5-21

5-21

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 5 MEI 2011 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister van Justitie over «het weglopen van kinderen en jongeren» (nr. 5-131)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Uit het jaarverslag van Child Focus blijkt dat steeds meer jongeren weglopen van huis of van de instelling waar ze verblijven. Opvallend is ook dat ze steeds langer wegblijven; ruim 25% van hen blijft langer dan een week spoorloos.

Vorige week hoorden we een noodkreet van de jeugdrechters en jeugdrechtbanken die de zware werklast niet meer aankunnen. Elke jeugdrechter staat in voor zo'n 700 dossiers, terwijl men precies van die jeugdrechters zou moeten kunnen verwachten dat ze nauw contact kunnen houden met de jongeren waarmee ze te maken hebben.

Dat is een maatschappelijk urgent en fundamenteel probleem. Je kan als gemeenschap niet zeggen: we geven het op, we investeren niet in de jeugd. Dit is een grote verantwoordelijkheid voor de Gemeenschappen en de bevoegde gemeenschapsministers, maar ook voor u als minister van Justitie die verantwoordelijkheid draagt voor de jeugdrechtbanken.

Parallel daarmee is er de problematiek van het groeiend aantal jongeren dat van school wordt gestuurd. Wanneer dat gebeurt is er voor die jongeren geen vangnet meer. Ze verdwijnen in de anonimiteit. De kans dat we die jongeren later terugzien in het justitieel apparaat is groot.

Moeten we dus niet massaal investeren in jeugdrechters en jeugdrechtbanken om te voorkomen dat veel van die jongeren te maken krijgen met de correctionele rechtbanken?

Wat onderneemt de minister om aan deze problemen te verhelpen?

Heeft hij hiervoor een actieplan klaar?

Moet hiervoor geen actief bondgenootschap met de Gemeenschappen worden afgesloten?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Deze materie ligt ook mij na aan het hart. Het betreft een delicate en moeilijk te objectiveren materie. In 2009 kon naar aanleiding van het congres `Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden' een aantal problemen waarmee de jeugdrechters en de jeugdrechtbanken te maken hebben worden benadrukt.

Het congres heeft geen `gebruiksklare' antwoorden op alle gestelde vragen gegeven, maar het heeft niettemin talrijke elementen opgeleverd die het mogelijk maken om het werk voort te zetten, in samenwerking met de dienst strafrechtelijk beleid. De nadruk werd gelegd op de noodzaak van overleg tussen de sectoren en op uitwisseling van informatie en gegevens. Justitie kan dit probleem niet alleen oplossen; we moeten kijken hoe we dit gezamenlijk kunnen aanpakken, vooral met de Gemeenschappen.

Naar aanleiding van het Belgisch voorzitterschap werd in samenwerking met Child Focus, het Koninklijk Paleis en mijn diensten een grote conferentie georganiseerd, gewijd aan het thema van weggelopen kinderen. Toen bleek dat over heel Europa een stijgend aantal jongeren van huis wegloopt of wil ontsnappen aan de thuissituatie. Eén van de conclusies van die conferentie bestond erin te zorgen voor het verhogen van het inzicht in dat fenomeen, in overleg met ouders, politiediensten, enz. Door het in kaart brengen van de bestaande good practices in België en in het buitenland kunnen immers interessante oplossingen naar voren worden geschoven.

Ik werd toen getroffen door de omvang van dat probleem en bovendien schijnt alweer een nieuw fenomeen erin te bestaan dat steeds meer jongeren pogen te ontsnappen in de virtuele wereld, wat nog complexer is. Jongeren zoeken daar contacten, steun of begrip en zijn geneigd allerlei bewegingen of redeneringen te volgen die nog veel moeilijker te controleren zijn.

In de virtuele wereld ontbreekt de sociale controle volledig. We moeten nagaan over welke beschermingsmechanismen we in dat opzicht beschikken. Deze problematiek werd besproken en Child Focus heeft daaromtrent, in samenwerking met justitie, aanbevelingen geformuleerd.

