5-72COM | 5-72COM |
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Ruim twee jaar geleden besliste de toenmalige minister van migratie en asielbeleid om vanaf 1 oktober 2008 geen gezinnen van illegale immigranten met kinderen meer te plaatsen in de gesloten centra. Die gezinnen krijgen opvang in alternatieve verblijfplaatsen, de zogenaamde woonunits. De gezinnen mogen er verblijven tot hun repatriëring is geregeld of tot er een beslissing is genomen over hun asielaanvraag. Ze krijgen een coach toegewezen die hen permanent moet begeleiden en voorbereiden op hun terugkeer naar hun land van herkomst. Als de gezinnen zich niet aan de procedures houden, bijvoorbeeld als ze verdwijnen, dan kunnen ze alsnog naar een gesloten centrum worden gebracht. Volgens de staatssecretaris heeft het coachingproject veel succes.
Hoeveel illegale gezinnen werden in 2010 ondergebracht in alternatieve verblijfplaatsen? Ik had graag de cijfers per maand.
Wat zijn de nationaliteiten van die gezinnen? Wat is hun verblijfsstatus: zijn het uitgeprocedeerde asielzoekers of mensen die van bij hun aankomst illegaal zijn?
Inzake de samenwerking met Fedasil heb ik ook enkele vragen. Worden illegale gezinnen met minderjarige kinderen, die Fedasil moet opvangen in uitvoering van artikel 60 van de opvangwet en op basis waarvan de Belgische Staat werd veroordeeld tot hoge dwangsommen, ondergebracht in die woonunits wanneer het duidelijk is dat ze geen recht hebben op een verblijfsvergunning en het grondgebied moeten verlaten?
Worden in het algemeen uitgeprocedeerde gezinnen vanuit de open centra naar de woonunits overgebracht met het oog op hun terugkeer naar het land van oorsprong? Zo ja, hoeveel? Indien niet, waarom niet? Is er een samenwerking tussen DVZ en Fedasil in dat verband, bijvoorbeeld een doorstroom van open centra naar woonunits bij een negatieve beslissing?
Hoeveel gezinnen zijn er vertrokken uit de woonunits? Hoeveel deden dat vrijwillig, hoeveel onder dwang?
Wat is de minimale en maximale verblijfsduur van de gezinnen in de centra?
Zijn er intussen gezinnen verdwenen? Zo ja, hoeveel?
Worden gezinnen die niet meer willen vertrekken naar een gesloten centrum overgebracht?
Hoeveel coaches zijn er? Voor hoeveel gezinnen staat elke coach in?
De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - In 2010 werden 66 nieuwe gezinnen, waarvan 102 volwassenen en 126 kinderen, naar de woonunits overgebracht. De maandelijkse verdeling is als volgt: januari: 3 nieuwe gezinnen; februari: 1 nieuw gezin; maart: 6 nieuwe gezinnen; april: 7 nieuwe gezinnen; mei: 5 nieuwe gezinnen; juni: 3 nieuwe gezinnen; juli: 7 nieuwe gezinnen; augustus: 8 nieuwe gezinnen; september: 5 nieuwe gezinnen; oktober: 7 nieuwe gezinnen; november: 7 nieuwe gezinnen; december: 10 nieuwe gezinnen.
De gezinnen vertegenwoordigden volgende nationaliteiten: Russische Federatie: 8; Irak: 7; Congo: 6; Brazilië: 6; Afghanistan: 6; Armenië: 4; Guinee 4; Sri Lanka: 3; Libanon: 3; Burundi: 2; Rwanda: 2; Turkije: 2; Marokko: 2; Soedan: 1; Kaapverdische Eilanden: 1; Syrië: 1; Nigeria 1; Servië: 1; Palestijnse gebieden: 1; FYROM: 1; Bosnië-Herzegovina: 1; Canada: 1; Ivoorkust: 1; Liberia: 1. In totaal werden dus 66 gezinnen ondergebracht.
