5-45COM

5-45COM

Commission des Relations extérieures et de la Défense

Annales

MARDI 1er MARS 2011 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Piet De Bruyn au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «l'assassinat de David Kato» (nº 5-394)

Demande d'explications de M. Bert Anciaux au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «l'assassinat de David Kato» (nº 5-399)

Demande d'explications de Mme Nele Lijnen au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères et des Réformes institutionnelles sur «l'assassinat de David Kato» (nº 5-431)

M. le président. - Je vous propose de joindre ces demandes d'explications. (Assentiment)

M. Olivier Chastel, ministre de la Coopération au développement, chargé des Affaires européennes, répondra.

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Woensdag 26 januari werd in Oeganda de holebiactivist David Kato vermoord. Hij was een van de holebi's die door de Oegandese tabloid Rolling Stone werd geout onder de titel Hang them. Deze publicatie past in de klopjacht tegen holebi's die in Oeganda al geruime tijd aan de gang is.

De moord op Kato bewijst dat Oegandese holebi's wel degelijk gevaar lopen. Het homofobe klimaat dat in Oeganda wordt gecreëerd, blijkt zelfs levensbedreigend te zijn. Vanuit de overtuiging dat holebirechten zonder meer mensenrechten zijn, kunnen we niet zwijgen bij wat in Oeganda gebeurt. Waar universele mensenrechten geschonden worden, moeten wij spreken en dat hebben we ook al bij herhaling gedaan.

Het feit dat het Oegandese Hooggerechtshof verdere outing door Rolling Stone verbood, heeft de moord op een van de weinige zichtbare holebiactivisten niet kunnen voorkomen. Na de moord op Kato vrezen mensenrechtenorganisaties dat de spiraal van geweld opnieuw zal worden aangewakkerd. Met name die mensen die in Oeganda zelf het voortouw nemen in de strijd tegen discriminatie van holebi's en tegen het schenden van hun rechten, maken zich terecht ernstig zorgen om hun veiligheid en die van hun familie.

Oeganda is momenteel een van de partnerlanden van de directe bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Dat maakt een duidelijke veroordeling van de toenemende stigmatisering van holebi's in Oeganda nog dringender en dwingender. De officiële kanalen die tussen onze landen bestaan, dienen te worden aangewend, niet alleen om deze moord te veroordelen, maar ook om te wijzen op het onaanvaardbare karakter van de recente ontwikkelingen in Oeganda die hebben bijgedragen tot het instandhouden van een holebihaat.

Wat is het standpunt van de regering met betrekking tot de evolutie aangaande de positie van holebi's in Oeganda?

Is de minister bereid de Oegandese ambassadeur te ontbieden om zijn bezorgdheid te uiten bij de ernstige gevolgen van het holebivijandige klimaat dat in Oeganda sterk toeneemt?

Welke andere stappen zal de minister zetten om de Oegandese overheid aan te sporen om de gelijke rechten van holebi's in hun land te vrijwaren en verder te verzekeren?

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Op 9 november stelde ik over dit onderwerp reeds een vraag. Op het antwoord heb ik dus vier maanden moeten wachten. Ik neem het de minister van Buitenlandse Zaken kwalijk dat hij met de voeten van de senatoren speelt op een moment dat we het al zo moeilijk hebben.

Men vond het vermoorde lichaam van de bekende homorechtenactivist David Kato in zijn woning in Oeganda. Blijkbaar werd hij doodgeslagen met een hamer. Kato ontving na de publicatie van zijn foto en adres in een lokale krant al een tijdje doodsbedreigingen. Hij spande vorig jaar nog met succes een proces aan tegen de lokale krant Rolling Stone, omdat ze onder de titel Hang them gedetailleerde informatie over zijn woonplaats publiceerde en die koppelde aan zijn homoseksuele geaardheid. Ook andere homoseksuele mensen ondergingen deze schaamteloze heksenjacht. Volgens zijn organisatie, Sexual Minorities Uganda (SMUG), leidde de verschijning van dat artikel meteen tot een stroom doodsbedreigingen. De groep vreest dat ook andere homoseksuelen nu een doelwit vormen.

