5-26

5-26

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 16 JUIN 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Questions orales

Question orale de M. Guido De Padt à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur «le plan de relance de la SNCB» (nº 5-201)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Volgens recente berichtgeving heeft de raad van bestuur van de NMBS de bespreking van het vrij ingrijpend herstelplan tot begin juli uitgesteld. Blijkbaar wil men proberen 100 miljoen euro te besparen, wat het bedrijf tegen 2012 een operationele winst van 83,2 miljoen euro moet opleveren, om het tegen 2015 opnieuw operationeel winstgevend te maken.

Blijkbaar zou er fors in het aanbod worden gehakt. Ik spreek nog in de voorwaardelijke wijs, omdat het allemaal nog moet worden geconcretiseerd. Het plan identificeert 327 treinen waarvan de kosten voor minder dan 5% gedekt zijn en nog eens 614 met een kostendekkingsgraad onder de 10%. Door de eerste groep te schrappen, kan 20,4 miljoen euro worden bespaard en het schrappen van de tweede groep levert 44,2 miljoen euro op. Daarmee worden een kleine 25 000 reizigers getroffen.

Behalve die 941 treinverbindingen zouden ook ongeveer 40 stopplaatsen sneuvelen. Door haltes te schrappen waar minder dan 70 mensen per dag op- en afstappen, kan de NMBS 2,5 miljoen euro uit haar kosten wegsnijden. Daarnaast zou de NMBS ook nog 36 miljoen willen besparen in de onderhoudsateliers en bijkomend 9 miljoen door `cheminards' die met pensioen vertrekken niet te vervangen. Uit de cijfers blijkt dus dat het gros van de besparingen op de kap van de treingebruiker dreigt te gebeuren.

Volgens de NMBS zijn de tarieven die de vervoersmaatschappij aan Infrabel, de infrastructuurbeheerder, en aan Electrabel, de energieleverancier, moet betalen veel te hoog. We hebben dat overigens ook gehoord tijdens de hoorzitting met de mensen van de NMBS. Ook daar zou men dus kunnen besparen. In 2010 betaalde de NMBS 623 miljoen euro aan zustermaatschappij Infrabel en 158 miljoen euro voor energie. Die externe factoren hebben een negatieve invloed op de productiekosten van de vervoersmaatschappij.

In het besparingsplan lezen we ook dat de Belgische spoorwegmaatschappij het best kan worden opgebouwd rond een vervoersonderneming en een infrastructuurbeheerder. Dat is de eeuwige discussie over het aantal `poten' dat de NMBS moet hebben, omdat de inefficiënte structuur de NMBS zou belemmeren de financiële gezondmaking zelfstandig te realiseren.

We spreken altijd over transparantie en duidelijkheid en daarom wil ik graag weten hoe de minister zelf tegen deze concrete besparing aankijkt. Wat is het standpunt van de regering? Ook met een regering van lopende zaken heeft de treingebruiker recht op duidelijkheid en een goede communicatie. Ik kan ook niet laten er even op te wijzen dat ik de minister op 19 mei vragen heb gesteld over de consultancy-opdrachten en de dochter- en kleindochterondernemingen. Ze beloofde me dat ik snel informatie zou krijgen. We zijn nu een maand verder, maar ik heb nog niets ontvangen.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik ben gisteren in de commissie uitvoerig ingegaan op een aantal vragen die de heer De Padt heeft gesteld. De lijst met de consultancykosten en de lijst met de dochterondernemingen worden verplicht gepubliceerd in de jaarverslagen. De uitsplitsing van de consultancykosten is gisteren aan bod gekomen, alsook in de hoorzitting met de betrokken CEO's in de verenigde commissies Kamer en Senaat.

