5-894/1 | 5-894/1 |
23 MAART 2011
1. Inleiding
De vrijmaking van de sectoren elektriciteit en gas had als doelstellingen de competitiviteit van deze sectoren te verbeteren, de mededinging te verhogen en de prijzen voor de verbruikers te doen dalen. Meer dan tien jaar na de richtlijn « interne markt », moet men in België vaststellen dat deze doelstellingen niet werden bereikt.
De energiemarkt in ons land kampt met ernstige tekortkomingen : de energieprijzen die de pan uit swingen, de investeringen inzake nieuwe productie-eenheden die beneden peil blijven, het gebrek aan competitiviteit en de afwezigheid van voldoende middelen om op de uitdaging van het klimaat een antwoord te bieden.
Deze tekortkomingen zijn van dien aard dat zij de bevoorradingszekerheid van het land evenals de waarborg van een universele dienstverlening inzake bevoorrading van elektriciteit tegen een redelijke prijs in gevaar brengen en derhalve België verhinderen de toekomst met een gerust gemoed tegemoet te treden.
De meerderheid van de oude elektrische centrales (steenkool, aardgas, kerncentrales) is nog steeds actief, de vervanging van de oudste centrales laat op zich wachten en de productiereservecapaciteit die België vóór de vrijmaking bezat ligt beduidend lager, of is zelfs onbestaand. De elektriciteitssector zit duidelijk in een toestand van ontoereikende productiecapaciteit (het capaciteitstekort wordt geschat op min of meer 2 000 MW).
België is derhalve zeer slecht gepositioneerd in termen van bevoorradingszekerheid op het gebied van elektriciteit (gebrek aan reserves, grote afhankelijkheid van elektriciteitsinvoer).
In de sector van de productie, is het duidelijk dat de historische operator (Electrabel) nog steeds min of meer 80 % van de markt in handen heeft (het betreft hier een quasi-monopolie van aanbod) en veruit dominant is. Vandaag produceren de kerncentrales aan een bijzonder lage marginale kost. Dat heeft in de vrijgemaakte markt echter niet geleid tot lagere tarieven. Eerst Electrabel en daarna GdF Suez hebben de afgelopen jaren geprofiteerd van erg hoge marges. Wat de kerncentrales betreft, mogen we er volgens de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG) van uitgaan dat de eenheid van productiekost 17 à 21 euro bedraagt. De verkoopprijs mogen we rond de 50 euro schatten. Deze hoge marges moeten primordiaal worden aangepakt en terugvloeien naar de eindafnemers via een betere marktwerking met een verlaging van de eindfactuur tot gevolg.
Op het vlak van de leveranciers is de toestand meer gecontrasteerd en verschillend van gewest tot gewest, maar de verbetering die men zou kunnen verwachten van het feit verschillende leveranciers te hebben wordt op de helling gezet door het gebrek aan mededinging op het vlak van de elektriciteitproductie. Inzake elektriciteitsprijzen bengelt België dan ook achteraan de Europese landen.
Om deze toestand te verhelpen wordt voorgesteld een Openbare Aankoopcentrale voor Elektriciteit op te richten als een nieuwe en noodzakelijke tussenschakel in de geliberaliseerde energiemarkt. Er wordt gekozen voor een aankoopcentrale en niet voor een belasting op de afgeschreven nucleaire en steenkoolcentrales of voor het instellen van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit. Een belasting op de afgeschreven centrales draagt immers niet bij tot een structurele oplossing van de problemen inzake de gebrekkige marktwerking in België. Maximumprijzen kunnen een pervers effect hebben door leveranciers zonder of met slechts een beperkte productiecapaciteit of langetermijncontracten die verplicht zijn elektriciteit bij hun concurrent te betrekken, uit de markt te duwen. In geen van beide gevallen vermindert de prijs voor de consument.
