5-1111/3

5-1111/3

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

28 JUNI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong teneinde de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten op te trekken

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de leeftijdsgrens voor bloeddonatie


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW SLEURS


I. INLEIDING

De problematiek van het optrekken van de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten maakt het voorwerp uit van verschillende wetsvoorstellen.

Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong teneinde de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten op te trekken (stuk Senaat, nr. 5-960/1) van mevrouw Temmerman werd op 18 april 2011 ingediend en op 5 mei 2011 in overweging genomen en verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de leeftijdsgrens voor bloeddonatie (stuk Senaat, nr. 5-983/1) van de heer Ide c.s. werd op 29 april 2011 ingediend en op 5 mei 2011 in overweging genomen en verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten (stuk Senaat, nr. 5-1111/1) van de heer Ide en mevrouw Temmerman c.s. ten slotte werd op 22 juni 2011 ingediend en op 23 juni 2011 in overweging genomen en verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

De commissie heeft deze wetsvoorstellen besproken tijdens haar vergaderingen van 7, 14 en 28 juni 2011. Tijdens de vergadering van 7 juni werden de wetsvoorstellen nrs. 5-960 en 5-983 toegelicht en vond een eerste bespreking plaats. Mevrouw Onkelinx, ontslagnemend vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, heeft haar standpunt toegelicht tijdens de vergadering van 14 juni jl.

Na deze eerste bespreking in de commissie beslisten de hoofdindieners van de wetsvoorstellen nrs. 5-960 en 5-983, de heer Ide en mevrouw Temmerman, om een nieuw wetsvoorstel te redigeren, dat door verschillende leden van de commissie werd mede-ondertekend. De inleidende uiteenzetting over dit wetsvoorstel nr. 5-1111 vond plaats tijdens de vergadering van 28 juni 2011. Tijdens deze vergadering besloot de commissie om dit laatste wetsvoorstel als basis voor de verdere bespreking te nemen en vonden ook de stemmingen plaats.

II. INLEIDENDE UITEENZETTINGEN

A. Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong teneinde de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten op te trekken (stuk Senaat nr. 5-960/1) van mevrouw Marleen Temmerman

Mevrouw Temmerman herinnert eraan dat onze samenleving vergrijst. De toename van het aantal personen van 65 jaar en ouder confronteert ons stelsel van gezondheidszorg met nieuwe uitdagingen. Onlangs heeft de Hoge Gezondheidsraad zich beraden over het probleem van de maximumleeftijd voor bloeddonatie.

Uit het jaarverslag van 2009 van het Rode Kruis blijkt dat de instellingen voor bloedtransfusie elk jaar ongeveer 10 % van hun donoren verliezen, met name omdat zij de maximumleeftijd van 65 jaar bereiken. Momenteel zorgt de groep van vijftigplussers voor 25 % van de donoren, terwijl de groep van 36-50 jaar 39 % van de donoren levert. Aangezien de bevolking veroudert, dreigt de toestand problematisch te worden, omdat enerzijds de behoeften almaar zullen stijgen en anderzijds almaar meer donoren zullen worden uitgesloten wegens hun leeftijd.

Volgens het verslag 2009 van het Rode Kruis waren er in 2000 nog 480 000 bloeddonaties. Dat cijfer is in 2007 gedaald tot 411 000, in 2008 tot 407 000 en in 2009 tot amper 343 786.

In 2005 heeft het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg eveneens een verslag vrijgegeven waarin het onderstreepte dat de veroudering van de bevolking tegelijk ging resulteren in een toename van de behoeften en van het aantal donoren dat de leeftijdsgrens bereikte. Men kan er ook in lezen dat de strengere normen en de toenemende vraag naar veilige bloedproducten een daling van het aantal bloedgevers met zich zal brengen.

Het advies van de Hoge Gezondheidsraad bevat enkele interessante opmerkingen die gebaseerd zijn op ervaringen in het buitenland. Zo zijn oudere donoren bijzonder regelmatige bloedgevers, wat de transfusieveiligheid verhoogt. Oudere donoren zijn veiliger en worden minder vaak geweigerd voor risicogedrag aangaande de overdracht van infectieuze ziekten. Het bloed van oudere donoren leidt niet tot meer ongewenste reacties bij de ontvangers. Men moet er ten slotte op toezien dat oude donoren geen anemie ontwikkelen door ijzertekort, maar dat is gebruikelijk voor alle donoren.

De gangbare procedure, die een vragenlijst, een onderhoud en een klinisch onderzoek omvat, alsook de goedkeuring door de arts van de bloedtransfusie-instelling, volstaat.