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) riep op tot een snel onderzoek naar de omstandigheden van deze moord. De Oegandese overheid moet de veiligheid van de leden van de Oegandese homoseksuele gemeenschap waarborgen en prompt optreden tegen alle bedreigingen of uitspraken die geweld, discriminatie of vijandigheid tegenover hen kunnen uitlokken.

De dood van David Kato betekent een tragisch verlies voor de mensenrechtengemeenschap. Hij werd vooral bekend als actievoerder tegen een wetsvoorstel dat de straffen op homoseksualiteit nog zou opvoeren. De antihomowet stelde levenslange straffen en boetes voor en zelfs de doodstraf voor hiv-positieve homo's. Na een storm van internationaal protest werd het voorstel in 2009 stilletjes afgevoerd.

Volgens sommigen is Davids dood het resultaat van de homohaat die Amerikaanse evangelisten sinds 2009 in Oeganda prediken. Daaropvolgend ontwikkelde zich in Oeganda een escalatie van intolerantie tegenover holebi's. Voor verschillende belangrijke politici en media, maar ook kerken vormen homoseksuele mensen gemakkelijke en uiterst dankbare slachtoffers. Grote onwetendheid, gevoed met pertinente leugens, leidde tot een virulente homofobie en creëerde een acuut gevaar voor vele holebi's en hun families.

Parlementslid David Bahati illustreert deze hetze. Hij diende een wetsvoorstel in voor de doodstraf op `zware' homoseksualiteit. Inmiddels is dat voorstel, onder druk van westerse landen als de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië, afgezwakt. Er hangt homo's in Oeganda echter nog altijd een levenslange celstraf boven het hoofd bij de ontdekking van hun geaardheid. Dit voorbeeld getuigt wel van de daadwerkelijke positieve invloed van de internationale gemeenschap.

Sinds 1995 is Oeganda een van de 18 partnerlanden van onze directe bilaterale ontwikkelingssamenwerking. Op 5 november 2008 werd een nieuw indicatief samenwerkingsakkoord ondertekend voor een periode van vier jaar (2009-2012). Volgens de website van de ambassade van België in Kampala bedraagt het totaalbudget voor dit vierjarenprogramma 64 miljoen euro. Oeganda zou daarmee de vierde grootste ontvanger van Belgische ontwikkelingshulp zijn.

De recente ontwikkelingen in Oeganda zijn hoogst verontrustend.

Wat is het standpunt van de Belgische regering ten aanzien van de homofobie in ons partnerland Oeganda?

Op welke wijze en wanneer zal de minister namens onze regering onze ongerustheid kenbaar maken bij de autoriteiten in Oeganda? Heeft hij die kwestie al aangekaart bij de Oegandese ambassadeur? Zo neen, waarom niet? Zal hij dit alsnog doen? Welke andere stappen acht hij dan wel opportuun?

Heeft de Belgische regering specifieke voorwaarden gesteld in het kader van de hulp aan Oeganda? Behoorden daartoe specifieke voorwaarden met betrekking tot de mensenrechten en de aanvaarding van de seksuele diversiteit? Zo neen, waarom niet?

Welke maatregelen nam of plant hij in het kader van de discriminatie van holebi's die vanuit België naar Oeganda of naar andere landen willen reizen waar homoseksualiteit een probleem is? Beschikt België over voldoende middelen en expertise om de fundamentele rechten en vrijheden te vrijwaren van ngo-medewerkers die in homofobe landen werkzaam zijn, in het geval van incidenten gebaseerd op seksuele betrekkingen?

Zal deze regering in dit verband stappen doen op Europees en internationaal niveau?

In een open brief aan de minister vragen Marleen Temmerman en WISH vzw om nog tijdens het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie aan de andere Europese landen een signaal te geven door een voortrekkersrol op te nemen inzake de decriminalisering en acceptatie van homoseksualiteit in landen waar homoseksualiteit strafbaar is. Heeft de minister gevolg gegeven aan die oproep?