Met de oprichting van een aankoopcentrale, die op zich geen marktspeler is, noch in concurrentie treedt met andere marktactoren, wordt het mogelijk gelijktijdig de problemen aan te pakken van de afwezigheid van mededinging in de productiesector als het aantrekken van nieuwe investeerders en een ernstige prijsdaling te voorzien.
De aankoopcentrale vormt dus geen belemmering van de concurrentie en is een tijdelijke maatregel waarvan het nut wegvalt zodra er geen « dominante marktpartijen » meer op de Belgische markt actief zijn.
2. De Openbare Aankoopcentrale voor Elektriciteit
De problematische toestand van de Belgische energiemarkt rechtvaardigt een structurele en vernieuwende aanpak om de uitdagingen op onze energiemarkt aan te pakken :
— versterking van de bevoorradingszekerheid;
— nieuwe investeringen in productiecapaciteit aantrekken;
— zorgen voor een daadwerkelijke mededinging, in het bijzonder op het vlak van basisenergie;
— goedkopere energieprijzen;
— strijd tegen klimaatsverandering.
Een gereguleerde aankoopcentrale, die volledig in handen is van de overheid, kan daar voor zorgen. Concreet leggen we de exploitanten van afgeschreven kern- en steenkoolcentrales een openbare dienstverplichting op die ervoor zorgt dat ze de volledige nucleaire en kolenproductie moeten verkopen aan de aankoopcentrale, tegen een tarief die overeenkomt met de productieprijs, plus een redelijke vergoeding (cost-plus).
Vervolgens verkoopt de aankoopcentrale die elektriciteit aan de leveranciers, tegen marktcomforme tarieven. Op deze manier komt de winst integraal bij de aankoopcentrale terecht en worden de stranded benefits afgeroomd.
De Openbare Aankoopcentrale voor Elektriciteit is een naamloze vennootschap (NV) van publiek recht, die voor 100 % in handen is van de overheid. Het mechanisme is derhalve volledig onafhankelijk van producenten, leveranciers en netbeheerders.
De aankoopcentrale heeft een dubbele opdracht :
— het aankopen van de elektriciteit uit afgeschreven nucleaire en steenkoolcentrales tegen een « cost-based + »-prijs;
— het vervolgens doorverkopen van deze elektriciteit aan de leveranciers en distributienetbeheerders tegen een « cost+ »-prijs. De « + »-prijs omvat de kosten van de aankoopcentrale die sterk moeten worden beperkt en de prijs van de groenstroomcertificaten van de windenergie op zee.
De kerncentrales en oude steenkoolcentrales in België zijn volledig afgeschreven. Vóór de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt werd er binnen een context van gereguleerde prijzen een versnelde afschrijving van deze infrastructuur toegestaan. Aangezien sedertdien de markt voor mededinging opengesteld werd, bevinden de eigenaars van deze centrales zich nu in een toestand waarbij zij elektriciteit kunnen produceren tegen een prijs die beduidend lager ligt dan de marktprijs.
De kerncentrales beschikken eveneens over een basiselektriciteitsproductie waarmee de andere elektriciteitsproducenten niet kunnen concurreren aangezien hun productiekosten niet competitief zijn. Bijgevolg bestaat de mededinging tussen elektriciteitsproducenten vandaag slechts voor het segment van de zogeheten spitstechnologische elektriciteitsproductie.
Dit oprichting van een openbare aankoopcentrale heeft vele voordelen :
— voor de productiecapaciteit : versterking van de aantrekkelijkheid van België voor investeringen in nieuwe productiecapaciteit; versterking van de concurrentie met de mogelijkheid van het beconcurreren van het segment basisproductie; bestendige investering van de openbare commercialiseringmaatschappij in de elektriciteitsproductie, met name vanuit hernieuwbare energiebronnen en/of kwaliteitsvolle warmtekrachtkoppeling;
— voor de nieuwkomers in de productiesector : zekerheid dat de historische producenten van kernenergie niet meer een situatierente genieten;
— voor de leveranciers : bijkomende aanmoediging om hun cliënteel uit te breiden en geleidelijke invoering van een level playing field;
— voor de distributienetbeheerders : genot van elektriciteit aan verminderde prijzen voor hun verplichtingen van openbare dienstverlening van elektriciteitslevering aan beschermde eindgebruikers en aankoop van netwerkverliezen;
— voor de eindgebruikers : vermindering van de elektriciteitsprijs voor het geheel of een deel van de fuel mix en zekerheid dat hun leverancier voor een belangrijk deel van zijn sourcing goedkope elektriciteit geniet;
— voor de beschermde eindgebruikers : versterking van hun bescherming via hun bevoorrading in elektriciteit door de distributienetbeheerders tegen verminderde prijzen;
— voor de overheid : versterking van de budgettaire middelen inzake sociaal energiebeleid en investeringen in nieuwe productiecapaciteit door de openbare aankoopcentrale.