De Hoge Gezondheidsraad beveelt alleen aan geen nieuwe donoren van ouder dan 65 jaar te registreren.

In andere landen van de Europese Unie is het reeds toegestaan bloed te geven tot de voleindiging van het zeventigste levensjaar, dat wil zeggen tot de dag voor men 71 wordt.

Het voorstel is heel eenvoudig. Het vraagt de wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten door het cijfer « 65 » te vervangen door het cijfer« 70 ».

B. Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de leeftijdsgrens voor bloeddonatie (stuk Senaat nr. 5-983/1) van de heer Louis Ide c.s.

De heer Ide legt uit dat de ziekenhuizen dagelijks geconfronteerd worden met bloedschaarste. Men stelt in de praktijk vast dat de donorengroep absoluut moet worden uitgebreid. De Hoge Gezondheidsraad heeft zich hier al over uitgesproken.

Voorliggend wetsvoorstel verschilt op enkele punten van het zopas besproken voorstel nr. 5-960.

Eerst en vooral staat uitdrukkelijk in de toelichting dat bloeddonatie mogelijk is tot de dag van de eenenzeventigste verjaardag. Die uitdrukkelijke vermelding strekt om discussies te voorkomen zoals in het verleden, over de vraag of de limiet de dag van de vijfenzestigste verjaardag was, dan wel de dag voor de zesenzestigste verjaardag — toch een verschil van een jaar. Het Federaal Agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten heeft daarover in 2008 een circulaire verzonden.

Daarover maakt het wetsvoorstel een duidelijke keuze.

Oudere donoren zijn zeer regelmatige en veilige donoren. Uit een onderzoek is gebleken dat min twintigjarigen gemiddeld 1,5 keer per jaar bloed geven, tegen 3 maal per jaar voor mensen tussen zesenzestig en zeventig jaar.

Het wetsvoorstel maakt echter een uitzondering voor de dubbele erythrocytenafnames. Die afnames zijn een groter risico voor de donor en daarom willen de indieners van het voorstel de leeftijdsgrens daarvoor handhaven op 65 jaar.

De heer Ide merkt op dat zijn wetsvoorstel bijna tegelijk met dat van mevrouw Temmerman in overweging werd genomen, maar dat hij de moeite heeft gedaan steun te zoeken bij andere leden, wat enige tijd vergt. Daarom verzoekt het lid de commissie het werk voort te zetten op grond van zijn voorstel, dat vanzelfsprekend geamendeerd kan worden.

C. Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong met het oog op de verhoging van de maximumleeftijd voor de donatie van bloed en bloedderivaten (stuk Senaat nr. 5-1111/1) van de heer Louis Ide en mevrouw Marleen Temmerman c.s.

De heer Ide verklaart dat het wetsvoorstel nr. 5-1111 een symbiose is van de beide, eerder ingediende wetsvoorstellen over dit thema. Hij stelt voor om dit voorstel als uitgangspunt te nemen voor de verdere bespreking. De commmissie kan het voorstel nog verder verfijnen op het technische vlak.

III. ALGEMENE BESPREKING

Mevrouw Onkelinx, ontslagnemend vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, is opgetogen met beide wetsvoorstellen nrs. 5-960 en 983. In 2008 vroeg ze het advies van de Hoge Gezondheidsraad. Dat advies werd overgezonden op 15 december 2009, maar wegens de politieke toestand gebeurde er niets mee.

De Hoge Gezondheidsraad stelt in dit advies dat oudere donoren zeer regelmatige bloedgevers zijn en dat de karakteristiek van deze groep voor gevolg heeft dat ze zeer veilig zijn vermits ze minder geneigd zijn om risicogedrag te vertonen wat de overdracht van besmettelijke aandoeningen betreft.

De Hoge Gezondheidsraad meent dat het belangrijk is degenen die reeds lang bloed doneren de kans te geven die gewoonte voort te zetten tot ze 70 jaar zijn, maar dat het niet mogelijk mag zijn dat bejaarden ouder dan 65 jaar nog kunnen worden geregistreerd als bloeddonoren.

De minister hoopt dat de leeftijdsverhoging voor bloeddonatie zo snel mogelijk wordt aangenomen, omdat de bloedschaarste vooral voelbaar wordt tijdens de vakantieperiode. De oplossing die in voorliggende wetsvoorstellen wordt aangereikt, biedt de mogelijkheid om dat probleem van schaarste te verhelpen.

