5-20

5-20

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 7 AVRIL 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Peter Van Rompuy à la vice-première ministre et ministre de l'Emploi et de l'Égalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile sur «les dispositions du Pacte pour l'euro en ce qui concerne l'accroissement du taux d'activité» (nº 5-114)

De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Europa stuurt een nieuw pakket maatregelen op ons af. Ons land volgt de eigenaardige strategie om een deel van de bewegingsruimte aan Europa af te staan om Europa vervolgens de kans te geven ons richtlijnen op te leggen.

In het Europact en in de Europa 2020-strategie wordt een werkzaamheidsgraad van 75% als doelstelling gehanteerd. Het Europact bevat bovendien twee elementen die mijn aandacht trekken. Ten eerste is het de bedoeling dat de pensioenleeftijd in voldoende mate aan de stijgende levensverwachting wordt gekoppeld. Ten tweede is het de bedoeling systemen die leiden tot vervroegde pensionering te beperken.

Bij het indienen van mijn mondelinge vraag was ik nog niet in het bezit van de brief van de premier waarin hij de concrete maatregelen opsomt die België zal nemen in het kader van het Europact. Die maatregelen die overigens maar één pagina in beslag nemen, zullen naar mijn oordeel niet volstaan voor de Europese autoriteiten. Voorts wijs ik erop dat de werkzaamheidsgraad het meest kwetsbare punt is in het hele Belgische pakket.

Graag vernam ik of de in de brief opgesomde maatregelen met betrekking tot het Europact en de maatregelen die binnenkort zullen worden genomen in het kader van het nationaal hervormingsplan zullen volstaan. Of moeten bijkomende maatregelen worden genomen?

Mevrouw Joëlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid. - We zijn bezig met de voorbereiding van het nationaal hervormingsprogramma. Dat document valoriseert het door ons gevoerde beleid en toont aan dat het werkgelegenheidsbeleid, dat een beleid op lange termijn is, essentieel is om stabiliteit in de Eurozone te garanderen.

Het werkgelegenheidsbeleid is gericht op het verhogen van de werkzaamheidsgraad en dus het verminderen van de werkloosheid, evenals op kwaliteitsvolle jobs. Dat beleid is essentieel om macro-economische onbalansen te vermijden.

Als federaal minister bevoegd voor werk heb ik als doelstelling voorgesteld om tegen 2020 een werkzaamheidsgraad te halen van 73,2%. Dat is een ambitieuze doelstelling die belangrijke maatregelen vereist, want de werkzaamheidsgraad bedroeg in 2010 maar 66,4%.

Om die doelstellingen te realiseren, hebben we in samenspraak met de regionale ministers bevoegd voor werk zes prioritaire krachtlijnen vastgelegd, conform de werkgelegenheidsrichtsnoeren, het Pact voor de euro en de conclusies van de Europese Raad van 24 en 25 maart.

Het spreekt voor zich dat de regering in lopende zaken slechts een beperkt aantal maatregelen heeft genomen. We zijn er ons van bewust dat na de vorming van een nieuwe federale regering belangrijke bijkomende en structurele hervormingen vereist zijn om die doelstellingen te bereiken.

De eerste krachtlijn heeft betrekking op de lonen. Conform de beslissing van de regering hebben we ons tegenover de EU geëngageerd om de vrije maximale marge boven index beschikbaar voor de loonevolutie, vast te leggen op 0% in 2011 en op 0,3% van de loonkosten in 2012. Dat gebeurt voor het eerst sinds 1996.

De tweede krachtlijn slaat op het verlagen van de fiscale en parafiscale lasten op de lage lonen. Hiervoor hebben we in het kader van de begroting een maatregel genomen die voor het minimumloon de mogelijkheid geeft het nettoloon rechtstreeks op te trekken met 120 euro op jaarbasis.

Het levenslang leren van werknemers en de kwalificaties van de werkzoekenden verhogen, staat centraal in de derde krachtlijn. Hierbij vermeld ik graag het sanctiemechanisme dat voor de eerste keer dit jaar in werking treedt indien de 1,9%-doelstelling niet wordt gehaald.

De vierde krachtlijn beoogt een grotere deelname van de doelgroepen aan de arbeidsmarkt. Voor mij is dat misschien wel dé belangrijkste krachtlijn. De federale regering heeft ter zake al verschillende maatregelen genomen en het win-winplan is natuurlijk een zeer belangrijke maatregel die we in ons nationaal hervormingsplan in de verf zullen zetten.

Zeer belangrijk is dat we ons tegenover Europa ook geëngageerd hebben om tegen oktober het generatiepact te evalueren. Op basis van die evaluatie zal de nieuwe regering moeten beslissen welke bijkomende structurele maatregelen nodig zijn om de werkzaamheidsgraad van oudere werknemers te verbeteren. Ook voor personen met een handicap hebben we een nieuwe maatregel genomen.

De vijfde krachtlijn draait rond het werkloosheidsstelsel. Ik ben van mening dat er nog ruimte is om de procedure voor de opvolging van werklozen te verbeteren. We hebben in de ministerraad van maart 2010 een hervorming goedgekeurd die het huidige stelsel moet verbeteren. Ik heb nieuwe voorstellen en we zijn bereid om tijdens de vorming van een nieuwe regering daarover te discussiëren.

De zesde krachtlijn tot slot betreft het verbeteren van het arbeidsrecht om de flexicurity te bevorderen. Het gaat hier om de maatregelen van het IPA, dat op het ogenblik in de plenaire vergadering van de Kamer wordt besproken.

Natuurlijk zijn we een regering van lopende zaken en blijven onze maatregelen tamelijk beperkt, maar daarom zijn ze niet minder noodzakelijk. Natuurlijk hebben we aanvullende structurele hervormingen nodig. Daarom ook hebben we een nieuwe regering nodig.

De heer Peter Van Rompuy (CD&V). - Ik dank de minister voor haar antwoord en onthoud twee belangrijke zaken. Ten eerste wordt gemikt op een werkzaamheidsgraad van 73,2%. Onze partij had 74% gevraagd, maar kan met dat percentage uiteraard wel leven. Ten tweede verneem ik dat het generatiepact zal worden geëvalueerd. Ik vind het belangrijk dat die evaluatie echt leidt tot structurele maatregelen en geen vluchtige oefening wordt.

Tot juni zitten we Europees in een systeem dat beperkt blijft tot peer pressure, tot wat naming and shaming, maar niet veel meer dan dat. Daarna komt de machinerie echter op gang. De instellingen zijn klaar, de wetten zijn geschreven en vanaf juni stevenen we af op institutionele en later financiële druk. We hebben dus echt een volwaardige regering nodig of we zullen op dit punt door Europa afgestraft worden. Daar ben ik van overtuigd. Het moet vooruitgaan. We hebben de staatshervorming nodig om die hele problematiek te kunnen aanpakken en als we niet snel een tandje bij steken komen we in de situatie dat de Europese nood de wet zal breken.