5-11

5-11

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 JANUARI 2011 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over «de controversiële regeldrift van Sabam» (nr. 5-17)

De voorzitter. - Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken, antwoordt.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Een paar dagen geleden konden we op de VRT de schitterende uitzending van Basta bekijken, waarin onder meer de droevige situatie bij Sabam werd blootgelegd. Droevig omdat de bureaucratie er groot blijkt te zijn, omdat er twijfel is over de correctheid van de inningen en omdat er ook auteursrechten worden geïnd voor niet bestaande kunstenaars en voor kunstenaars die helemaal niet bij Sabam zijn aangesloten. Het is een kafkaiaanse situatie waar iedereen heel veel vragen over heeft.

Voor alle duidelijkheid wil ik benadrukken dat auteursrechten zonder twijfel zeer belangrijk zijn voor de kunstenaars. Aan de inning ervan moet dus niet worden geraakt, maar ze moet wel op een correcte manier verlopen, zodat er ook een groot draagvlak voor is. Als minister van Cultuur heb ik destijds vastgesteld dat onder meer Sabam en de billijke vergoeding aan de top stonden van de lijst met klachten van verenigingen.

Wanneer wordt er eindelijk eens werk gemaakt van een goede beheersvennootschap die de billijke vergoedingen en rechten op een correcte manier int? Wat gebeurt er trouwens met de gelden die niet kunnen worden toegewezen omdat de kunstenaars niet bestaan of niet bij Sabam zijn aangesloten? Wordt het geen tijd dat we die middelen meer inzetten voor beginnende kunstenaars?

Wordt het geen tijd dat die middelen meer worden ingezet in samenwerking met de gemeenschappen? De gemeenschappen zijn daarvoor vragende partij. Vindt de minister trouwens niet dat het meer dan tijd wordt dat deze hele aangelegenheid, die voor honderd procent te maken heeft met gemeenschapsbevoegdheden, ook wordt overgeheveld naar de Gemeenschappen?

Wat wordt concreet gedaan om de slechte naam en werking van Sabam eindelijk recht te trekken, zodat verenigingen met plezier de billijke vergoeding betalen, omdat ze weten dat ze correct is en effectief bij de kunstenaars terechtkomt?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Binnenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van collega Van Quickenborne.

Mag ik, voor ik dieper inga op de concrete vragen, enkele algemene opmerkingen maken? Zoals de heer Anciaux aangeeft, zijn auteursrechten en naburige rechten zeer belangrijk voor scheppend kunstenaars en artiesten. Beheersvennootschappen zoals Sabam zorgen ervoor dat, wanneer beschermde werken en prestaties worden geëxploiteerd, hiervoor een vergoeding bij de betrokken auteurs en rechthebbenden terechtkomt. Zonder beheersvennootschappen zou het voor verschillende exploitatievormen in de praktijk zeer moeilijk zijn de rechthebbenden te vergoeden. Voor een tv- of radio-uitzending of het spelen van muziek in restaurants en cafés bijvoorbeeld is het in de praktijk vaak onmogelijk vooraf met alle rechthebbenden contact op te nemen en om hun toestemming te vragen. Ik ben het er dus mee eens dat auteursrechten en naburige rechten belangrijk zijn en dat het belangrijk is dat de vergoedingen die geïnd worden, terechtkomen bij de rechthebbenden.

De werking van bepaalde beheersvennootschappen en de controle daarop staan reeds enkele jaren ter discussie. Daarom heb ik in 2009 met twee nieuwe wetten, die op 9 en 10 december 2009 door het parlement werden goedgekeurd, het initiatief genomen om de bestaande regeling op de controle van beheersvennootschappen grondig te hervormen en aan te scherpen. Deze wetten moeten het mogelijk maken de werking van en de controle op beheersvennootschappen de komende jaren grondig te verbeteren.

Op de concrete vragen kan ik het volgende antwoorden.

De werking van sommige beheersvennootschappen, waarbij ik hier geen beheersvennootschap in het bijzonder in het vizier wil nemen, is wellicht voor verbetering vatbaar. De hiervoor besproken nieuwe wetten zijn belangrijke stappen die de wetgever heeft gedaan om de begeleiding en de controle op de werking te verbeteren.

Tegelijkertijd moet worden erkend dat beheersvennootschappen zoals Sabam nog steeds private rechtspersonen zijn en dat zij zelf ook verantwoordelijkheid dragen voor de verbetering van hun inningsproces. Daarom hamer ik er tijdens mijn contacten met Sabam en andere beheersvennootschappen reeds verschillende jaren op dat er meer elektronische verwerking en administratieve vereenvoudiging van hun aangifteprocedures dient te gebeuren. Er zijn ook hier reeds belangrijke stappen gedaan. Ik denk aan de eenmaking van de aangifte van Sabam en billijke vergoedingen voor zelfstandigen en professionele gebruikers.

Voorts moet worden gewezen op de introductie in 2010 van e-Sabam waardoor de aangifte elektronisch kan gebeuren en de artiesten elektronisch hun inkomstenstaat kunnen controleren.

De reportage van Basta heeft echter aangetoond dat er nog een weg af te leggen is. Zo ben ik persoonlijk van mening dat Sabam een elektronische koppeling zou moeten maken tussen haar bestand met aangesloten artiesten en de aangifte, zodat bij het ingeven van een playlist onmiddellijk duidelijk wordt of een ingevoerde artiest aangesloten is bij Sabam.

In verband met het voorgestelde overleg kan ik melden dat uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden over de wetten van 9 en 10 december 2009 binnen de Raad voor de Intellectuele Eigendom, waar onder andere ook gebruikers en ondernemingsorganisaties deel van uitmaken. Specifiek wat de gemeenschappen betreft kan ik melden dat de gemeenschappen in het verleden reeds meermaals geconsulteerd werden, in een constructieve sfeer, wanneer aspecten behandeld werden waarbij zij rechtstreeks betrokken waren. Ik kan in dit verband onder meer verwijzen naar de deelname aan de commissie billijke vergoeding in verband met de radio-omroepen, en de deelname aan de Raad voor de Intellectuele Eigendom in verband met de digitale bibliotheken. Ook hebben momenteel vertegenwoordigers van de sociaal-culturele sector, zoals de Vereniging van Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra, Sociare en de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten zitting in de commissie billijke vergoeding, en zullen zij binnenkort deel uitmaken van het overlegcomité dat zal worden opgericht ter uitvoering van de nieuwe wet.

Wat de verdeling van de rechten betreft, verwijs ik naar de maatregelen in de nieuwe wet die ik daarnet vermeld heb.

In verband met een communautarisering van de verantwoordelijkheid voor de inning door beheersvennootschappen, ben ik van mening dat dit de problematiek nog complexer dreigt te maken en zou kunnen leiden tot het ontstaan van Vlaamse, Waalse en Brusselse beheersvennootschappen. Dat zou het voor de gebruiker weinig transparant maken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - De inningsprocedure gebeurt door een nv van privaat recht. Dat betekent uiteraard niet dat ze mag innen wat ze wil. Ze int ook voor kunstenaars die niet bij Sabam aangesloten zijn. Kunstenaars hebben het recht zelf te innen, maar ze moeten bij wijze van spreken de vennootschap aangetekend informeren om te voorkomen dat Sabam int. Dat kan niet worden geduld.

De niet toegewezen gelden voor kunstenaars blijven plakken bij Sabam. Ook dát kan niet. Duidelijke tarieven en doorzichtigheid is het minste wat we van deze nv moeten eisen.