5-19

5-19

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 31 MARS 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Guido De Padt à la ministre de la Fonction publique et des Entreprises publiques sur «la ponctualité des trains» (nº 5-89)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - De stiptheid van de treinen bereikte vorig jaar een absoluut dieptepunt. Om dat te verhelpen overwegen de NMBS en Infrabel treinen af te schaffen.

De NMBS Holding vindt het geen probleem dat enkele piekuurtreinen moeten verdwijnen, op voorwaarde dat dit geen grote gevolgen heeft voor de reizigers.

Inmiddels raakte bekend dat de NMBS vanaf 4 april acht piekuurtreinen op de as tussen Brussel en de Nationale Luchthaven gaat schrappen om de stiptheid op de Brusselse Noord-Zuidverbinding te verbeteren. Volgens de NMBS blijft de impact voor de reiziger beperkt aangezien er voldoende alternatieven zijn. De snelheidswinst voor de NMBS is volgens hen ook niet gigantisch, maar alle beetjes zouden helpen.

Infrabel gaat nog een stuk verder en stelde een lijstje van dertig piekuurtreinen op waarvan de schrapping de stiptheid zou verbeteren. Daarbij hanteerde Infrabel zes criteria, waaronder treinen waarvan de stiptheid minder dan 50% bedraagt op het eindpunt, treinen die een capaciteitsprobleem veroorzaken op de perrons in Brussel of treinen die al met vertraging vertrekken.

Intussen zouden de NMBS en Infrabel al wel een akkoord hebben bereikt over meer dan honderd kleine maatregelen om de stiptheid te verbeteren. Het gaat dan bijvoorbeeld over een betere organisatie van de interventieteams om bij een panne sneller te kunnen ingrijpen.

Dat er werk wordt gemaakt van de verbetering van de stiptheid is een goede zaak. Het behoort trouwens tot de corebusiness van het bedrijf. De vraag is echter of het simpelweg afschaffen van treinen geen gemakkelijkheidsoplossing is. Er komt wel meer ademruimte voor de treinen, maar minder voor de reiziger.

Voor een aantal treinen zouden het Noord- en het Zuidstation het eindstation zijn. De reizigers kunnen dan verder de metro nemen. Op die manier wordt het spoor ontlast en wordt de co-mobiliteit in de praktijk omgezet.

Beschikt de minister over cijfergegevens betreffende de stiptheid van de treinen in ons land, opgedeeld per maand, voor de periode 2009, 2010 en de eerste twee maanden van 2011, met inbegrip van de opgelopen vertragingen? Hoeveel treinen werden in die periode afgeschaft? Wat waren de belangrijkste oorzaken van de vertragingen en afschaffingen?

Kan de minister bevestigen dat beslist werd treinen af te schaffen rekening houdend met de stiptheid? Is zij van oordeel dat de afschaffing van treinen een oplossing biedt om de stiptheid te verbeteren? Welke criteria dienen daarbij volgens de minister te worden gehanteerd? Welke treinen komen (nog) in aanmerking voor afschaffing om de stiptheid te verbeteren?

Kan de minister het akkoord bevestigen tussen de NMBS en Infrabel over de vele kleine maatregelen met het oog op de verbetering van de stiptheid? Om welke maatregelen gaat het?

Wat denkt de minister over de idee om het Noord- of het Zuidstation als eindstation te nemen?

Denkt de minister dat het doorbreken van lange treinverbindingen ook een oplossing kan bieden voor de ontlasting van het spoor?

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - In de eerste plaats verwijs ik de heer De Padt naar de website van Infrabel waar de cijfers over de stiptheid per trimester worden bekendgemaakt. Sinds de inwerkingtreding van de huidige beheerscontracten in 2008 is die rapportering zeer uitgebreid en transparant.

Infrabel en NMBS hebben inderdaad gezamenlijke actieplannen inzake stiptheid goedgekeurd. Vooral belangrijk is dat de twee entiteiten hun plannen op mekaar hebben afgestemd en dat ze gezamenlijke acties ondernemen. Die acties werden uitgewerkt in samenwerking met externe consultants. Dankzij die externe inbreng konden de zaken worden geobjectiveerd. Tijdens debatten worden verschillende meningen geuit over de oorzaak van het gebrek aan stiptheid. Soms is het echter nuttig om de mening van mensen van buitenaf te horen. Dat hoeven overigens niet altijd experts te zijn. Zo zaten in de werkgroep ook Zwitsers. Voor meer informatie verwijs ik naar het zeer uitgebreide verslag van de hoorzitting die op 15 maart in de Kamercommissie voor de Infrastructuur is gehouden. De CEO's en de consultants hebben de plannen toen uitvoerig toegelicht.

Een van de belangrijkste conclusies van de consultants was dat het spoorwegnet gewoonweg verzadigd is. De NMBS is het slachtoffer van haar eigen succes. Als de bazen van de spoorwegen dat verkondigen, wordt nogal sceptisch gereageerd. Hier zijn echter externe consultants tot dezelfde conclusie gekomen. Misschien moeten we ons hierover toch verder bezinnen.

Nog belangrijker was de opmerking van de consultants dat ze bereid zijn maatregelen te onderzoeken, maar dat vooral realistische doelen moeten worden gesteld. Dat was voor velen een ontnuchtering. Hun doelstellingen waren: tegen 2011 een stiptheid van 87,4% en 87,9% in 2012, enzovoort. Wij hebben echter altijd ambitieuzere doelen gesteld. Ik heb dan ook akte genomen van die doelstellingen.

