5-1221/1 | 5-1221/1 |
14 SEPTEMBER 2011
Reeds tientallen jaren manifesteren er zich ernstige problemen met betrekking tot de taalkaders voor de diensten van brandweer en dringende medische hulp binnen de Brusselse agglomeratie. Zowel het personeel als de bevolking zijn hiervan het slachtoffer. Keer op keer probeerde de overheid een goed taalkader op te stellen, in overeenstemming met de regels van de taalwetgeving voor de tweetalige diensten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Nooit brachten deze pogingen enig soelaas.
Iedereen beaamt dat Brussel over een excellent brandweerkorps beschikt. Tegelijkertijd vindt iedereen het vanzelfsprekend dat de bevolking, zeker in geval van brand, medische nood of andere noodsituaties, recht heeft op hulp en bijstand in een van de beide landstalen naar keuze. De huidige wetgeving maakt deze praktijk quasi onmogelijk. Elke interventie en elke MUG vragen om een bemanning met mensen die of tweetalig zijn, of samen de twee verschillende landstalen machtig zijn. Situaties waarbij hulpbehoevenden niet of te weinig worden begrepen, waardoor adequate hulpverlening onmogelijk wordt omwille van onvoldoende talenkennis van de hulpverleners, mogen als onaanvaardbaar en zelfs onmenselijk worden bestempeld. Het is de hoogste tijd dat deze schande eindigt. Ze duurde meer dan lang genoeg.
De vigerende regels van de taalwetgeving verplichten de diensten van de brandweer en dringende medische hulp tot tweetaligheid. Deze tweetaligheid is echter niet vereist voor elke brandweerman (man of vrouw). Ondanks het taalkader dat enigszins rekening hield met de feitelijke noodzaak om steeds mensen met een verschillende moedertaal te sturen, baseerde dit taalkader zich toch hoofdzakelijk op de taal van de behandelde dossiers. Dit resulteerde in een dubbel gevolg. In de eerste plaats leidde dit tot een systematische en permanente vernietiging van de taalkaders wegens onwettig. Daarnaast werden de Nederlandstalige leden van het korps verplicht om veel meer werk te verzetten. Ook de aanhoudende en voortdurende vernietigingen van benoemingen en bevorderingen maken het leven binnen het brandweerkorps onhoudbaar. Alle leden van deze Brusselse Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp smeken om rechtszekerheid en om gelijke behandeling. Daarom pleit dit voorstel om eindelijk komaf te maken met deze historische vergissing en terug te keren naar de situatie voor de overheveling van deze dienst naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Dit wetsvoorstel plaatst de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) onder het taalregime van de plaatselijke diensten van Brussel-Hoofdstad, in plaats van onder het regime van de centrale diensten (in de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken). Dit betekent dat de DBDMH terugkeert naar de toestand van vóór de gewestvorming, toen de Agglomeratieraad bevoegd was en de brandweerlui allemaal tweetalig moesten zijn en na een taalexamen werden aangenomen. Deze wijziging werd reeds meermaals door de vakbonden van de Brusselse brandweerlui gevraagd. Ook binnen de politieke wereld groeit hierover een akkoord, over de taalgrenzen heen.
| Bert ANCIAUX. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 32, § 1, derde lid, van de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen wordt aangevuld met volgende zin : « Op de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp zijn evenwel de artikelen 50 en 54, hoofdstuk III, afdeling III, en de hoofdstukken VII en VIII van dezelfde wetten van toepassing. »
1 juni 2011.
| Bert ANCIAUX. |