5-1124/1

5-1124/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

28 JUNI 2011


Voorstel van resolutie betreffende het verlenen aan het Rekenhof van een opdracht naar een bijkomend onderzoek en een effectieve controle van de Koninklijke Schenking en de uiteindelijke afschaffing van de Koninklijke Schenking

(Ingediend door mevrouw Van dermeersch c.s.)


TOELICHTING


Blijkbaar voelt ook de familie von Saksen-Coburg-Gotha aan dat dit landje naar zijn einde aan het lopen is. Er worden links en rechts vervelende vragen gesteld over de (politieke) rol van het Hof. Zo was er een paar jaar geleden een RTBF-uitzending over het vermogen van het Belgische Hof. Prompt liet het Hof via een woordvoerder weten dat van de opgesomde honderden miljoenen géén sprake was en dat het vermogen van Albert II van België juist geteld 12,4 miljoen euro bedroeg.

Het spreekt voor zich dat het hier gaat om enorme bedragen. Volgens Het Nieuwsblad (13 september 2007) : « Het persoonlijk vermogen van de Koning bestaat uit een eigendom in het Franse Châteauneuf de Grasse, een jacht en een kapitaal van 12,4 miljoen euro ». Volgens andere berichten in de Vlaamse pers zou het Belgisch Koningshuis hiermee aan het staartje van de Europese en andere koningshuizen bengelen...

Hoe zit het nu eigenlijk allemaal in elkaar ?

Er zijn eerst en vooral de jaarlijks terugkerende dotaties en sommen uit de Civiele lijst.

Dotaties en sommen uit de Civiele Lijst voor het jaar 2010 :

Koning Albert : 10 388 000 euro Civiele Lijst
Koningin Fabiola : 1 462 000 euro dotatie
Prins Filip : 935 000 euro dotatie
Prinses Astrid : 324 000 euro dotatie
Prins Laurent : 311 000 euro dotatie
Totaal : 13 420 000 euro

Daarnaast « worden delen van hun handelsreizen en ontvangsten van hoge gasten gefinancierd door de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Defensie » (De Morgen, 13 september 2007). Vooral interessant is volgende opmerking van dezelfde krant : « Geen enkele ambtenaar of specialist kon of wou echter een balans opmaken van het totale kostenplaatje. » Ondoorzichtigheid alom dus...

In Nederland wordt deze berekening wel gemaakt. In de algemene toelichting van de begroting 2011 lezen we de ramingen van de uitkeringen aan de Koningin, Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima. De uitkeringen aan de in deze begroting vermelde leden van het Koninklijk Huis zijn opgebouwd uit twee componenten. Een A-component, die het inkomensbestanddeel vormt. Een B-component, die betrekking heeft op de personele en notariële uitgaven. De personele uitgaven hebben betrekking op de personeelsleden, die hun instructies rechtstreeks van de Koning (van zijn gemalin) of de vermoedelijke opvolger van de Koning ontvangen en/of in de onmiddellijke omgeving van hen verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt.

De raming over 2011 is als volgt samengesteld (bedragen × 1 000 euro) :

Uitkering aan : A B Totaal
De Koningin 829 4 314 5 143
Prins Willem-Alexander 246 1 140 1 386
Prinses Máxima 246 380 626
7 155

A) Functionele uitgaven van de Koning 2011

Personeelsdienst van het Koninklijk Huis 17 529
Notariële dienst van het Koninklijke Huis 7 657
Uitgaven voor luchtvaartuigen 1 094
Onderhoud/Groendienst 47
Bezoeken aan de Nederlandse Antillen en Aruba 80
Totaal : 26 407

B) Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen 2011

Het gaat om de raming van de uitgaven die niet verlopen via de Dienst van het Koninklijk Huis, maar wel deel uitmaken van de uitgaven die functioneel samenhangen met het koningschap. Dit zijn met name de uitgaven in kader van de voorlichting (Rijksvoorlichtingsdienst), het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koningin.

