5-1075/1

5-1075/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

9 JUNI 2011


Voorstel van resolutie betreffende de internationale regeling van draagmoederschap

(Ingediend de dames Elke Sleurs en Inge Faes)


TOELICHTING


Steeds vaker wordt de federale overheid geconfronteerd met gevallen van grensoverschrijdend commercieel draagmoederschap. Op heden is er in dit land geen wettelijke regeling met betrekking tot (commercieel draagmoederschap). De Belgische ambassade in New Delhi verwoordde het als volgt :

« T.a.v. dit juridische vacuüm zien onze diensten zich genoodzaakt om geen enkel rechtsgevolg toe te kennen aan buitenlandse documenten die in dit kader werden opgemaakt (geboorteakte, vonnis, ...). Deze houding wordt aangenomen, ook al werd de lokale wettelijke voorziene procedure in het buitenland nauwgezet gevolgd. Datgene wat in het buitenland rechtsgevolgen creëert, veroorzaakt in dit geval geen rechtsgevolgen in onze interne rechtsorde. » (1)

De ambassades beroepen zich dus op de « strijdigheid met de internationale openbare orde » om de erkenning van een in het buitenland opgestelde geboorteakte te weigeren. Als antwoord op dit fenomeen pleit men vaak voor een wettelijke verbod op commercieel draagmoederschap.

Toch leert de ervaring in Nederland dat een louter nationaal verbod op commercieel draagmoederschap geen sluitend antwoord biedt op de problematiek van het internationaal commercieel draagmoederschap (2) . De Nederlandse wetgever besliste reeds in de jaren negentig om commercieel draagmoederschap strafbaar te stellen. Hierdoor weigert de Nederlandse overheid een door een lokale overheid opgestelde geboorteakte te erkennen, indien men commercieel draagmoederschap vermoedt. Toch wordt de Nederlandse overheid nog steeds verschillende malen per jaar geconfronteerd met gevallen van commercieel draagmoederschap uit landen zoals India, de Verenigde Staten en Oekraïne.

Andere maatregelen dan een verbod op commercieel draagmoederschap zijn dus nodig. Op nationaal niveau moet een duidelijk kader worden geschapen dat rechtszekerheid biedt indien aan welbepaalde criteria wordt voldaan. Maar ook een Europese en internationale aanpak van commercieel draagmoederschap is noodzakelijk.

In bilaterale contacten kaartte de minister van Buitenlandse Zaken deze kwestie reeds aan bij zijn Oekraïense collega. Andere lidstaten van de Europese unie deden soortgelijke demarches in India (3) . Deze internationale inspanningen tonen de nood aan om, net zoals men in het verleden met betrekking tot interlandelijke adoptie deed, tot een internationaal verdrag met betrekking tot commercieel draagmoederschap te komen. Zo engageerde België zich met de ratificatie van het Haags adoptieverdrag om er zich bij elke interlandelijke adoptie van te vergewissen dat het kind niet werd verkregen « tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie. » (4) Op deze manier werd het aanbieden, bemiddelen en adopteren van een kind tegen betaling van een kind strafbaar gesteld in België.

Daarenboven moet binnen de Europese Unie gestreefd worden naar een eensgezinde visie op de « strijdigheid met de internationale openbare orde » met betrekking tot commercieel draagmoederschap. Terwijl men in Nederland een geboorteakte na een anonieme bevalling in Frankrijk weigert te erkennen in de interne rechtsorde, oordeelde het Belgisch Hof van Cassatie in het verleden dat de erkenning door een vader na anoniem bevallen niet strijdig is met de internationale openbare orde (5) . Er zijn nochtans sterke vermoedens dat commercieel draagmoederschap wordt gefaciliteerd door de Franse wetgeving op het anoniem bevallen (6) .

Via dit voorstel van resolutie vragen wij de regering om de strijd tegen het internationaal commercieel draagmoederschap tot prioriteit van de federale diplomatie te verheffen.