Indien we echter die ambitieuzere doelstellingen inzake stiptheid willen halen, dan moet aan het aanbod wordt geraakt. Dat is inderdaad geen neutrale keuze. Er moet dus een keuze worden gemaakt. Aanvaarden parlement en publieke opinie dat met alle maatregelen die worden genomen een bepaald niveau van stiptheid wordt bereikt, dan kan dat. Wordt dat echter onvoldoende geacht, dan moeten andere maatregelen worden genomen. Dan moet aan het aanbod worden geraakt. Dat is niet evident, want daarmee wordt geraakt aan de basisopdracht: de publieke dienstverlening.

Dat neemt echter niet weg dat op zijn minst de theoretische denkoefening wordt gemaakt. Er moet worden nagegaan wat de verschillende voor- en nadelen zijn. Ik heb vastgesteld dat voor bepaalde mensen een dergelijke denkoefening taboe was. Ze riepen mij op om onmiddellijk te reageren. Ook in een publieke onderneming moet echter zonder taboes kunnen worden nagedacht. Dat betekent niet onmiddellijk beslissingen moeten worden genomen.

NMBS en Infrabel maken dus studies op dat vlak. Uiteraard gaat het om niet-evidente keuzes. Ik heb de respectieve raden van bestuur en CEO's dan ook laten weten dat enkel en alleen aan het aanbod kan worden geraakt in zeer specifieke en welomschreven gevallen en onder duidelijke voorwaarden, zoals de bezettingsgraad en de alternatieven. De dienstverlening wijzigen, kan slechts in allerlaatste instantie en als alle andere maatregelen uitgeput zijn.

Om de drukke Brusselse Noord-Zuidas te ontlasten heeft de NMBS op de vorige raad van bestuur beslist om vanaf 4 april acht IR-treinen tussen Brussel-Zuid-Luchthaven-Leuven tijdens de piekuren te beperken tot het traject Luchthaven-Leuven.

Het gaat dus over twee treinen in beide richtingen 's morgens en 's avonds, die daarenboven zwak bezet zijn en waarvoor voldoende alternatieven beschikbaar zijn. Er rijden immers nog drie treinen per uur tussen Brussel en de luchthaven. Daarom heeft de raad van bestuur beslist die acht IR-treinen tijdens die uren af te schaffen.

Men heeft nog geen pakket maatregelen voorgesteld voor de afschaffing van echte piekuurtreinen - de zogenaamde P-treinen - naar en vanuit de Brusselse Noord-Zuidverbinding. Indien ik voorstellen zou ontvangen die een impact op de dienstverlening inhouden, zal ik ze beoordelen met de grootste aandacht voor het algemeen belang van de reiziger. Het welzijn van 700 000 reizigers moet worden afgewogen tegenover dat van vijftig of zestig reizigers. Men moet een keuze durven maken waarbij het algemeen belang primeert. Hierbij zal evenwel rekening worden gehouden met het aantal betrokken reizigers, de aanwezige alternatieven en de reële impact op de stiptheid.

Het is niet nodig om aan paniekzaaierij te doen. Er is nog geen beslissing genomen om piekuurtreinen af te schaffen. Het is mijn overtuiging dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. De raden van bestuur zullen de voor- en nadelen ongetwijfeld tegen elkaar afwegen en zullen zich afvragen of het sop de kool wel waard is.

Wat de problemen met de noord-zuidverbinding betreft, gebruik maken van de lijn 26, een ringspoor rond Brussel, is quasi uitgesloten omdat er momenteel heel wat werkzaamheden plaatsvinden op deze lijn, waaronder de tunnel Schuman-Josaphat en aanpassingen aan de infrastructuur in Etterbeek.

Treinen beperken tot Brussel-Noord of Brussel-Zuid is volgens de NMBS en Infrabel geen optie, omdat daardoor de perrons lange tijd bezet zouden blijven tot deze treinen weer kunnen vertrekken in de andere richting, wat dus nog meer capaciteitsbeperkend werkt. Bovendien bemoeilijkt het ook de stockage van treinen in de remises van Schaarbeek en Vorst.

Het doorbreken van lange treinverbindingen kan misschien helpen voor de stiptheid van de treinen, maar leidt uiteindelijk vaak ook tot het beperken van treinen tot Brussel-Noord of Brussel-Zuid, met de net vermelde capaciteitsbeperkingen tot gevolg.

Samengevat komt het erop neer dat de stiptheid voor ons prioritair blijft. Het is goed dat door externen klaarheid is geschapen over wat al dan niet realistisch is. Indien het Parlement verder wenst te gaan dan de realistische doelstellingen, ben ik bereid die overwegingen in acht te nemen.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Het verwondert me dat de NMBS zich genoodzaakt voelt om het advies van externe consultants in te winnen voor aangelegenheden waarmee het bedrijf dagelijks bezig moet zijn, namelijk de stiptheid van het openbaar vervoer.

Dat men het slachtoffer is geworden van het eigen succes, is correct, maar dat had men kunnen voorzien. Men wist wat er zou gebeuren en uit parlementaire discussies van de vorige jaren bleek trouwens ook dat er overbezetting zou ontstaan.

De NMBS zou er goed aan doen niet om de haverklap losse flodders de wereld in te sturen of te laten lekken en zou bij reële wijzigingen uiterst communicatief moeten zijn. Gemeenten organiseren hoorzittingen voor de kleinste wijziging aan het wegennetwerk. Dat zou de NMBS ook moeten doen om de reizigers ervan te overtuigen dat inspanningen worden gedaan om de stiptheid te garanderen.