Deelt hij mijn overtuiging dat het respect voor de mensenrechten en het verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid nadrukkelijker moeten worden opgenomen in alle overeenkomsten en verdragen die ons land internationaal binden?

Welke concrete stappen onderneemt de regering na de moord op David Kato? Zal de regering haar inspanningen in verband met de bestrijding van homofobie meer concretiseren en als krachtige prioriteit uitdragen in alle internationale contacten, niet het minst in EU- en andere fora? Zo ja, hoe, wanneer en met welke instrumenten? Werd de ambassadeur van België in Oeganda reeds teruggeroepen? Heeft de minister de ambassadeur van Oeganda in België hierover al kritisch ondervraagd? Worden maatregelen genomen om holebi's vanuit Oeganda goed en degelijk op te vangen en te erkennen als politiek vluchteling?

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Ik zal niet het volledige relaas herhalen. Ik wens wel uiting te geven aan mijn gevoel van walging toen ik vernam dat een publicatie een heksenjacht organiseert op mensen met een andere seksuele geaardheid.

Oeganda is een partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking en ons land moet dan ook zijn verantwoordelijkheid opnemen.

Heeft de minister zijn veroordeling van deze laffe moord rechtstreeks en formeel overgemaakt aan de Oegandese ambassadeur in ons land en aan de Oegandese autoriteiten? Zo ja, wanneer? Zo neen, waarom niet en gaat hij dit alsnog te doen?

We moeten in onze samenwerking nog meer focussen op gelijke kansen en specifiek op het bekampen van de homofobie, die welig tiert in Oeganda. Deelt de minister mijn standpunt en kan hij toelichten welke bijkomende inspanningen we kunnen doen inzake bewustmaking?

Homofobie neemt nog steeds toe in vele landen, waaronder Afrikaanse landen. Kan de minister toelichten hoe hij die problematiek zal aanpakken in onze bilaterale relaties met de desbetreffende landen, alsook op EU-niveau en bij de VN?

Welke andere strategieën acht hij raadzaam in de internationale strijd tegen homofobie?

Hoe schakelt de minister onze diplomaten in de betrokken landen in bij de strijd tegen de homofobie en kan hij dit concreet toelichten?

De heer Olivier Chastel, minister van Ontwikkelingssamenwerking, belast met Europese Zaken. - Ik lees het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken.

Net zoals de senatoren was de minister getroffen door de moord op de Oegandese mensenrechtenactivist David Kato. Dat heeft hij ook aangegeven in zijn persbericht van 28 januari jongstleden. Hij heeft de Oegandese overheid dan ook met aandrang gevraagd de feiten te onderzoeken en de schuldigen voor het gerecht te brengen. De minister heeft eveneens opgeroepen de strijd tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid op te voeren en het lot van de holebi's in het land ter harte te nemen.

Aanvullend heeft hij de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, mevrouw Catherine Ashton, opgeroepen een krachtdadig politiek antwoord te geven op de feiten. Ook de missie en de ambassades van de Europese Unie te Kampala, waaronder de Belgische Ambassade, hebben een verklaring gepubliceerd waarin zij hun consternatie en droefenis over de moord op David Kato uitten en de Oegandese autoriteiten opriepen een doortastend onderzoek te voeren. Die verklaring werd ruimschoots overgenomen door de lokale pers. Het Europees Parlement heeft zich eveneens publiekelijk uitgesproken.

Het is niet opportuun om de ambassadeur te ontbieden zolang het onderzoek naar de moord op David Kato loopt. Dit zijn nu de prioriteiten: een nauwgezet onderzoek en geloofwaardige vervolgingen met betrekking tot de moord, maatregelen van de Oegandese overheid om het klimaat van discriminatie van holebi's te bestrijden en hun rechten te verdedigen en de definitieve intrekking van het wetsvoorstel-Bahati. De Oegandese Commissie voor de rechten van de mens heeft geoordeeld dat het wetsvoorstel van volksvertegenwoordiger Bahati uit 2009 de rechten van de mens schendt. Op aandringen van de internationale gemeenschap heeft president Museveni zich tegen het voorstel verzet. Normaal gezien zou het voorstel officieel moeten worden ingetrokken zodra in mei 2011 een nieuw parlement wordt benoemd.

