5-45COM

5-45COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MARDI 1er MARS 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Karl Vanlouwe au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «le fonctionnement du Service européen pour l'action extérieure concernant les communications à propos de la révolte du peuple en Égypte» (nº 5-523)

M. le président. - M. Olivier Chastel, ministre de la Coopération au développement, chargé des Affaires européennes, répondra.

De heer Karl Vanlouwe (N-VA). - Op 7 en 8 februari bezocht de minister zijn Duitse ambtgenoot Guido Westerwelle. Ongetwijfeld is daar ook de volksopstand in Egypte ter sprake gekomen.

De volksopstand in Egypte, Libië en Tunesië had een mooie kans kunnen zijn om de dienst van mevrouw Ashton op de kaart te zetten en het nut ervan te bewijzen. Het was het moment bij uitstek om Europa eindelijk met één stem te laten spreken en de verschillende Europese landen te laten samenwerken. Vanuit Parijs, Londen en Berlijn werden echter verschillende verklaringen geuit. Ze waren duidelijk niet van plan de Hoge Vertegenwoordiger van de EU de eer te laten om als eerste een eensgezinde Europese boodschap uit te dragen en met één stem te spreken.

De regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje en Italië drukten bijkomend in een gemeenschappelijke verklaring hun grote bezorgdheid uit over de situatie in Egypte. Daarmee staken ze mevrouw Ashton stokken in de wielen. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU had immers een half uur eerder een verklaring over Egypte uitgestuurd in naam van alle lidstaten.

Heeft de minister met zijn collega Westerwelle gesproken over de rol van de EEAS van mevrouw Ashton? Heeft hij de reactie van mevrouw Merkel besproken, meer bepaald de wijze waarop zij over de situatie in Egypte gecommuniceerd heeft?

Heeft de minister kritiek geuit op het individuele optreden van regeringsleiders waardoor Europa opnieuw niet met één stem sprak? Heeft de minister kritiek geuit op de verklaring die enkel in naam van de vijf groten werd verkondigd?

De heer Olivier Chastel, minister van Ontwikkelingssamenwerking, belast met Europese Zaken. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken.

De verklaring van de vijf grote lidstaten is natuurlijk niet het beste voorbeeld van Europese cohesie. Ik heb dat tijdens het onderhoud met mijn collega Westerwelle dan ook met zoveel woorden gezegd, zonder naar concrete voorbeelden te verwijzen. Ik heb hem ook mijn bezorgdheid geuit over de communicatie van de EU en de lidstaten over deze kwestie. Ik heb er ook voor gepleit dat Hoge Vertegenwoordiger Ashton de mogelijkheid zou krijgen ten volle haar rol te spelen. Minister Westerwelle toonde begrip voor mijn opmerkingen.

Ook op de Raad Buitenlandse Zaken van 31 januari 2011 heb ik deze problematiek bij mijn collega's ter sprake gebracht. Ik betreurde daarbij de veelheid aan verklaringen en dus het feit dat de EU zich niet uitspreekt met één stem. Eerste minister Leterme heeft nadien trouwens ook een gelijkaardige boodschap gegeven tijdens de Europese Raad op 4 februari laatstleden, toen hij wees op de noodzaak voor Europa om te spreken met één stem, de stem van mevrouw Ashton.

Natuurlijk is de ontwikkeling van een eigen Europees buitenlands beleid een complex gegeven. Geconfronteerd met een politieke crisis van dergelijke omvang en impact, is het niet altijd gemakkelijk om de diplomatieke communicatie hierop af te stellen met de gewenste precisie en efficiëntie. Spreken met één stem over het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid betekent hoegenaamd niet dat de 27 lidstaten zich niet meer mogen uitspreken over dergelijke belangrijke vraagstukken. Daarom is het misschien niet opportuun publiekelijk kritiek te geven op de manier waarop specifieke Europese regeringsleiders, individueel of in groep, communiceren over gebeurtenissen uit de actualiteit. Ik meen echter wel dat een goede interne coördinatie cruciaal is in de EU zodat we met een coherente boodschap naar buiten kunnen komen.

Dat betekent dan ook dat mevrouw Ashton voldoende speelruimte moet krijgen om een Europees buitenlands beleid te ontwikkelen en dus ook hierover namens de EU op een coherente wijze te communiceren. Dit standpunt is altijd een constante en een prioriteit geweest in mijn beleid en dat van de Belgische diplomatie.