5-1016/1

5-1016/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

10 MEI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie betreffende de afgiftetarieven van mobiele telefonie

(Ingediend door de heren Ludo Sannen en Bert Anciaux)


TOELICHTING


Dit voorstel neemt, met een aantal aanpassingen, de tekst over van een wetsvoorstel dat reeds op 17 maart 2010 in de Senaat werd ingediend (stuk nr. 4-1711/1 - 2009/2010)

Afgiftetarieven zijn de wholesale-tarieven die de operatoren van een eindgebruiker die een oproep ontvangt, aanrekenen aan de operatoren van een eindgebruiker die de oproep maakt voor de beëindiging van het gesprek op hun netwerk. Er bestaan zowel afgiftetarieven voor mobiele telefonie (Mobile Termination Rates of MTR) als voor de vaste telefonie.

Deze terminatietarieven vormen een belangrijk onderdeel van de tarieven die de operatoren hanteren en maken deel uit van de tarieven die uiteindelijk de klanten en consumenten betalen.

Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) beschikt over de bevoegdheid om op het vlak van terminatietarieven op te treden indien blijkt dat een operator over een sterke marktpositie op een relevante markt beschikt. Artikelen 54 tot 67 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie schetsen het kader dat van toepassing is voor de bepalingen en analyse van de relevante markten in de telecomsector alsook voor het aanwijzen van de operatoren met een sterke machtspositie op die markten en het opleggen van verplichtingen die bedoeld zijn om te zorgen voor daadwerkelijke concurrentie op die markten.

Op 24 februari 2002 maakte het BIPT haar marktanalyse betreffende de gespreksafgiften op de afzonderlijke mobiele netwerken (de zogenaamde markt 16) bekend. Een van de correctiemaatregelen waarover het BIPT beschikt, betreft het invoeren van een prijscontrole en verplichtingen inzake het kostentoerekeningsysteem. De correctiemaatregelen geven aan het BIPT de mogelijkheid om plafondprijzen (maximumtarieven) vast te leggen inzake de mobiele terminatietarieven van operatoren met een sterke marktpositie (SMP).

Op 11 augustus 2006 werden de drie mobiele operatoren door het BIPT aangeduid als SMP voor de gespreksafgifte op hun eigen netwerk gezien de 3 mobiele operatoren op hun eigen netwerk voor de gespreksafgifte een volstrekt monopolie hebben. Het besluit van 11 augustus 2006 voorzag in een regeling voor plafondprijzen door middel van een zogenaamd « glide-path »-mechanisme dat aan de drie mobiele operatoren verlagingen van hun terminatietarieven oplegde op specifiek vastgelegde data.

Het BIPT nam op 18 december 2007 een aanvullend besluit om de terminatietarieven in 2008 en 2009 te reguleren teneinde de symmetrie te bereiken tussen de terminatietarieven van Proximus en Mobistar in 2008. Tevens besliste het BIPT om de terminatietarieven van Base in 2008 nog sterker te verlagen dan voorzien in het besluit van 11 augustus 2006.

Tegen dit besluit werd beroep aangetekend bij het Hof van beroep van Brussel. Op 4 april 2008 velde het Hof van beroep een arrest dat de werking van het besluit van 18 december 2007 schorst. Het BIPT besloot op basis hiervan dit besluit in te trekken en voor 2008 de terminatietarieven toe te passen die waren vastgesteld in het besluit van 11 augustus 2006.

Met zijn besluit van 29 juni 2010 betreffende de definitie van de markten, de analyse van de concurrentievoorwaarden, de identificatie van de operatoren met een sterke machtspositie en de bepaling van de passende verplichtingen voor markt 7 van de lijst van de aanbeveling van de Europese commissie van 17 december 2007, besliste het BIPT om volgens een « glide-path »-mechanisme aan de drie mobiele operatoren een verdere verlaging van hun terminatietarieven op te leggen op specifiek vastgelegde data. Sinds 1 juli 2008 waren de terminatietarieven immers niet meer aangepast.

De terminatietarieven per mobiele operator besluit van 29 juni 2010 :

euro- cent/ minuut 1 juli 2008 1 augustus 2010 1 januari 2011 1 januari 2012 1 januari 2013
Belgacom Mobile/ Proximus 7,20 4,52 3,83 2,46 1,08
Mobistar 9,02 4,94 4,17 2,62 1,08
KPN Group Belgium/Base 11,43 5,68 4,76 2,92 1,08

Door het immense succes van de mobiele telefonie (meer dan 100 % gebruikers) en de machtspositie van de 3 mobiele operatoren met een eigen netwerk hebben de afgiftetarieven in ons land geen nut meer om de markt te beschermen en de concurrentie te stimuleren. In feite vormen ze een rem op de concurrentie en zijn ze mede oorzaak van de hoge tarieven voor de consumenten.

Gelet op het feit dat de onderlinge verhoudingen tussen de 3 operatoren niet significant wijzigen, is er geen aandrang meer om door prijsdalingen te concurreren. De afgiftetarieven zijn concurrentieverstorend en lijken vooral nog te dienen om de winstmarges op te drijven en andere diensten te subsidiëren.

Dit voorstel heeft tot doel de afgiftetarieven voor mobiele telefonie af te schaffen volgens een geleidelijk plan. De afgiftetarieven worden eerst afgeschaft voor de operator met het grootste marktaandeel, negen maanden later voor de tweede grootste en nog eens negen maanden later voor de derde. Hierdoor zal de concurrentie op de mobiele telefoonmarkt worden aangescherpt, wat resulteert in lagere tarieven voor de eindgebruikers.

Het BIPT wordt belast met de uitvoering van deze afschaffing en moet toezien op de positieve gevolgen ervan op de retailprijzen voor de consumenten.

Ludo SANNEN
Bert ANCIAUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 62 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidende :

« § 5. Operatoren met een sterke machtspositie mogen geen kosten aanrekenen voor de gesprekafgifte op hun mobiele netwerken, met ingang van :

1º ‏1 september 2011 voor de operator met het grootste marktaandeel inzake mobiele telefonie en met een sterke marktpositie op de markt voor gespreksafgifte op zijn mobiele netwerk;

2º ‏1 mei 2012 voor de operator met het tweede grootste marktaandeel inzake mobiele telefonie en met een sterke marktpositie op de markt voor gespreksafgifte op zijn mobiele netwerk;

3º ‏1 januari 2013 voor de andere betrokken operatoren met een sterke marktpositie op de markt voor gespreksafgifte op hun mobiele netwerken.

Het Instituut ziet toe op de uitvoering met inbegrip van de gevolgen op de retailtarieven. »

Art. 3

Deze wet treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

6 april 2011.

Ludo SANNEN
Bert ANCIAUX.