De verblijfsstatus van die gezinnen is als volgt:
Acht gezinnen bevinden zich in de asielprocedure, waarvoor een akkoord van een andere EU-lidstaat op basis van de Dublinreglementering werd gegeven, met het oog op de verdere behandeling van de asielprocedure in die lidstaat.
Van vijftien gezinnen is het verblijf onwettig. Voor die gezinnen diende een terugkeer naar het herkomstland georganiseerd te worden.
Drieënveertig gezinnen boden zich aan de grens aan en voldeden niet aan de binnenkomstvoorwaarden. Zevenentwintig gezinnen vroegen aan de grens asiel aan.
Voor de gezinnen met minderjarige kinderen die Fedasil moet opvangen, werd tussen Fedasil en DVZ een protocolakkoord afgesloten. Het betreft volgens Fedasil op dit ogenblik een zestigtal gezinnen, of ongeveer 250 personen. In dit protocolakkoord is in een begeleidingstraject voorzien, waarbij in fine - indien het gezin geen recht heeft op verblijf of indien het gezin geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheden van de geassisteerde vrijwillige terugkeer - in een overbrenging naar de woonunits wordt voorzien.
Het protocol werd pas begin dit jaar ingevoerd. Dit verklaart waarom er nog geen transfer is geweest, maar op het ogenblik worden wel enkele gezinnen, waarvoor een Dublinakkoord uit een andere lidstaat van toepassing is, overgebracht. Deze gezinnen komen uit de open opvangstructuur: uit open centra of lokale opvanginitiatieven. De gezinnen ondergebracht in de hotels zouden hier niet onder vallen. In de meeste gevallen zijn ze na ontvangst van de beslissing in de kantoren van de DVZ naar de woonunits overgebracht. In een paar gevallen is dit ook al rechtstreeks vanuit de open opvangstructuur georganiseerd, in afspraak met het open centrum of het LOI.
Van de in 2010 in de woonunits ondergebrachte gezinnen, kan de terugkeer als volgt onderverdeeld worden:
Twee gezinnen werden onder escorte verwijderd. De andere gezinnen vertrokken zonder verzet.
In 2010 bedroeg de maximale verblijfsduur waarbij effectief een vertrek werd georganiseerd, 136 dagen. De lange verblijfsduur heeft te maken met de herhaalde asielaanvragen van het betrokken gezin. De kortste verblijfsduur was twee dagen, waarna een gezin werd teruggedreven naar het land vanwaar ze kwamen. De gemiddelde verblijfsduur van de gezinnen bedroeg in 2010 21 dagen.
In 2010 verdwenen 18 gezinnen uit de woonunits. Drie gezinnen keerden na korte tijd al terug. De 15 andere gezinnen verdwenen definitief. Ik wijs er ook op dat 23 gezinnen om diverse redenen werden vrijgesteld, onder andere om medische redenen, nieuwe procedures en toekenning van een statuut als erkend vluchteling of van subsidiaire bescherming.
Op dit ogenblik worden gezinnen die uit de woonunits verdwijnen of die zich niet aan de regels van de woonunits houden nog niet naar een gesloten centrum overgebracht. Een arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens van januari 2010 verplicht DVZ om eerst de infrastructuur van de gesloten centra aan te passen voor een tijdelijke opvang van gezinnen met minderjarige kinderen. In de loop van 2011 zullen daartoe de nodige infrastructuurwerken worden uitgevoerd. Er zal een nieuw gesloten centrum gebouwd worden met gezinseenheden en de Regie der Gebouwen maakt momenteel een terrein vrij naast het centrum 127bis teneinde er eengezinsmodules te kunnen installeren. Het gebruik van deze modules blijft een ultieme maatregel.
Op dit ogenblik zijn er vier coaches die elk gemiddeld drie gezinnen begeleiden.
Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Het verbaast me dat het percentage van gezinnen die zomaar in het niets verdwijnen, zo hoog ligt. Zijn er niet meer mogelijkheden om dat te voorkomen dan de vier coaches die nu drie gezinnen begeleiden? Dat lijkt me alleszins niet toereikend.