De exploitanten van afgeschreven kern- en steenkoolcentrales zijn verplicht aan cost-plus prijs te verkopen aan de aankoopcentrale. Deze dienstverplichting wordt in het kader van de Europese richtlijnen verantwoord vanuit een bekommernis om « de veiligheid, waaronder zowel de voorzieningszekerheid als de regelmaat, de kwaliteit en de prijs van de leveringen zijn begrepen » (artikel 3.2 van de elektriciteitsrichtlijn) en om de « universele dienstverlening, dat wil zeggen het recht op levering van elektriciteit van een bepaalde kwaliteit tegen redelijke, eenvoudig en duidelijk vergelijkbare en doorzichtige prijzen » (artikel 3.3).
De versnelde afschrijving van de kern- en steenkoolcentrales en het gebrek aan mededinging op het niveau van de basisproductie rechtvaardigen dat de dienstverplichting alleen wordt opgelegd aan de bedoelde producenten. De Europese bepalingen verzetten zich ook niet tegen maatregelen van de lidstaten die bedoeld zijn om de mededinging te beschermen, wat hier het geval is. Bovendien respecteert de aankoopcentrale, aangezien ze via de wet wordt ingevoerd, de regels inzake de bescherming van het eigendom. Ook hier zijn de mededinging, de bevoorradingszekerheid en de investeringen in projecten van algemeen belang geldige argumenten. Komt daar bij dat de vergunningsvoorwaarden voor kerncentrales eenzijdig door de overheid kunnen gewijzigd worden, zodat de exploitanten vooraf op de hoogte zijn van het risico dat ze lopen.
De verkoop van de elektriciteit aan de aankoopcentrale wordt geregeld in aankoopovereenkomsten. De prijs wordt opgelegd door de overheid, na advies van de CREG, die de modaliteiten vastlegt voor het bepalen van de exploitatiekosten van de kern- en steenkoolcentrales. De aankoopcentrale zal ook een overeenkomst sluiten met Elia en de exploitanten van de vergunde off-shorewindmolens, om de verplichting die Elia nu heeft om de groenestroomcertificaten van de off-shorewindmolens om te zetten in een gegarandeerde prijs door de aankoopcentrale.
Tal van dienstverplichtingen worden de aankoopcentrale opgelegd : ze moet de aangekochte elektriciteit doorverkopen aan de leveranciers.
De aankoopcentrale moet de aangekochte elektriciteit tevens doorverkopen aan de distributienetbeheerders op dezelfde basis als voor de leveranciers. Deze elektriciteit moet de distributienetbeheerders in staat stellen met meer doeltreffendheid en tegen betere kosten hun openbare dienstverplichtingen te verwezenlijken. De aldus door de distributienetbeheerders verwezenlijkte besparingen maken een vermindering van de distributietarieven mogelijk en zullen dus uiteindelijk in het voordeel spelen van het geheel van de eindgebruikers.
