5-97COM

5-97COM

Commission des Affaires sociales

Annales

MARDI 25 OCTOBRE 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Peter Van Rompuy à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur «les prépensions dans le cadre du pacte des générations» (no 5-1257)

De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - In artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het Generatiepact wordt vanaf 2012 een loopbaanvereiste van 38 jaar ingevoerd voor een man die op 58 jaar op brugpensioen wil gaan. Voor een vrouw wordt de loopbaanvereiste van 38 jaar ingevoerd vanaf 2014.

In een eerste tussentijdse evaluatie in 2011 kan de regering na overleg met de sociale partners vanaf 2015 de loopbaanvereiste optrekken tot 40 jaar. Deze aanscherping vindt plaats indien de evolutie van de werkzaamheidsgraad van de werknemers van 55 jaar en ouder ten opzichte van 2005 niet minstens anderhalve keer zo snel gegroeid is als de gemiddelde werkzaamheidsgraad van de werknemers van 55 jaar en ouder uit de landen van de EU-15.

Graag kreeg ik van de minister antwoord op volgende vragen.

Voldoen we op dit moment aan de vereiste van een groei die minstens anderhalve keer zo groot is als de gemiddelde werkzaamheidsgraad van de werknemers van 55 jaar en ouder uit de landen van de EU-15? Denkt de minister dat de vereiste gehaald wordt tegen de eerste tussentijdse evaluatie?

Zijn de cijfers over de groei voor interpretatie vatbaar? Met andere woorden, spreken we over een procentuele dan wel over een absolute groei van de werkzaamheidsgraad? Wanneer vindt de eerste tussentijdse evaluatie precies plaats?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid. - De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid heeft in juni 2011 het nodige cijfermateriaal aan de sociale partners van de Nationale Arbeidsraad, de NAR, bezorgd. Dit moet de sociale partners in staat stellen het Generatiepact te evalueren.

Ik heb de sociale partners in maart 2011 al gevraagd een evaluatie van het Generatiepact te maken tegen begin oktober 2011. De voorzitter van de NAR heeft mij de voorbije week laten weten dat de sociale partners niet tot een eenparig advies zijn gekomen.

Uit de cijfers van de Raad kan wel het volgende worden afgeleid. Tussen 2005 en 2010 steeg de tewerkstellingsgraad van de 15- tot 64-jarigen in België 1,3 keer sneller dan in het Europa van de 15 als men in procentpunten rekent en 1,8 keer sneller als men in procenten rekent. De tekst van het Generatiepact is niet duidelijk over wat men onder evolutie verstaat. Indien men onder evolutie `procentpunten' verstaat, werd de beoogde tussentijdse doelstelling niet gehaald, indien het over procenten gaat wel. Het hangt allemaal af van de interpretatie die men geeft aan de evolutie van de werkgelegenheidsgraad van werknemers binnen deze leeftijdscategorie.

In het kader van de regeringsvorming komt de discussie over de toekomst van het brugpensioen uitvoerig aan bod. De onderhandelende partijen moeten bij gebrek aan een eenparig advies van de NAR zelf tot een conclusie komen inzake een eventuele verhoging van de vereiste anciënniteit en van de leeftijd van het brugpensioen.

Naar mijn mening staan we voor een zeer moeilijke en fundamentele discussie over de maatregelen die op dit vlak moeten worden genomen. De sociale partners hebben hier helaas een kans gemist. We beschikken evenwel over de cijfers van de Raad en kunnen op basis daarvan al maatregelen nemen.