5-73COM

5-73COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MARDI 24 MAI 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Karl Vanlouwe au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «Al-Qaida au Maghreb islamique» (nº 5-879)

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - De aanwezigheid van Al Qaeda in Noord-Afrika blijft een storende factor voor Europa. De afgelopen jaren werd de Sahel door Al Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM) onveilig gemaakt. In de landen Mali, Mauritanië en Niger houdt AQIM zich bezig met ontvoeringen en het plegen van terroristische aanslagen tegen de overheid en westerse doelwitten.

AQIM is het product van een salafistische verzetsbeweging tegen de Algerijnse seculaire overheid. Sinds 2003 is er een zogenaamde heilige alliantie met Al Qaeda en werd menig lid van AQIM getraind in Al Qaedakampen in Afghanistan. De afgelopen jaren heeft het Algerijnse leger een tegenoffensief ingezet tegen de AQIM-militanten in het zuiden van het land. In de andere landen van de Sahel is een dramatische stijging van smokkelaars en militanten waar te nemen die gelinkt zijn aan AQIM, net als het aantal aanvallen op buitenlanders.

In Europa werd in juni 2008 een AQIM-cel opgerold in Spanje en in Frankrijk. Ook in Italië, Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk werden contactpersonen gearresteerd die verdacht worden van het beramen van terroristische aanslagen op westerse doelwitten en die vanuit Europa voor logistieke en financiële steun zorgen voor de strijd in de Maghreb.

Op 15 april laatstleden werden in de Noord-Algerijnse stad Azazga veertien regeringssoldaten omgebracht toen militanten een legerpost aanvielen. Het vuurgevecht duurde langer dan twee uur en toont aan dat AQIM actief blijft over het gehele Algerijnse grondgebied.

Op dit moment houdt AQIM nog vier Fransen vast die op 16 september 2010 ontvoerd werden door een nachtelijk commando. De vier waren tewerkgesteld op een van de uraniummijnen van het Franse bedrijf AREVA in Niger. In een videoboodschap van 28 april worden ze aan het woord gelaten; het is duidelijk dat ze op verschillende plaatsen worden vastgehouden door Islamitische groepen.

De FOD Buitenlandse Zaken raadt alle landgenoten expliciet af om niet absoluut noodzakelijke verplaatsingen te doen in Mali, Mauritanië en Niger, omdat er een `grote terroristische dreiging is die de kans op ontvoeringen en aanslagen in heel het land verhoogt'.

De recente uitschakeling in Pakistan van Osama Bin Laden, icoon van Al Qaeda, verhoogt de dreiging tot wraakacties van AQIM en brengt de levens van de ontvoerde westerlingen in gevaar.

Kan de minister bevestigen dat de activiteiten van AQIM zich uitbreiden naar andere regio's in het noorden, namelijk vanuit Mali, Niger en Mauritanië naar Algerije, Marokko en Tunesië?

Wordt er met de betrokken landen en in het bijzonder met de Algerijnse overheid samengewerkt om AQIM te bestrijden? Welke Europese initiatieven werden genomen? Wanneer wordt de langverwachte Sahelstrategie van de EDEO voorgesteld?

Buitenlandse Zaken raadt alle niet absoluut noodzakelijke reizen naar Mali, Mauritanië en Niger ten zeerste af. Wordt de aanwezigheid van landgenoten die beroepsmatig in deze landen zitten, gevolgd? Worden zij eventueel ook gebrieft over de gevaren en hoe zich te gedragen in crisissituaties? Er is weliswaar geen sprake van een humanitaire crisis of algemene revolte, maar heeft de minister er desalniettemin zicht op hoeveel landgenoten zich in die landen bevinden?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - Het is moeilijk om absolute zekerheid te krijgen over het antwoord op de eerste vraag. Het antwoord is gedeeltelijk gebaseerd op informatie van inlichtingendiensten. Open bronnen melden dat er geregeld aanslagen van terreurgroepen gelieerd worden aan AQIM in Algerije. De aanslag in Marrakesh is blijkbaar ook gepleegd door iemand die het ideeëngoed van de groepering genegen was. Daaruit kan ik nog geen absolute conclusies trekken; dat vergt nog verder inlichtingenwerk.

De Europese lidstaten hebben een nauwe werkrelatie met de landen van de Maghreb om het internationaal terrorisme en AQIM in het bijzonder te bestrijden.

Onze landgenoot Gilles de Kerchove is EU-coördinator inzake antiterrorisme. Naar het oordeel van velen levert hij puik werk in het stroomlijnen van de inzet van middelen van de lidstaten en de Europese instellingen om de landen van de Maghreb in deze strijd te steunen.

Het reisadvies voor de Sahellanden blijft van kracht. Het is wel een advies. Buitenlandse Zaken kan die richtlijn niet afdwingen. In de Verenigde Staten is dat anders. Amerikaanse staatsburgers die geen rekening houden met het advies om een land te verlaten, kunnen een sanctie opgelegd krijgen. Bij ons gaat het om een advies dat onze landgenoten vrij staat te volgen. We raden de reizigers die toch in de regio moeten verblijven, aan om contact op te nemen met de diplomatieke vertegenwoordiging ter plaatse zodat ze geïdentificeerd en gelokaliseerd kunnen worden.

Als landgenoten hun aanwezigheid hebben kenbaar gemaakt aan de Belgische vertegenwoordiging in Mali, Niger of Mauritanië of aan de ambassade waaronder deze landen ressorteren, wordt het contact met deze personen onderhouden, uiteraard ook tijdens crisisperiodes.

Er verblijven een honderdtal ingeschreven landgenoten in Mali, een veertigtal in Niger en ongeveer dertig in Mauritanië.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Vindt de minister de aanpak van de Verenigde Staten efficiënt? Overweegt hij een sanctie in te voeren voor landgenoten die het reisadvies van Buitenlandse Zaken in de wind slaan?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - Toen ik minister van Gezondheid was, heb ik erop gewezen dat een vrouw die zich in Finland niet laat screenen op baarmoederhalskanker, niet langer verzekerd is. Ik vond dat bijzonder efficiënt, want de incidentie van baarmoederhalskanker in Finland is nagenoeg nul. Een tijdige screening zorgt ervoor dat het risico op mortaliteit nagenoeg wordt uitgeschakeld. Is dit toepasselijk in een land als België, waar de individuele verantwoordelijkheid en de vrijheid om zelf keuzes te maken hoog in het vaandel wordt gedragen? De vraag stellen is ze beantwoorden. Is het efficiënt een boete op te leggen aan iemand die een reisadvies naast zich neerlegt? Uiteraard. Zullen we dat model in ons land toepassen? Ik denk van niet.