Het mechanisme van de aankoopcentrale moet ook zorgen voor een goedkopere eindfactuur van de eindgebruikers. De CREG moet waken over het respecteren van redelijke marges door de leveranciers en optreden ingeval van prijsafspraken.
| Johan VANDE LANOTTE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2005, wordt aangevuld met de bepaling onder 41º, luidende :
« 41º « Aankoopcentrale » : de Openbare Aankoopcentrale voor Elektriciteit, opgericht bij artikel 14/1. »
Art. 3
In dezelfde wet wordt een hoofdstuk III/1 ingevoegd, met als opschrift : « Openbare Aankoopcentrale », dat de artikelen 14/1 tot 14/9 bevat, luidende :
« Art. 14/1. § 1. Er wordt een Openbare Aankoopcentrale voor Elektriciteit, hierna « Aankoopcentrale » genoemd, opgericht. De Aankoopcentrale is een naamloze vennootschap van publiek recht, gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
§ 2. Voor al wat niet uitdrukkelijk anders is geregeld door deze wet of, wegens de specifieke aard van de vennootschap, door haar statuten, is de Aankoopcentrale onderworpen aan de wetsbepalingen die op de naamloze vennootschappen van toepassing zijn.
§ 3. De eerste statuten van de Aankoopcentrale worden vastgelegd door de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit.
§ 4. Elke statutenwijziging heeft pas uitwerking na goedkeuring door de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit.
§ 5. De Aankoopcentrale kan slechts ontbonden worden door de Koning bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, waarin de wijze en voorwaarden van haar vereffening worden geregeld.
§ 6. De Aankoopcentrale is niet onderworpen aan de bepalingen inzake het gerechtelijk akkoord en het faillissement.
Art. 14/2. § 1. De naamloze vennootschap van publiek recht Openbare Aankoopcentrale voor elektriciteit heeft tot doel, in het belang van de Belgische economie, de elektriciteit die in België, vanuit afgeschreven installaties voor de industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen of vanuit afgeschreven steenkoolcentrales, wordt geproduceerd aan te kopen en vervolgens deze elektriciteit door te verkopen aan de leveranciers en netbeheerders.
Om dat doel te bereiken, sluit de Aankoopcentrale aankoopovereenkomsten met de producenten van industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen en uit steenkoolcentrales. De aankoopprijs wordt vastgelegd door de Koning, op voorstel van de commissie en na raadpleging van de producenten.
De Aankoopcentrale is verder belast met de aankoop van de groene stroomcertificaten verbonden aan de de productie van elektriciteit uit water, stromen en winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht. De aankoopcentrale sluit met dit doel een aankoopovereenkomst met de exploitanten van deze installaties en de beheerder van het transmissienetwerk.
§ 2. De Aankoopcentrale is ertoe gehouden de bijzondere opdrachten uit te voeren die haar bij wet worden toevertrouwd. Ze kan alle handelingen en activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van haar doel.
§ 3. De activiteit bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, is een taak van openbare dienst. De producenten van industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen uit afgeschreven kern- en steenkoolcentrales moeten hun volledige productie van elektriciteit uit bestaande nucleaire en steenkoolcentrales verkopen aan de Aankoopcentrale, overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, tweede lid.
§ 4. De Aankoopcentrale mag een beroep doen op de diensten van derden en ze belasten met elke opdracht die voor de verwezenlijking van haar doel nuttig is.
Ze is niet onderworpen aan de regels met betrekking tot de aanbesteding van werken, leveringen en diensten.
Art. 14/3 § 1. De Aankoopcentrale verkoopt de door haar aangekochte elektriciteit door aan de leveranciers. De doorverkoopprijzen en de modaliteiten worden vastgelegd door de Koning, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de leveranciers, de sociale partners en de Aankoopcentrale.
§ 2. De Aankoopcentrale verkoopt de door haar aangekochte elektriciteit door aan de netbeheerders. De doorverkoopprijzen en de modaliteiten worden vastgelegd door de Koning, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de netbeheerders, de sociale partners en de Aankoopcentrale.
Art. 14/4. § 1. De Aankoopcentrale wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit tien leden waaronder de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder.
Ten minste één derde van de leden moeten van het andere geslacht zijn. De leden hebben maximaal drie bestuursmandaten in andere vennootschappen.