Elke SLEURS
Inge FAES.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. gelet op de geest van het Haags adoptieverdrag dat het verkrijgen van een kind tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie verbiedt;

B. stelt vast dat jaarlijks verschillende individuen en koppels een draagmoeder zoeken in het buitenland;

C. stelt vast dat commercieel draagmoederschap zich voordoet als een kind wordt verwekt en gedragen, tegen betaling, onder welke vorm dan ook, anders dan een vergoeding voor de kosten verbonden aan de zwangerschap, en als het kind na de geboorte wordt afgestaan om aan de kinderwens van derden te voldoen;

D. stelt vast dat de vrouwen die in het buitenland tegen betaling een kind-voor-een-ander dragen, zich in economisch bijzonder zwakke omstandigheden bevinden, dat zij worden gebruikt en in sommige gevallen zelf misbruikt;

E. gelet op het feit dat, datgene wat in het buitenland rechtsgevolgen creëert, niet noodzakelijk rechtsgevolgen creëert in onze interne rechtsorde;

F. stelt vast dat het ondergraven van het principe « mater semper certa est » in het familierecht problemen creëert met betrekking tot de internationale publieke orde en bovendien commercieel draagmoederschap vergemakkelijkt;

G. stelt vast dat het kind en de wensouders zich in een periode van rechtsonzekerheid bevinden gedurende de procedure voor de rechtbank van eerste aanleg tot erkenning van het kind;

H. stelt vast dat er zowel op nationaal als internationaal niveau een juridisch vacuum met betrekking tot draagmoederschap heerst;

I. stelt vast dat de federale diplomatie in het verleden bepaalde dossiers succesvol bovenaan op de internationale agenda heeft geplaatst, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot het internationale verbod op antipersoonsmijnen;

J. stelt vast dat er een noodzaak is om gevallen van commercieel draagmoederschap binnen en buiten Europa te regelen,

Vraagt de regering :

1. om binnen het jaar verslag uit te brengen bij de Senaat over de aard en omvang van het commercieel draagmoederschap in het binnen- en buitenland;

2. om hierbij het aantal Belgische vrouwen die in Frankrijk anoniem bevallen in kaart te brengen;

3. om het verband tussen wetgeving op het anoniem bevallen en die op het draagmoederschap te erkennen;

4. om op het internationale toneel een voortrekkersrol te spelen in het dossier draagmoederschap;

5. om de ambassadeurs van die landen die commercieel draagmoederschap wettelijk regelen of gedogen formeel over de kwestie te interpelleren;

6. om bij de Raad van de Europese Unie de band tussen de Franse wetgeving op het anoniem bevallen en het commercieel draagmoederschap aan te kaarten;

7. om ervoor te ijveren dat de Europese Commissie een initiatief neemt met betrekking tot een Europees verbod op commercieel draagmoederschap;

8. om binnen de Raad van de Europese Unie de problematiek op de agenda te plaatsen;

9. om binnen de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties de problematiek op de agenda te plaatsen;

10. om initiatieven van het agentschap UN Women ter bescherming van de vrouwen in het dossier draagmoederschap actief te steunen.

5 mei 2011.

Elke SLEURS
Inge FAES.

(1) http://www.diplomatie.be/newdelhinl/default.asp ?id=25&mnu=25&ACT=5&content=17.

(2) Boele-Woelki, K., Curry-Sumner, I., Schrama, W., Vonk, M., « Draagmoederschap en illegale opneming van kinderen », 2011.

(3) Zie de vragen van Senator Elke Sleurs aan de heer Steven Vanackere (Parl. Stuk 5-386, 5-33).

(4) Zie Haags adoptieverdrag, Artikel 4, § c.3.

(5) Arrest Hof van Cassatie, 29 januari 1993.

(6) Paul Borghs, « Juridische gids over ouderschap voor holebis en transgenders », oktober 2010, blz. 20.