Europese Hof van Justitie aangespannen. Het Hof heeft het doel van het programma niet veroordeeld, maar vindt de juridische basis ervan ontoereikend. Immers, nu er geen grote voedseloverschotten meer zijn, volstaan ze niet meer om het hulpprogramma uit te voeren en moet er, met het budget van 500 miljoen euro, op de markt voedsel worden aangekocht.
Op 14 november werd een politiek akkoord bereikt. Een gekwalificeerde meerderheid kwam tot stand door het akkoord van Duitsland, dat 29 stemmen vertegenwoordigt, om het programma nog twee jaar - niet langer - voort te zetten. Vijf Europese landen gaan niet akkoord.
Voor de periode 2012-2013 kunnen we dus rekenen op een budget van 500 miljoen euro. De toekomstige financieringswijze wordt momenteel besproken. Ik weet nog niet hoe het beleid na 2014 eruit zal zien. Ik veronderstel dat Frankrijk en Duitsland onderling akkoord gaan om het programma voor voedselhulp na 2013 niet meer voort te zetten. Andere lidstaten, en ook België, steunen dat idee niet. De vraag is of Europa in 2014 het voedselhulp programma zal opnemen in het landbouwbeleid dan wel in het sociaal beleid.
Het belangrijkste is dat er nu een oplossing is voor 2012-2013. Natuurlijk moet er een oplossing worden gevonden voor de middellange en lange termijn. Dat kan een oplossing op Europees vlak zijn, als een gekwalificeerde meerderheid kan worden bereikt, ofwel een oplossing op Belgisch niveau, eventueel in overleg met de deelstaten. Overigens vind ik dat we in België beter niet kunnen twisten over de vraag of de materie deel moet uitmaken van het sociaal beleid of het landbouwbeleid. De beste oplossing is het bedrag voor de voedselhulp te verdelen tussen het gewestelijke en het federale niveau.
Voor de korte termijn is er gelukkig een politiek akkoord bereikt over de verlenging van het programma. De stemming daarover zal op de Landbouwraad van december plaatsvinden.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik ben blij dat een politiek akkoord werd bereikt. Ik ga ervan uit dat het zal worden goedgekeurd. Het is inderdaad belangrijk de evolutie van dat dossier in het oog te houden. Als het hulpprogramma vanaf 2014 niet langer onder het landbouwbeleid zou vallen, moet Europa vanuit Sociale Zaken verantwoordelijkheid opnemen.