De financiële situatie wordt dagelijks gevolgd. We behandelen dit dossier niet als een `lopende zaak', integendeel. In de commissie ben ik altijd zeer voorzichtig met uitspraken over investeringsplannen, bijvoorbeeld 2013, 2020, 2025, omdat ik vind dat het niet aan een regering in lopende zaken is om standpunten weer te geven. Met betrekking tot de maatregelen die moeten worden genomen om de maatschappij financieel gezond te houden, heeft deze regering ten volle haar verantwoordelijkheid opgenomen. Ook hiervoor verwijs ik naar het verslag van de Senaatscommissie van gisteren.

Zoals u in de hoorzitting in de verenigde commissies van Kamer en Senaat van 7 juni nog kon horen, heb ik de NMBS Groep begin 2010 opnieuw gevraagd om in 2012 tot een schuldstabilisatie te komen. De drie bedrijven van de Groep hebben zich gezamenlijk geëngageerd om eind 2012 een EBITDA van 150 miljoen euro te bereiken. De NMBS zelf heeft zich geëngageerd om een EBITDA van 48 miljoen euro te realiseren. Ik heb de drie CEO's en de voorzitters van de raad van bestuur duidelijk gemaakt dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat elke speler moet uitmaken welk deel van de inspanning hij kan leveren. Belangrijk zijn de besparingen, opgelegd voor 2012 en het traject tot 2015, maar dat zijn twee aparte plannen.

Deze verbintenis en de bijbehorende maatregelen werden door de raad van bestuur bevestigd en op de algemene vergadering van 30 mei 2011 nogmaals onderschreven. De tussentijdse doelstelling voor 2012 past in een ruimere doelstelling om voor het boekjaar 2015 ten minste een break-even te bereiken op het niveau van het EBITDA.

Een aantal elementen beïnvloeden het resultaat positief en negatief, zonder dat bijkomende maatregelen dienen te worden genomen. Het gaat dan onder meer om indexaties van kosten en dotaties, de stijging van de onderhoudskosten door de levering van nieuw materieel, een daling van de energiekosten en een tariefverhoging volgens beheerscontract die samen met een volumestijging tot een verhoging van de omzet leiden.

Daarnaast heeft de raad van bestuur een aantal bijkomende maatregelen goedgekeurd. Ik heb gevraagd om prioriteit te geven aan efficiëntiewinsten die de globale dienstverlening aan de reizigers niet beïnvloeden.

De verbetering van de productieprocessen in de onderhoudswerkplaatsen voorziet in een productiviteitswinst voor het reizigersverkeer van 3% tegen 2012. Het is nog niet beslist wat de winst moet zijn tegen 2015. De bestuurders vonden dit plan te omvangrijk om er zich al over uit te spreken. Ze hebben meer tijd gevraagd voor verdere studie. Het is dus niet op de lange baan geschoven.

Een betere organisatie van de commerciële diensten op regionaal vlak, de centralisatie van bepaalde administratieve diensten en een kostenreductie bij de centrale diensten zijn ook vastgelegd in het plan 2012. Daarin staat nog dat er voor het innen van niet-betaalde boetes een beroep zal worden gedaan op een gespecialiseerde organisatie.

De NMBS wil de stopplaatsen Florée, Zwankendamme, Antwerpen-Oost en Antwerpen-Dam vanaf december 2011 sluiten, omdat die ingevolge werkzaamheden niet meer kunnen worden bediend. De raad van bestuur van de NMBS heeft die beslissing al genomen, maar moet staatssecretaris Schouppe en mijzelf nog een dossier bezorgen.

Tijdens de eindejaarsperiode zal het treinaanbod tijdens de piekuren worden aangepast zoals tijdens de zomerperiode omdat er dan duidelijk minder reizigers zijn.

Tegen eind 2012 worden alle stations en stopplaatsen uitgerust met minstens één nieuwe ticketautomaat. Op die manier hebben de klanten overal waar een trein stopt de mogelijkheid om een ticket te kopen, wat de risico's op fraude en discussies aan boord moet doen afnemen. Daarom zal vanaf eind 2012 een forfaitair supplement van 7 euro worden aangerekend aan iedereen die in de trein een ticket koopt.