Het merendeel van de akkoorden en verdragen tussen derde landen en de Europese Unie en haar lidstaten, inclusief België, bevat een clausule in verband met het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Die clausule houdt meestal een engagement in om de rechten beschreven in de Universele Verklaring inzake de rechten van de mens te respecteren. Dit impliceert de erkenning dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren. Die clausule heeft dus duidelijk betrekking op de non-discriminatie op basis van seksuele geaardheid en identiteit.

België speelt een leidende rol in de verdediging en de bevordering van holebirechten. Onder ons Europese voorzitterschap werd de LGBT-toolbox van de EU in verschillende talen vertaald en wijd verspreid binnen de internationale organisaties, de civiele maatschappij, derde landen, maar ook missies en ambassades van EU-lidstaten.

Begin 2010 steunde ons land in de Raad van Europa ook aanbevelingen voor maatregelen die discriminatie op grond van seksuele geaardheid of genderidentiteit moeten tegengaan. In de Verenigde Naties steunde België in 2008 de Verklaring inzake de rechten van de mens, de seksuele geaardheid en de genderidentiteit. Daarnaast heeft België in de marge van de VN Mensenrechtenraad in september in Genève de aanzet gegeven tot de organisatie van een side event over het niet langer strafbaar stellen van homoseksualiteit en zijn steun gegeven aan een ander side event op 10 december, de internationale mensenrechtendag, in de marge van de Algemene Vergadering van de VN in New York.

Specifiek voor Oeganda neemt ons land deel aan de maandelijkse vergaderingen van de mensenrechtenwerkgroep binnen de Partners for Democracy & Governance in Kampala, waar LGBT steeds op de agenda staat.

België en de Europese Unie beschikken zo over de nodige instrumenten om de rechten van holebi's en transseksuelen te bevorderen, zowel op multilateraal als bilateraal vlak. In bilaterale relaties met landen waar homofobie een probleem vormt, is het noodzakelijk te blijven werken aan de hand van de LGBT-toolbox van de EU, teneinde de politieke klasse, de publieke opinie en de civiele maatschappij te sensibiliseren, beginnend met het verwerpen van elke vorm van criminalisering. Dit is een werk van lange adem dat geduld en doorzettingsvermogen vereist. Het bestaat erin niet enkel wetten te veranderen, maar ook verandering van mentaliteit aan te moedigen.

Op multilateraal vlak is het even noodzakelijk het werk, begonnen in 2008 in de Verenigde Naties, verder te zetten opdat fundamentele rechten van holebi's internationaal worden erkend. Dit werk zal in maart worden voortgezet in de Mensenrechtenraad, waar ons land uiteraard toe zal bijdragen.

Personen die zouden willen reizen naar Oeganda of andere landen waar homoseksualiteit een probleem vormt, wordt aangeraden om op voorhand kennis te nemen van ons reisadvies. Mensen die werken voor ngo's die strijden voor holebirechten, genieten, zoals elke Belgische onderdaan die zich in een vreemd land in moeilijkheden bevindt, consulaire bescherming opdat hun rechten en fundamentele vrijheden zouden worden gevrijwaard. In de landen waar België niet vertegenwoordigd is, zijn andere leden van de Europese Unie verplicht onze onderdanen, in naam van het Europese burgerschap, bij te staan sedert de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht van 1992.

De heer Piet De Bruyn (N-VA). - Ik dank de minister voor het omstandige antwoord. Ik ben het er helemaal niet mee eens dat het nog niet wenselijk is de Oegandese ambassadeur te ontbieden.