De nieuwe wet betreffende de jeugdbescherming dateert van 2006. De FOD Justitie heeft samen met de Gemeenschappen en de FOD Volksgezondheid gediscussieerd over de problematiek van de psychiatrische problemen bij jongeren en de instellingen om ze op te vangen en over huiselijk geweld.

Er is reeds samenwerking tussen justitie en de Gemeenschappen in situaties van kinderen in gevaar of van minderjarigen die als misdrijf omschreven feiten hebben gepleegd. Er is geregeld overleg om een productieve uitwisseling van gegevens mogelijk te maken.

Justitie, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap alsook het Waalse Gewest hebben in 2007 een protocol ondertekend dat een zo goed mogelijke wisselwerking tussen de medisch-psychologische, sociale en gerechtelijke sector mogelijk moet maken.

Justitie en de Vlaamse Gemeenschap hebben op 30 maart 2010 een protocol inzake mishandeling ondertekend waarin een stappenplan is geïntegreerd dat het ideale traject omschrijft voor elke probleemsituatie van een jongere. Het protocol kindermishandeling voorziet in diverse instrumenten die erop gericht zijn de communicatie tussen de actoren aan te moedigen en bijgevolg hun optreden te verbeteren met het oog op een betere begeleiding van kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling.

De essentie is dat justitie niet kan zonder een belangrijke poot in de welzijnssector. De hulpverleningssector moet actief betrokken zijn. De ene kan niet zonder de andere. Ze moeten elkaar versterken. Beide handen moeten gelijktijdig sturen, anders komt men niet tot een resultaat. Zeker voor jongeren moeten de gemeenschapsinstellingen voortdurend worden betrokken.

Recent werd het Vlaams Forum Kindermishandeling opgericht, voor overleg tussen de verschillende partners.

In de Franse Gemeenschap werden coördinatiecommissies opgericht.

Er is ook een beperkte werkgroep opgericht, samengesteld uit magistraten en vertegenwoordigers van de rechtsbedeling, die de wet van 2006 betreffende de jeugdbescherming moet herzien om de wet leesbaarder en praktischer te maken.

Er is dus zeer veel overleg. Het probleem wordt steeds groter. Misschien zal ook de personeelsformatie bij de jeugdrechters moeten worden uitgebreid. Ik heb het NICC gevraagd een onderzoek uit te voeren dat erop gericht is een stand van zaken op te maken van de beslissingen die jeugdrechters over een bepaalde periode hebben genomen, alsook een objectieve lijst op te stellen van de behoeften en verwachtingen inzake de interventievoorzieningen vanuit het standpunt van de jeugdrechters. Het is dus de bedoeling om te evalueren of het aanbod van de Gemeenschappen overeenstemt met de verwachtingen van de jeugdrechters. Jeugdrechters doen uitstekend werk, maar zijn ook maar zo sterk als de instellingen waarop ze beroep doen. Dat zal nu worden onderzocht.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik weet dat de minister werkelijk naar oplossingen zoekt.

Jeugdrechtbanken zijn voor mij de buitengrens van justitie, de grensbewaking van probleemjongeren. Via de jeugdrechter kunnen zij nog in contact komen met de sociale voorzieningen die door de Gemeenschappen worden georganiseerd. Daarin investeren is investeren in kansen voor die jongeren.

Ik onderschrijf de uiteenzetting van de minister. Ik zal het rapport waarnaar u verwees opvragen. Die rol van justitie lijkt mij cruciaal omdat wij die duizenden jongeren niet mogen opgeven. Een samenleving die haar kinderen opgeeft, mislukt in haar opdracht.

De heer Bart Laeremans (VB). - U trapt een open deur in.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik stel vast dat het Vlaams Belang dat opnieuw niet belangrijk vindt.

Ik hoop dat de minister het probleem wel ernstig neemt.