5-21

5-21

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 5 MAI 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Guido De Padt à la ministre de l'Intérieur sur «le délai de traitement des dossiers par le Fonds des calamités» (nº 5-122)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Een aantal Belgen zullen zich 13 november 2010 en 13 januari 2011 herinneren, want toen was er heel wat watersnood. Zandbergen, de geboortegemeente van de minister, is daarvan niet gespaard gebleven.

In dat verband wil ik een aantal vragen stellen met betrekking tot de werking van het Rampenfonds.

Op woensdag 24 november 2010 heeft de Ministerraad beslist de watersnood van medio november als nationale ramp te erkennen. Na de bekendmaking van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad hadden de slachtoffers drie maanden de tijd om een dossier in te dienen bij de gouverneur, om te worden overgezonden naar het Rampenfonds.

Op woensdag 8 december 2010 werd in het Belgisch Staatsblad de lijst gepubliceerd met alle gemeenten waar de overstromingen van medio november als natuurramp werden erkend. De getroffenen kregen tot 31 maart 2011 de tijd om hun schadedossier in te dienen bij de provinciale diensten van het Rampenfonds.

Alle getroffenen dienden in eerste instantie hun verzekeringsmaatschappij aan te spreken die overstromingen, het overlopen van openbare riolen en aardbevingen sinds 2006 verplicht opgenomen hebben in de brandverzekering. In een aantal gevallen kon men ook bij het Rampenfonds een schadedossier indienen. Het ging meer bepaald om leefloners die geen verzekering hadden afgesloten - mits attest OCMW -, om landbouwers voor teelten op het veld, maar niet voor opgeslagen teelten, voor hun veestapel en voor bosaanplantingen, en om grote bedrijven met een brandpolis `geen eenvoudige risico's'.

In de praktijk blijkt dat de bevoegde diensten vandaag nog bezig zijn met de behandeling van de schadedossiers uit 2009 en dat de geteisterden uit 2010 en 2011 nog lang op hun geld zullen moeten wachten. Bepaalde bedrijven zouden daardoor in financiële ademnood kunnen komen.

Weet de minister hoeveel schadedossiers in de toegelaten periode - tussen 8 december en 31 maart - werden ingediend bij de gouverneurs via de diensten van het Rampenfonds. Kan ze die cijfers opdelen per provincie en aard van het dossier, leefloner, landbouwer of groot bedrijf?

Bevestigt de minister dat de diensten vandaag nog bezig zijn met de behandeling van dossiers uit 2009? Kan zij de achterstand per provincie meedelen?

Erkent de minister dat de getroffenen, vooral de bedrijven, daardoor in financiële ademnood kunnen komen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Na elke natuurramp die ons land getroffen heeft, heb ik er een prioriteit van gemaakt de ramp zo snel mogelijk te laten erkennen door de Ministerraad.

Hoe sneller de ramp erkend is, hoe sneller de betrokken diensten immers in gang kunnen schieten en hoe sneller de geleden schade vergoed kan worden.

Na de overstromingen in november van vorig jaar heb ik samen met de verzekeringssector ook een eenvoudig aangifteformulier uitgewerkt.

Het was de bedoeling de getroffenen met dit aangifteformulier een leidraad te geven voor het samenstellen van hun dossier.

Daarnaast maakte het formulier ook duidelijk wie zich moest wenden tot de verzekering en wie tot het Federaal Rampenfonds.

Wanneer mensen voor een vergoeding door het Rampenfonds in aanmerking komen, moeten ze hun dossier inderdaad bij de gouverneur indienen.

De dossiers worden door de provinciale diensten behandeld alvorens ze aan mijn diensten worden overgemaakt, die dan de getroffenen kunnen uitbetalen.

De cijfers over de schadedossiers die in de verschillende provincies werden ingediend in de periode tussen 8 december 2010 en 31 maart 2011, zal ik nu niet volledig mondeling meedelen, maar schriftelijk overhandigen.

Sta me toe om daarentegen wel enkele totaalcijfers te vermelden. Voor de overstromingen van november vorig jaar zijn er 1157 dossiers ingediend door landbouwers, 6 door leefloners en 39 door grote bedrijven.

Er dient wel te worden opgemerkt dat niet alle ingeleverde dossiers in één van de drie gevraagde categorieën kunnen worden ondergebracht. Er zijn bijvoorbeeld ook dossiers voor schade aan wagens van particulieren.

In totaal moeten nog 1380 dossiers behandeld worden.

Voorts moeten ook nog 1085 dossiers uit 2010 worden behandeld die betrekking hebben op andere erkende rampen.

De provinciale diensten zijn momenteel ook nog bezig met de behandeling van dossiers die betrekking hebben op rampen die zich hebben voorgedaan in 2009. In totaal zijn dat er 2232.

Het is echter niet mogelijk een vaste datum te geven voor de uitbetaling van de schadevergoedingen.

De termijn waarbinnen de geteisterden hun vergoeding mogen verwachten, hangt immers van verschillende factoren af, bijvoorbeeld van het aantal ingediende dossiers en de datum van indiening.

De geteisterde beschikt over een termijn van drie maanden na de maand van publicatie van het erkenningsbesluit om zijn aanvraag tot een financiële tegemoetkoming in te dienen. In de praktijk is gebleken dat vele slachtoffers het einde van deze termijn afwachten om een zo volledig mogelijk zicht op hun schade te hebben.

Er is de volledigheid van het dossier: in vele gevallen moeten de provinciale diensten de slachtoffers meermaals aanschrijven voordat hun dossier volledig is.

Vervolgens zijn er de complexiteit van het dossier en de mogelijkheid van beide partijen om een beroepsprocedure op te starten.

Tot slot is er de wederbeleggingsverplichting: dit wil zeggen dat de wet in principe bepaalt dat de herstelvergoeding die door de provinciegouverneur toegekend is, slechts uitbetaald wordt als de beschadigde goederen hersteld zijn of de vernietigde goederen vervangen zijn. De eerste schijf van 60% van deze vergoeding wordt wel altijd als tegemoetkoming uitbetaald. De geteisterden beschikken over een termijn van drie jaar om de volledige wederbelegging uit te voeren.

Van zodra de provinciegouverneur zijn beslissing betekend heeft aan mijn diensten, wordt een geteisterde normaal gezien binnen de drie weken minstens gedeeltelijk uitbetaald.

Mochten de geteisterden vrezen dat ze in financiële problemen zullen komen doordat een vergoeding langer uitblijft dan voorzien, kunnen zij een aanvraag indienen om een voorschot te bekomen, zoals bepaald in de artikelen 29 en 30 van de rampenschadewet. De provinciegouverneur beslist dan over de aanvraag die wordt ingediend.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik stel vast dat nog 2232 dossiers van 2009 moeten worden afgehandeld, wat een vrij onheilspellend bericht is voor degenen die in 2010 slachtoffer geworden zijn van de watersnood. Kunnen de bevoegde provinciale diensten geen tijdelijk bijkomend personeel krijgen om de dossiers vlugger af te handelen? Ik verneem ook dat de geteisterden niet mogen herstellen zolang er in hun dossier geen beslissing is genomen. Voor bedrijven is dat bijzonder dramatisch, aangezien ze de nodige herstellingen niet kunnen doen of geen materiaal kunnen vervangen.