5-975/1

5-975/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

26 APRIL 2011


Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 89 van de Grondwet, om een lid toe te voegen dat de leden van de Koninklijke Familie aan wie een dotatie kan verleend worden, bepaalt

(Ingediend door de heren Bert Anciaux en Ludo Sannen)


TOELICHTING


Op 20 november 2008 werd door de plenaire vergadering van de Senaat, op voorstel van het Bureau, een werkgroep « Dotaties aan leden van de Koninklijke Familie » opgericht.

De werkgroep bestond uit tien leden (allen lid van het Bureau) en acht plaatsvervangers, werd voorgezeten door de heer Armand De Decker, voorzitter van de Senaat, en had als opdracht verslag uit te brengen bij het Bureau van de Senaat.

Alvorens de bespreking ten gronde aan te vatten werden hoorzittingen gehouden met vier Belgische en twee buitenlandse deskundigen, een Nederlandse en een Spaanse.

De werkgroep heeft elf keer vergaderd en deed tot besluit van haar werkzaamheden een aantal aanbevelingen. Tijdens zijn vergadering van 2 juli 2009 heeft het Bureau de overgenomen aangenomen (Stuk 4-1335/1 - 2008/2009) en de Senaat heeft ze op 9 juli 2009 in plenaire vergadering aangenomen.

De aanbevelingen bevatten de volgende passus : « De Senaat vraagt de regering initiatieven te nemen zodat de bovengenoemde aanbevelingen in een wettelijke regeling kunnen worden omgezet. ». Deze oproep is vooralsnog zonder gevolg gebleven.

Dit voorstel van verklaring tot herziening heeft tot doel tegemoet te komen aan de aanbevelingen van de Senaat, door het mogelijk te maken een lid toe te voegen aan artikel 89 van de Grondwet dat de leden van de Koninklijke Familie aan wie een dotatie kan verleend worden, bepaalt.

De aanbevelingen beperken de toekenning van de jaarlijkse dotatie immers tot de vermoedelijke troonopvolger, de overlevende echtgeno(o)te van de Koning, de overlevende echtgeno(o)te van de vermoedelijke troonopvolger, de Koning die voortijdig zijn functies neerlegt en diens overlevende echtgeno(o)t(e). Indien tegemoet zou gekomen worden aan deze aanbevelingen, zouden de kinderen van de Koning, andere dan de vermoedelijke troonopvolger, dus niet langer van een dotatie kunnen genieten. Voor de dotaties toegekend aan Prinses Astrid en Prins Laurent stellen de aanbevelingen dat rekening moet gehouden worden met de wet van 7 mei 2000, zoals gewijzigd bij de wet van 13 november 2001, die dotaties met een persoonlijk karakter toekent.

Een in artikel 89 van de Grondwet in te voegen lid zou kunnen bepalen dat de dotaties aan de Koninklijke Familie voortaan slechts toegekend kunnen worden aan de vermoedelijke troonopvolger, de overlevende echtgeno(o)te van de Koning, de overlevende echtgeno(o)te van de vermoedelijke troonopvolger, de Koning die voortijdig zijn functies neerlegt en diens overlevende echtgeno(o)t(e). Een meer verregaande beperking, waarbij bijvoorbeeld ook de Koning die voortijdig zijn functies neerlegt en diens overlevende echtgeno(o)te worden geschrapt, is uiteraard ook denkbaar. Een overgangsbepaling kan bepalen dat dotaties met een persoonlijk karakter voor Prinses Astrid en Prins Laurent blijven bestaan tot hun overlijden.

Anders dan de vaststelling van de Civiele Lijst (artikel 89 van de Grondwet) staat de toekenning van dotaties aan de leden van de Koninklijke Familie niet in de Grondwet ingeschreven. Op de federale wetgever rust bijgevolg geen grondwettelijke verplichting om dotaties aan de leden van de Koninklijke Familie toe te kennen. Wanneer de federale wetgevende macht dergelijke dotaties toekent, doet zij dat op basis van het beginsel van de volheid van bevoegdheid van de wetgevende macht. Door de lijst met begunstigden af te bakenen in de Grondwet, kan de wetgever niet langer andere begunstigden toevoegen.

Bert ANCIAUX
Ludo SANNEN.

VOORSTEL VAN VERKLARING


Enig artikel

De Kamers verklaren dat er redenen zijn tot herziening van artikel 89 van de Grondwet, om een lid toe te voegen dat de leden van de Koninklijke Familie aan wie een dotatie kan verleend worden, bepaalt.

31 maart 2011.

Bert ANCIAUX
Ludo SANNEN.