De raad van bestuur bevat evenveel Franstalige als Nederlandstalige leden. De gedelegeerd bestuurder behoort tot een andere taalrol dan die waartoe de voorzitter van de raad van bestuur behoort.
§ 2. De leden van de raad van bestuur, de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder worden door de Koning benoemd voor een hernieuwbare termijn van maximaal zes jaar. Zij kunnen slechts worden ontslagen door de Koning.
§ 3. Indien een plaats van bestuurder vacant wordt, kunnen de in functie gebleven bestuurders tijdelijk de functie uitoefenen totdat een nieuwe bestuurder wordt benoemd.
Het nieuwbenoemde lid beëindigt het mandaat van zijn voorganger.
§ 4. De leden van de raad van bestuur en de voorzitter ontvangen een vaste bezoldiging of presentiegelden waarvan het bedrag door de algemene vergadering is vastgelegd.
§ 5. De bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder en van de leden van het uitvoerend comité wordt door de raad van bestuur op voordracht van het bezoldigingscomité vastgelegd.
Indien deze bezoldiging een variabel element bevat, mag de grondslag geen elementen bevatten die het karakter van bedrijfslast hebben.
De gedelegeerd bestuurder en de leden van het uitvoerend comité genieten van een rust- en overlevingspensioenstelsel dat door de raad van bestuur op voordracht van het bezoldigingscomité wordt bepaald.
§ 6. De raad van bestuur komt zoals voorzien in de statuten bijeen en ten minste zes keer per jaar.
Hij bepaalt het algemene beleid van de Aankoopcentrale en keurt het financieel programma van het jaar goed.
Hij heeft alle machten die de algemene vergadering niet voorbehouden zijn. Hij draagt het dagelijkse bestuur van de Aankoopcentrale aan de gedelegeerd bestuurder over die door het uitvoerend comité wordt geholpen.
De draagwijdte van het dagelijkse bestuur, de wezenlijke regels van het management van de Aankoopcentrale worden door de statuten overeenkomstig de principes van behoorlijk bestuur bepaald.
§ 7. De gedelegeerd bestuurder brengt regelmatig verslag uit bij de raad van bestuur.
Hij raadpleegt de voorzitter, in een vroegtijdig stadium, inzake strategische initiatieven en brengt hem steeds op de hoogte van de geboekte vooruitgang.
§ 8. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
§ 9. De raad van bestuur richt een uitvoerend comité op, dat de gedelegeerd bestuurder moet bijstaan bij het dagelijks bestuur van de maatschappij. Het uitvoerend comité brengt regelmatig verslag over dit bestuur uit bij de raad van bestuur.
Het uitvoerend comité bestaat uit de gedelegeerd bestuurder en ten hoogste twee leden die voor een hernieuwbare termijn van zes jaar door de raad van bestuur worden benoemd en door de raad van bestuur kunnen worden ontslagen.
De voorzitter wordt uitgenodigd om de vergaderingen van het uitvoerend comité bij te wonen.
Art. 14/5. § 1. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens de wet is het mandaat van bestuurder, voorzitter en gedelegeerd bestuurder of van regeringscommissaris onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
1º lid van het Europees Parlement;
2º lid van de federale Wetgevende Kamers;
3º federaal minister of staatssecretaris;
4º lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of een Gemeenschaps- of Gewestregering;
5º gouverneur van een provincie, lid van de bestendige deputatie van een provincieraad of lid van een provincieraad;
6º burgemeester, schepen of gemeenteraadslid, of voorzitter of lid van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, evenals voorzitter of lid van een districtsraad;
7º lid van de raad van bestuur en van het uitvoerend comité wat de regeringscommissarissen betreft;
8º lid van de Commissie.
§ 2. De leden van raad van bestuur, de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder mogen gedurende een periode van drie jaar vóór de benoeming geen mandaat of functie hebben bekleed in een elektriciteitsbedrijf, bij een producent, een leverancier of ermee verbonden onderneming.
