5-81COM

5-81COM

Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden

Handelingen

WOENSDAG 15 JUNI 2011 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Piet De Bruyn aan de minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven over «de affichecampagne voor hulplijnen in bepaalde NMBS-stations» (nr. 5-864)

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Mijn vraag sluit aan op een vraag die ik in januari in deze commissie heb gesteld over het actieplan van de NMBS om het aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen op het spoor terug te dringen. De minister kondigde toen enkele maatregelen aan, waaronder een affichecampagne voor telefonische hulplijnen.

Ik heb gezien dat er in een aantal NMBS-stations momenteel een affichecampagne van Tele-Onthaal loopt. Ik veronderstel dat in het Franstalige landsgedeelte hetzelfde gebeurt voor Télé-Accueil en Telefonhilfe.

Is deze campagne de affichecampagne waar de minister in januari naar verwees? De minister sprak toen over `bepaalde hulplijnen'. Volgen er nog campagnes voor hulplijnen die specifiek gericht zijn op het voorkomen van zelfdoding? De minister verwees naar het overleg dat de NMBS regelmatig met de deskundige partners heeft georganiseerd in het kader van het actieplan van de NMBS. Ik zou het een beetje vreemd vinden mocht de campagne beperkt blijven tot de campagne zoals ze nu loopt.. De campagne voor Tele-Onthaal, die overigens zeer goed is, staat immers ver van het thema zelfdodingen, zodat ik er geen impact van verwacht op het aantal zelfdodingen op het spoor. Wat is de motivatie van de minister voor haar keuze voor die campagne?

Mijn andere vragen zijn van ondergeschikt belang en kunnen eventueel schriftelijk worden beantwoord. Ik vroeg onder meer nog in welke NMBS-stations de campagne loopt en welk communicatiebudget ter beschikking is.

Ik had wel graag een antwoord op de vraag of deze campagne wordt geëvalueerd.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - De lopende campagne betreft inderdaad de campagne die in januari werd aangekondigd. Deze campagne loopt in samenwerking met Tele-Onthaal, Télé-Accueil en Telefonhilfe. Momenteel lopen er geen andere campagnes ter preventie van zelfmoord.

Ik heb gevraagd waarom uitsluitend met die organisaties werd samengewerkt. Infrabel heeft geargumenteerd dat het de bedoeling is samen te werken met verenigingen die representatief zijn voor de drie gemeenschappen van het land. De campagne moet de mensen aanzetten om hulp te zoeken, wat aansluit bij het streven van de verenigingen Telefonhilfe, Télé-Accueil en Tele-Onthaal. In plaats van verschillende nummers op te geven, is het logischer om personen met problemen één telefoonnummer per taal te geven.

Ik heb in de beleidscel gevraagd om deze campagne in samenwerking met de gemeenschappen te voeren. Ik begrijp dat Infrabel en de NMBS coherentie nastreven, maar de gemeenschappen hebben ook een visie en een beleid aangaande dat probleem. Ik heb gevraagd dat de NMBS overleg zou plegen met de ministers bevoegd voor de erkende organisaties. De grootste bekommernis van de NMBS was een kakofonie van telefoonnummers te voorkomen. De keuze van de NMBS moet nader worden bekeken. Een dergelijke campagne gebeurt beter in samenwerking met de ministers, die erkende organisaties in de gemeenschappen aanduiden. In overleg kan worden gezocht naar een oplossing voor de praktische problemen, zoals een overvloed aan telefoonnummers.

De campagne wordt gevoerd in de drukste of de meest gevoelige stations waarin of waarrond de voorbije jaren zelfmoorden plaatsvonden. De affiches zullen een jaar lang te zien zijn op de borden van het Publifernetwerk. De campagne ging van start in maart 2011. Het campagnebudget bedraagt 25 000 euro voor het hele jaar.

De werkelijke invloed van een dergelijke campagne kan moeilijk worden ingeschat. Daarom komt er achteraf een evaluatie van de samenwerking met partners om samen met hen te bepalen of de affiches in de stations het aantal en de aard van de binnenkomende oproepen bij de verschillende verenigingen hebben beïnvloed.

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Ik dank de minister voor haar antwoord en haar blijvende bekommernis voor dit thema.

Er zijn echter een aantal zaken die ik bijzonder vreemd vind. De werkgroep van de NMBS die zich met dit thema bezighoudt, werkt structureel samen, niet alleen met onder andere de Werkgroep Verder, het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, allemaal organisaties die Vlaamsgeoriënteerd zijn, maar ook met CPS, Centre de Prévention du Suicide. Er wordt dus samengewerkt met de deskundigen ter zake, maar bij het opzetten van deze affichecampagne werd met hen geen overleg gepleegd. Ik betreur dat. Ik ontwaar bij de minister een gevoeligheid voor deze bekommernis. Ik hoop dat dit bij de evaluatie aan bod komt. Ik beklemtoon trouwens dat er op zich niets fout is met deze campagne.

Nog even iets over de kakofonie aan telefoonnummers. Er wordt ook nu gebruik gemaakt van verschillende nummers. Het nummer van Tele-Onthaal is 106, dat van Télé-Accueil is 107. Bovendien zijn CPS en CPZ ook erkend als nationaal noodnummer. Er is dus een federale basis om wel degelijk samen te werken met deze organisaties. Dat is nu ook het geval voor het ruimere actieplan, maar niet voor deze affichecampagne, die de minister nochtans situeert in het plan rond zelfmoordpreventie. Ik vind het dus een gemiste kans dat de gespecialiseerde centra en diensten hier niet bij betrokken werden.