5-902/1

5-902/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

28 MAART 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, om te voorzien in een procedure die het dossier van asielzoekers afkomstig uit veilige landen van herkomst prioritair behandelt

(Ingediend door de heer Gérard Deprez c.s.)


TOELICHTING


Volgens een door Eurostat gepubliceerd rapport (1) , werden in het jaar 2009 in België 21 645 asielzoekers (2) geregistreerd. België telt gemiddeld 2 015 asielzoekers per miljoen inwoners. Dat is het viervoud van het Europese gemiddelde, dat 520 asielzoekers per miljoen inwoners bedraagt en brengt België op de vierde plaats bij de zevenentwintig landen van de Europese Unie. In absolute cijfers staat België op de vijfde plaats.

Ter vergelijking : het aantal asielzoekers per miljoen inwoners bedraagt in Frankrijk 740. In vergelijking met 2008 registreerde België een toename van de asielaanvragen met 35 % (15 940 in 2008), terwijl Frankrijk een toename van slechts 13 % registreerde.

Volgens de laatste cijfers die Eurostat bekend heeft gemaakt en waarin het tweede kwartaal van 2010 vergeleken wordt met het tweede kwartaal van 2009, daalt het aantal asielzoekers in de meeste lidstaten van de Europese Unie, op enkele uitzonderingen na, waaronder België, dat een sterke toename kent : meer dan 30 % voor België, terwijl andere lidstaten een daling registreren van 40 % in vergelijking met dezelfde periode in 2009 (tweede kwartaal 2009) (3) .

Uit die cijfers blijkt dat België in vergelijking met zijn Europese partners aantrekkelijk is voor asielzoekers. Op een totaal aantal asielaanvragen die de Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen behandeld heeft, heeft in 2009 slechts 24,3 % geleid tot een beslissing tot erkenning van de vluchtelingenstatus of tot de toekenning van de subsidiaire bescherming.

De redenen waarom sommige vreemdelingen geneigd zijn een asielaanvraag in te dienen om andere redenen dan de vrees voor vervolging of een reëel risico op het ondergaan van ernstige mishandeling, zijn gekend. Het gaat met name om de verzadiging van het opvangnetwerk, wat het huren van hotelkamers met zich brengt, of de veroordeling van de Belgische Staat tot het betalen van dwangsommen die kunnen oplopen tot 500 euro per dag.

De oplossingen voor de asiel- en opvangcrisis zijn verscheiden en complementair. Er moeten maatregelen worden getroffen die het aantal aanvragen en de snelle behandeling van die aanvragen kunnen beïnvloeden. Tevens moeten de bevelen om het grondgebied te verlaten zo snel mogelijk worden uitgevoerd wanneer de aanvraag niet heeft geleid tot een erkenning van de vluchtelingenstatus of tot de toekenning van de subsidiaire bescherming.

De indieners van dit wetsvoorstel menen dat het opstellen van een lijst van veilige landen van herkomst een duidelijk signaal kan geven aan de onderdanen van die landen, die zouden zien dat hun aanvragen met voorrang en sneller worden behandeld. Vanzelfsprekend is dit voorstel geen oplossing die op zich de asiel- en opvangcrisis kan oplossen. Dit voorstel moet deel uitmaken van de talrijke en complementaire oplossingen die moeten worden tot stand gebracht.

Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus voorziet in de mogelijkheid van een behandelingsprocedure met voorrang wanneer de asielprocedure als ongegrond wordt beschouwd omdat de asielzoeker afkomstig is uit een veilig land van herkomst.

Considerans 17 van de richtlijn stelt dat voor de gegrondheid van een asielverzoek de veiligheid van de asielzoeker in zijn land van herkomst fundamenteel is. Indien een derde land als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd, moeten de lidstaten het als veilig kunnen aanmerken en aannemen dat het voor een bepaalde asielzoeker veilig is, tenzij hij ernstige aanwijzingen van het tegendeel kan voorleggen.

Considerans 21 wijst er evenwel op dat de aanmerking van een derde land als veilig land van herkomst in de zin van deze richtlijn geen absolute waarborg kan vormen voor de veiligheid van de onderdanen van dat land. De aard van de aan de aanmerking ten grondslag liggende beoordeling impliceert dat er enkel rekening kan worden gehouden met de algemene civiele, juridische en politieke omstandigheden in dat land en met het feit dat actoren van vervolging, foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing in de praktijk worden gestraft wanneer zij in het betrokken land schuldig worden bevonden. Om deze reden is het van belang dat, wanneer een asielzoeker ernstige redenen aanvoert om het land in zijn specifiek geval als niet-veilig te beschouwen, de aanmerking van het land als veilig land niet langer als voor hem ter zake doende kan worden beschouwd.

De lidstaten kunnen veilige landen van herkomst aanmerken overeenkomstig bijlage II van de richtlijn. Die bijlage luidt als volgt :

« Een land wordt als veilig land van herkomst beschouwd wanneer op basis van de rechtstoestand, de toepassing van de rechtsvoorschriften in een democratisch stelsel en de algemene politieke omstandigheden kan worden aangetoond dat er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van artikel 9 van richtlijn 2004/83/EG; noch van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing; noch van dreiging van blind geweld bij internationale of interne gewapende conflicten.