Mevrouw Temmerman is verheugd over het standpunt van de minister. Naar aanleiding van de wereld bloeddonordag van de Wereld Gezondheidsorganisatie werd het belang van meer bloeddonaties andermaal onderstreept. Zij meent dat een verdere bespreking van de voorstellen niet nodig is vermits de draagwijdte ervan zeer duidelijk is en hoopt dat ze snel kunnen worden aangenomen.

De heer Ide deelt de ambitie van de minister om de optrekking van de leeftijd zo snel als mogelijk te realiseren, hopelijk nog vóór het zomerreces. De wetsvoorstellen beogen hetzelfde doel maar verschillen op enkele punten. Het wetsvoorstel nr. 5-983 is iets verfijnder.

Belangrijk is om de leeftijdsvoorwaarde goed te bepalen. In het verleden zijn er immers problemen gerezen omdat de bloeddonoren meenden bloed te kunnen geven tot aan de vooravond van de 66e verjaardag, daar waar het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen oordeelde dat dit slechts mogelijk was totdat men de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Vandaar dat in het wetsvoorstel nr. 5-983 ervoor wordt geopteerd om bloeddonatie toe te laten totdat men 71 jaar wordt. Dit zou de situatie moeten verduidelijken.

De heer Ide dankt de medeondertekenaars en de leden van de commissie voor hun steun aan het wetsvoorstel en is bereid om eventuele amendementen op een constructieve wijze te bekijken wanneer zij het voorstel zouden verbeteren.

De heer Anciaux wijst erop dat de wetsvoorstellen nrs. 5-960 en 5-983 niet zo sterk van mekaar verschillen wat de formulering van de leeftijdsvoorwaarde betreft.

IV. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

Artikel 1

Dit artikel wordt zonder verdere bespreking aangenomen met eenparigheid van de 12 aanwezige leden.

Artikel 2

Amendement nr. 1

Mevrouw Temmerman en de heer Ide dienen amendement nr. 1 in (stuk Senaat, nr. 5-1111/2) dat ertoe strekt om het 2º van dit artikel te vervangen als volgt :

« 2º het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Een afname door aferese, met inbegrip van een dubbele erytocytenafname, mag slechts bij personen die jonger zijn dan 66 jaar. »

Mevrouw Temmerman verklaart dat het gaat om een technisch amendement, dat betrekking heeft op plasmaferese en tromboferese. Het initiële voorstel, dat beoogde dat de voorwaarden moeten worden vastgelegd bij koninklijk besluit, wordt eveneens geschrapt.

De heer Deprez zegt de draagwijdte van het amendement niet te begrijpen en kan dus niet over de opportuniteit ervan oordelen.

De heer Ide antwoordt dat het hier gaat om een techniek waarbij, indien men slechts bloedplasma wil afstaan, de rode bloedcellen aan de donor kunnen worden teruggegeven waardoor de impact van de donatie veel lager is. Men kan op deze wijze ook meer plasma oogsten. Het gaat dus een medisch-technische wijze van bloeddonatie.

Mevrouw Temmerman vult aan dat deze techniek complexer is en meer tijd vraagt. Bij oudere personen kan dit mogelijk tot moeilijkheden leiden. De verhoging van de leeftijd zou alleen gelden voor de donatie van bloed, en dus niet wanneer het gaat om aferese.

De heer Ide wijst erop dat het amendement eveneens gebaseerd is op de richtlijnen van de Hoge Gezondheidsraad.

Amendement nr. 1 wordt aangenomen met eenparigheid van de 12 aanwezige leden.

Amendement nr. 2

Mevrouw Temmerman en de heer Ide dienen amendement nr. 2 in (stuk Senaat, nr. 5-1111/2) dat ertoe strekt om in het 4º de voorgestelde vervanging te beschouwen als een aanvulling van het vierde lid van artikel 9 van de wet van 5 juli 1994 met twee leden. De bestaande tekst van het vierde lid zou aldus behouden blijven en worden aangevuld. Ook hier gaat het eerder om een technische verbetering van de tekst.

Amendement nr. 2 wordt aangenomen met eenparigheid van de 12 aanwezige leden.

Het aldus geamendeerde artikel 2 wordt aangenomen met eenparigheid van de 12 aanwezige leden.

V. EINDSTEMMING

Het geamendeeerde wetsvoorstel in zijn geheel wordt aangenomen met eenparigheid van de 12 aanwezige leden.

Aan de tekst die door de commissie werd aangenomen (zie stuk Senaat, nr. 5-1111/4) werden enkele, louter technische, verbeteringen aangebracht.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag aan de plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Elke SLEURS. Rik TORFS.

Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat, nr. 5-1111/4 - 2010/2011).