Raming over 2011 (bedragen × 1000 euro)

Doorbelaste personele uitgaven 3 806
Doorbelaste notariële uitgaven 1 802
Totaal 5 608
waarvan Rijksvoorlichtingsdienst 1 430
waarvan Militair Huis 1 824
waarvan Kabinet der Koningin 2 354

In tegenstelling tot de overzichtelijke Nederlandse situatie is het verhaal voor het Belgisch Koningshuis niet transparant. Naast de dotaties, sommen uit de civiele lijst en de kosten van allerlei handelsreizen en ontvangsten van hoge gasten die door bepaalde ministeries worden betaald, is er ook nog de Koninklijke Schenking.

Koning Leopold II voerde via een wet een soort « bescherming » in van de koninklijke bezittingen. Hij wilde vermijden dat het patrimonium zou verdeeld geraken door erfenissen en echtscheidingen. De overdracht van de goederen, bezittingen en eigendommen naar de Koninklijke Schenking gebeurde bij de wetten van 31 december 1903 en 18 oktober 1908. In de eerste schenking ging het om diverse gebouwen en domeinen in Laken, Oostende, Tervuren, Ciergnon, Vorst, Nieuwpoort, enz. Deze schenking van 1903 werd aan de staat toebedeeld onder de voorwaarden dat de staat de eigendommen niet mocht vervreemden, hun karakter moest bewaren en de toekomstige koningen het genot ervan moest waarborgen. Voor de goederen van de tweede schenking in 1907 waren evenwel niet dezelfde voorwaarden van onvervreemdbaarheid of van bestemming van genot van toepassing.

Het koninklijk besluit van 9 april 1930 maakte van de Koninklijke Schenking een zelfstandige openbare instelling en dit onder toezicht van de minister van Financiën. Tot de taken van de Koninklijke Schenking behoren het beheer van de goederen, ze handelt financieel autonoom, ze voorziet in het beheer evenals de bewaring van de goederen. De Schenking kan, na goedkeuring door de minister van Financiën, evenwel eigendom verkopen, ruilen, kopen of in pacht geven. Ook mag de instelling schenkingen onder levenden of bij testament ontvangen.

De Koninklijke Schenking wordt bestuurd door een beheerraad van tien personen en bestaat uit de volgende personen : vier dignitarissen of gewezen dignitarissen van het Koningshuis, één ambtenaar (of gewezen ambtenaar) van het Vlaams Gewest, één ambtenaar (of gewezen ambtenaar) van het Waals Gewest, drie ambtenaren (of gewezen ambtenaren) van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën en één lid van de beheerraad van de Dexiabank. Momenteel is er nog een elfde lid aan toegevoegd als vertegenwoordiger van Koningin Fabiola. Van de elf leden in deze beheerraad zijn er vijf Nederlandstaligen en zes Franstaligen. Daarnaast is er ook één secretaris zonder stemrecht, met name een ambtenaar van de FOD Financiën, dienst Kadaster en Domeinen.

Momenteel zijn er zowat honderdtwintig personen tewerkgesteld bij de Koninklijke Schenking. Het betreffen zowel ambtenaren die ter beschikking worden gesteld door de Staat of de gewesten als aangeworven bedienden en werklieden.

De Koninklijke Schenking heeft een eigen begroting waarbij de inkomsten uit het vermogen van de Schenking dienen om de uitgaven te financieren. De Schenking kan evenwel geen beroep doen op kredieten ten laste van de schatkist. De centralisatie van de ontvangsten en het uitvoeren van betalingen gebeurt door een schatmeester-rekenplichtige. De rekening en het jaarverslag van de Schenking worden jaarlijks opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de minister van Financiën. Ze dienen ook onderworpen te worden aan de controle door het Rekenhof. Die controle toont echter systematisch aan dat de Schenking geen transparante boekhouding voert. Zo werkt de Schenking nog steeds met een kasboekhouding waarbij het onroerend goed aan de historische waarde wordt geboekt en dus niet aan de actuele waarde. Ondertussen zou de actuele waarde van alle gebouwen ongeveer 450 miljoen euro bedragen.