De raad van bestuur nam de principebeslissing om een aantal loketten in kleinere stations te vervangen door nieuwe ticketautomaten, maar uiteindelijk is beslist dat dit alleen kan als drie voorwaarden vervuld zijn: er moet een wachtzaal beschikbaar blijven, de nieuwe ticketautomaten moeten er staan en het noodzakelijke sociaal overleg moet zijn gevoerd. Aangezien die drie voorwaarden nog worden onderzocht, kunnen we nog niet zeggen over welke loketten het zal gaan.

De beheersorganen van de NMBS werken verder aan maatregelen die moeten bijdragen aan de doelstelling om in 2015 op zijn minst een positieve EBITDA te halen. Aangezien die maatregelen nog niet definitief zijn, kan ik er ook nog niets over zeggen. Ik kan u wel verzekeren dat we daarbij zeker niet alleen het economische criterium van het aantal reizigers op een trein zullen hanteren, integendeel. Op de raden van bestuur zal over die criteria en over de mogelijke alternatieven nog fel worden gediscussieerd. Ik leg daar de nadruk op omdat soms al te eenzijdig wordt beweerd dat we alleen het economische criterium volgen. We hebben wel gevraagd dat er aan de hand van verschillende parameters een analyse van het reizigersvervoer zou worden gemaakt. Op basis van die analyse zal de discussie over de criteria dan worden gevoerd. Als er echter andere mogelijkheden voorhanden zijn, is het op sommige vlakken inderdaad niet langer verantwoord om bepaalde middelen en mensen te blijven inzetten.

Voor de structuur van de NMBS Groep verwijs ik naar antwoorden die ik vroeger heb gegeven. Het is niet fair te stellen dat alle financiële en organisatorische problemen te maken hebben met de structuur. Dat is niet zo, integendeel, die is vrij transparant en duidelijk. Dat neemt echter niet weg dat het structuurdebat voor mij meer gericht is op responsabilisering dan op kosten. Het zal veel meer gaan over wie wat in de hand heeft en wie waar verantwoordelijk voor is zodat we, als er zaken mislopen, ook de verantwoordelijken kunnen aanwijzen. Vandaag zijn de verschillende entiteiten nog te veel afhankelijk van elkaar en dat leidt soms tot een moeilijke besluitvorming. Dat kan zeker worden verbeterd.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik leid uit het antwoord van de minister af dat er maatregelen op ons afkomen die door de regering enigszins zijn ingedekt. Ik begrijp dat er soms maatregelen moeten worden genomen. Zoals Marc De Scheemaecker in de commissie heeft gezegd, is het in sommige gevallen goedkoper de mensen met een taxi naar hun werk te brengen dan met de trein.

Ik benadruk in dat verband nogmaals dat niet alleen sociaal overleg belangrijk is, maar ook overleg met de treingebruikers. Als in een gemeente straatwerken zijn gepland, worden de bewoners bijeengeroepen in een informatievergadering. De NMBS moet meer inzetten op contacten met de lokale overheden en de lokale bevolking om uitleg te kunnen geven over geplande maatregelen, zodat die maatregelen beter worden begrepen en er een groter draagvlak voor kan worden gevonden.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik ga volledig akkoord met de suggestie van senator De Padt. In de toekomst zullen we bijvoorbeeld nieuwe functies moeten geven aan stations. Kleine stations die uitsluitend als station worden gebruikt zijn financieel immers niet houdbaar, maar de lokale gemeenschap ziet het station soms als `iets wat erbij hoort'. De NMBS moet massaal investeren om een dergelijk station leefbaar te houden, terwijl het soms maar door enkele reizigers wordt gebruikt.

Als een lokale gemeenschap mee investeert in andere bestemmingen, bijvoorbeeld als postkantoor of als tentoonstellingsruimte, dan wordt het station een levendig gegeven en krijgen we een win-winsituatie. Ik steun bijgevolg ten volle de suggestie van de heer de Padt.