§ 3. Wanneer een bestuurder, voorzitter of de gedelegeerd bestuurder zich in overtreding bevindt met de bepalingen van paragraaf 1, moet hij binnen een termijn van drie maanden de betrokken mandaten of functies neerleggen.
§ 4. Het mandaat van bestuurder neemt van rechtswege een einde op de leeftijd van vijfenzestig jaar.
Art. 14/6. Alle aandelen worden toegekend aan de Staat.
De Staat mag de hem toegekende aandelen of waarop hij zou inschrijven bij een latere kapitaalverhoging slechts overdragen aan derden, onder de nadere regels bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vaststelt, en voor zover de directe deelneming van de overheid daardoor niet daalt tot beneden 50 % van de aandelen plus één aandeel.
Art. 14/7. § 1. De Aankoopcentrale is onderworpen aan de controle van de minister. Deze controle wordt uitgeoefend door tussenkomst van een regeringscommissaris.
De regeringscommissaris wordt benoemd en ontslagen door de Koning.
De minister wijst een plaatsvervanger aan voor het geval de regeringscommissaris zou verhinderd zijn.
De Koning regelt de uitoefening van de opdrachten van de regeringscommissaris en diens bezoldiging. Deze bezoldiging komt ten laste van de Aankoopcentrale.
§ 2. De regeringscommissaris waakt over de naleving van de wet en de statuten van de Aankoopcentrale en ziet er inzonderheid op toe dat het door de Aankoopcentrale gevoerde beleid de uitvoering van de taken van openbare dienst niet in het gedrang brengt.
De regeringscommissaris brengt verslag uit bij de minister, bij de minister van Begroting en bij de minister van Financiën aangaande alle beslissingen van de raad van bestuur of het directiecomité die een rechtstreekse of onrechtstreekse weerslag kunnen hebben op de begroting van het Rijk.
§ 3. De regeringscommissaris wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van de raad van bestuur en van het uitvoerend comité en heeft er een raadgevende stem. Hij kan te allen tijde ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van de Aankoopcentrale. Hij kan van de leden van de raad van bestuur, van het uitvoerend comité, van de gemachtigden en de personeelsleden van de Aankoopcentrale alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die hij nodig acht voor de uitvoering van zijn mandaat.
De Aankoopcentrale stelt de menselijke en materiële middelen ter beschikking van de regeringscommissaris die nodig zijn voor de uitvoering van zijn mandaat.
§ 4. De regeringscommissaris kan binnen een termijn van vier vrije dagen beroep aantekenen bij de minister tegen elke beslissing die hij strijdig acht met de wet of met de statuten.
Deze termijn gaat in de dag van de vergadering waarop de beslissing werd genomen, voor zover de regeringscommissaris daarop regelmatig was uitgenodigd, en in het tegenovergestelde geval, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen. Het beroep is opschortend.
Heeft de minister, binnen een termijn van acht vrije dagen ingaand dezelfde dag als de in het eerste lid bedoelde termijn, de nietigverklaring niet uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief.
De minister betekent de nietigverklaring aan het bestuursorgaan.
§ 5. Elk jaar brengt de raad van bestuur verslag uit bij de minister over de uitvoering door de Aankoopcentrale van haar taken van openbare dienst.
§ 6. Elk jaar brengt de minister verslag uit bij de federale Wetgevende Kamers betreffende de werking van de Aankoopcentrale.
Art. 14/8. Wanneer de naleving van de wet of van de statuten het eist, kan de minister of de door de minister voorgedragen regeringscommissaris het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid.
Art. 14/9. § 1. De boekhouding van Aankoopcentrale wordt gevoerd volgens de wetgeving op de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen.
§ 2. De Aankoopcentrale mag leningen aangaan, kredieten opnemen en schuldeffecten uitgeven binnen de door de minister vastgestelde grenzen.
§ 3. De Aankoopcentrale wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten betreffende de indirecte en directe belastingen. »
16 maart 2011.
| Johan VANDE LANOTTE. |