De Schenking zit de laatste jaren in financiële problemen. De villa in Oostende en 552 hectare grond in Postel zijn definitief weg uit de activa van de Koninklijke Schenking. Om het hoofd financieel boven water te houden werden drie belangrijke kantoorgebouwen van de Schenking in langdurige erfpacht gegeven, zodat de instelling zelf niet moet opdraaien voor de renovatiekosten.

Teneinde een duidelijk inzicht te krijgen over de financiële toestand en het beheer van de Koninklijke Schenking is het absoluut noodzakelijk dat er hierover klaarheid komt Zo zijn de jaarverslagen van de Koninklijke Schenking niet openbaar. Enkel de rekeningen (geglobaliseerde cijfers) worden sinds het jaar 2004 gepubliceerd op de webstek van de FOD Financiën.

Vanuit democratisch oogpunt is het opvallend dat het Parlement niet betrokken is bij de werking of controle van de Koninklijk Schenking. Het openbare karakter van deze instelling blijkt nochtans uit de wettelijke basis, het toezicht door de minister van Financiën, alsook het Rekenhof en de functie van de goederen in het kader van het openbaar belang. Als openbare instelling is de Schenking dan ook onderhevig aan de bepalingen inzake de openbaarheid van bestuur, meer bepaald aan de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.

Anke VAN DERMEERSCH
Yves BUYSSE
Filip DEWINTER.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. stelt vast dat de Koninklijke Familie middels dotaties, betaald door de Belgische belastingbetaler, ruimschoots in haar onderhoud kan voorzien (jaarlijks wordt 13,4 miljoen euro betaald), zodat het eigenlijk niet meer van deze tijd is dat deze familie gratis en zonder huurgeld te betalen in eigendommen leeft die haar niet toebehoren;

B. stelt vast dat rond de twee andere constructies, het door bepaalde ministeries laten betalen van allerlei handelsreizen en ontvangsten van hoge gasten, en het bestaan van de Koninklijke Schenking, de grootste geheimhouding bestaat;

C. stelt vast dat er, ondanks het feit dat gebouwen door deze Koninklijke Schenking eigenmachtig in langdurige erfpacht worden gegeven aan volle dochternemingen van Belgische instellingen, er blijkbaar geen enkele financiële en juridische controle bestaat op de Koninklijke Schenking;

D. stelt verder vast dat er in hoofde van de Koninklijke Schenking zelf geen enkele financiële of andere transparantie wordt gehanteerd;

E. stelt vast dat het Parlement niet betrokken is bij de werking of de controle van de instelling;

F. stelt vast dat deze Koninklijke Schenking ook geen transparantie of inzicht in haar beheer en beleid toelaat door middel van openbare jaarverslagen,

vraagt aan het Rekenhof :

— een bijkomend onderzoek te voeren en een effectieve controle in te stellen van de Koninklijke Schenking, met als doel :

1. de nodige stappen te zetten opdat de Koninklijke Schenking eindelijk zou werken met een modern boekhoudingsysteem en de onroerende goederen laat schatten en in de boeken opneemt volgens de actuele waarde en niet meer volgens de historische waarde;

2. de nodige stappen te zetten zodat de Koninklijke Schenking vanaf heden openbare jaarverslagen neerlegt;

3. de nodige stappen te zetten om jaarlijkse financiële en juridische controle te organiseren op het beleid en beheer van deze Koninklijke Schenking;

4. uiteindelijk over te gaan tot de controle over de Koninklijke Schenking in handen van gekozen vertegenwoordigers van het volk (en/of) over te gaan tot het ontbinden van de Koninklijke Schenking;

5. de nodige stappen te zetten zodat de Koninklijke Familie uiteindelijk net als elke andere familie in dit land betaalt voor de woonst die zij betrekt, en het huren van onroerende goederen vergoedt zoals elke andere familie in dit land, en zulks met toepassing van de artikelen 5 en 5bis van de organieke wet van 29 oktober 1846 op de oprichting van het Rekenhof.

22 juni 2011.

Anke VAN DERMEERSCH
Yves BUYSSE
Filip DEWINTER.