Bij deze beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling door middel van :

a) de desbetreffende wetten en andere voorschriften van het betrokken land en de wijze waarop die worden toegepast;

b) de naleving van de rechten en vrijheden die zijn neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en/of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en/of het Verdrag tegen foltering, in het bijzonder de rechten waarop geen afwijkingen uit hoofde van artikel 15, lid 2, van voornoemd Europees Verdrag zijn toegestaan;

c) de naleving van het beginsel van non-refoulement van het Verdrag van Genève;

d) het beschikbaar zijn van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen schendingen van voornoemde rechten en vrijheden. »

De lidstaten kunnen ook een deel van het grondgebied van een land als veilig aanmerken indien de voorwaarden van bijlage II van de richtlijn voor dat deel van het grondgebied vervuld zijn.

Artikel 31 van de richtlijn bepaalt heel duidelijk dat een derde land dat als veilig land van herkomst is aangemerkt, voor een bepaalde asielzoeker, nadat zijn verzoek afzonderlijk is behandeld, alleen als veilig land van herkomst kan worden beschouwd wanneer :

a) hij de nationaliteit van dat land heeft, of

b) hij staatloos is en voorheen in dat land zijn gewone verblijfplaats had,

en wanneer hij geen substantiële redenen heeft opgegeven om het land in zijn specifieke omstandigheden niet als een veilig land van herkomst te beschouwen ten aanzien van de vraag of hij voor erkenning als vluchteling in aanmerking komt overeenkomstig richtlijn 2004/83/EG.

De indieners van onderhavig wetsvoorstel wensen in de wet van 15 december 1980 een procedure met voorrang op te nemen voor de asielaanvragen van vreemdelingen afkomstig uit veilige landen van herkomst, zoals bepaald door de richtlijn.

De draagwijdte van de voorgestelde wijzigingen kan als volgt worden samengevat :

— de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen kan beslissen de vluchtelingenstatus niet te erkennen of de status van subsidiaire bescherming niet toe te kennen voor een vreemdeling die onderdaan is van een veilig land van herkomst. Indien de vreemdeling staatloos is, kan de Commissaris-generaal dezelfde beslissing nemen indien het veilig land van herkomst het land is waar hij voorheen zijn gewone verblijfplaats had;

— een land van herkomst wordt als veilig aangemerkt wanneer het toeziet op de eerbiediging van de beginselen van vrijheid, democratie en de rechtsstaat, alsook van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

— op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen behoort en van de minister van Buitenlandse Zaken en na advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, legt de Koning ten minste eenmaal per jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de lijst vast van de veilige landen van herkomst. Om het mogelijk te maken die lijst relatief snel aan te passen aan de ontwikkelingen in bepaalde landen, wordt voorgesteld ze bij koninklijk besluit vast te leggen. Die lijst zal echter ten minste jaarlijks moeten worden geactualiseerd;

— overeenkomstig de richtlijn wordt voorgesteld in de wet duidelijk het principe op te nemen dat de asielzoeker de mogelijkheid moet krijgen ernstige redenen aan te voeren om het land als niet veilig te beschouwen in zijn persoonlijke omstandigheden;

— de CGVS moet zijn beslissing met voorrang en binnen een termijn van vijftien dagen nemen;

— de Raad voor vreemdelingenbetwistingen beschikt over een termijn van een maand om een beslissing te nemen.

Gérard DEPREZ.
François BELLOT.
Alain COURTOIS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 39/76, § 3, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt aangevuld met de volgende volzin :

« Die termijn wordt vastgesteld op een maand wanneer het gaat om een beroep dat is ingediend door een vreemdeling bedoeld in artikel 52, § 5, tweede lid. »

Art. 3

Artikel 52 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :

1º paragraaf 1 wordt aangevuld met een 8º, luidende :

« 8º indien de aanvraag kennelijk ongegrond is, omdat de vreemdeling een onderdaan is van een veilig land van herkomst of, indien hij staatloos is, er zijn gewone verblijfplaats had en hij geen ernstige redenen heeft aangevoerd om het land als niet veilig te beschouwen in zijn persoonlijke omstandigheden. Een land van herkomst wordt als veilig aangemerkt wanneer het toeziet op de eerbiediging van het vrijheidsbeginsel, de democratie en de rechtsstaat, alsook van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Op voorstel van de minister en van de minister van Buitenlandse Zaken en na advies van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, legt de Koning ten minste eenmaal per jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de lijst vast van de veilige landen van herkomst. »;

2º paragraaf 2 wordt aangevuld met een 6º, luidende :

« 6º wanneer de vreemdeling zich bevindt in het geval bedoeld in paragraaf 1, 8º. »;

3º paragraaf 3 wordt aangevuld met een 4º, luidende :

« 4º wanneer de vreemdeling zich bevindt in het geval bedoeld in paragraaf 1, 8º. »;

4º paragraaf 4 wordt aangevuld met een 4º, luidende :

« 4º wanneer de vreemdeling zich bevindt in het geval bedoeld in paragraaf 1, 8º. »;

5º paragraaf 5 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :

« In de in paragraaf 1, 8º, paragraaf 2, 6º, paragraaf 3, 4º en paragraaf 4, 4º, bedoelde gevallen, wordt de termijn waarin het eerste lid voorziet, ingekort tot vijftien dagen. ».

13 januari 2011.

Gérard DEPREZ.
François BELLOT.
Alain COURTOIS.

(1) Eurostat, Data in Focus, 18/2010, « Asylum applicants and first instance decisions on asylum applications in Q4 2009 ».

(2) « « Asylum applicant » means a person having submitted an application for international protection or having been included in such application as a family member during the reference period. », Ibid.

(3) Eurostat, Data in Focus, 42/2010, « Asylum applicants and first instance decisions on asylum applications in Q4 2010 ».