Het gaat niet alleen over deze moord. Dat het Oegandese gerecht zijn werk moet doen is nogal evident, maar deze moord is illustratief voor het klimaat van haat en onverdraagzaamheid, dat in Oeganda niet plots is ontstaan en ook niet plots zal verdwijnen en waarvan de moord op Kato een triest hoogtepunt is. Er zijn dus meer dan redenen genoeg om onverwijld - en dan bedoel ik onmiddellijk - de Oegandese ambassadeur te ontbieden en hem onze bekommernis mee te delen. Ik ben het dus niet eens met de minister dat er moet worden gewacht tot het, wellicht niet bevredigende, einde van het onderzoek.

Een tweede punt kan misschien detailkritiek lijken, maar ik ben nogal ontstemd over het feit dat de regering 48 uur nodig had om haar verbazing en afschuw te uiten. Op dat moment had ongeveer iedereen die actief met de mensenrechten begaan is, al gesproken en pas dan kwam de minister. Uiteraard apprecieer ik zijn afkeuring, maar ik vind het vreemd dat die zo lang op zich liet wachten. Ik wil daar geen halszaak van maken, maar het stoort me wel.

Het verbaast me ook dat België volgens de minister een leidende rol speelt. Daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. We hebben een lange waslijst van allemaal schitterende initiatieven te horen gekregen en daar heb ik geen kritiek op. Maar daaruit blijkt geenszins dat wij een leidende rol spelen. We zijn een goede, misschien zelfs een zeer goede leerling in de klas, maar dat België bij het verdedigen van holebirechten op het internationale podium een leidende rol op zich neemt, lijkt me sterk overdreven.

Ik zal alle punten die werden opgesomd, wat meer in detail bekijken en nagaan of het parlement de minister niet af en toe kan aansporen om die `leidende' rol iets concreter en overtuigender te maken. Ik denk inderdaad dat we voldoende expertise in huis hebben om die leidende rol op ons te nemen en meer te doen dan braaf mee te stappen in Europese of internationale initiatieven. We moeten de lat voor onszelf hoger durven leggen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik ben het helemaal niet met collega De Bruyn eens. België speelt wel degelijk een `lijdende' rol. België ondergaat, constateert de problemen, bekijkt ze, heeft er bedenkingen bij en is soms ook wel verontwaardigd, maar de daadkracht die de regering wel tentoonspreidt bij het ondersteunen van militaire acties als de Verenigde Staten daarom vragen, zie ik hier niet. Voor het ondersteunen van die acties hebben ze in de regering een lobbyist aangeworven. Ik denk concreet aan de clausule in bilaterale verdragen over het naleven van de mensenrechten. Volgens mij is er echter nog nooit een verdrag opgeschort wegens het niet naleven van de mensenrechten. Helaas zijn er nog veel landen waar de mensenrechten worden geschonden, maar nog nooit is echt een signaal gegeven.

Ik ben het met Piet De Bruyn eens wanneer hij zegt dat het verontrustend is dat de Oegandese ambassadeur nog niet op het matje is geroepen. Het is daarvoor nog niet te laat. Mijnheer de minister, u hebt volheid van bevoegdheid en u moet niet wachten tot een minister u de zegen geeft. Breek zelf een lans voor de mensenrechten. Oeganda is een van onze belangrijkste partnerlanden. Het zou me plezieren indien u daar echt een initiatief rond zou nemen.

Mevrouw Nele Lijnen (Open Vld). - Zoals mijn collega's vind ook ik het niet zo opportuun eerst de resultaten van het onderzoek af te wachten. Wat in Oeganda is gebeurd, is zo ernstig dat we daadkrachtig moeten handelen en de diplomaten meteen moeten samenroepen. België moet als partnerland een voortrekkersrol spelen. Alleen al het feit dat een tijdschrift foto's en namen publiceert met de boodschap Hang them, moet door de Oegandese autoriteiten veroordeeld en verboden worden. Als dat niet gebeurt, is België verplicht de Oegandese autoriteiten daarop aan te spreken.